Michaël Pas, ambassadeur van Het Grote Vogeltelweekend: “Vogels in de stad: je ziet ze niet altijd maar ze zijn er wel”

Michaël Pas, ambassadeur van Het Grote Vogeltelweekend: “Vogels in de stad: je ziet ze niet altijd maar ze zijn er wel”

Mochten er sterren à la Michelin worden uitgedeeld aan het beste tuinvogelrestaurant, dan is acteur Michaël Pas een van de genomineerden in de categorie “vogelbistro in stadstuintjes”. Goed zeven meter bij zeven meet dat tuintje, maar met zoveel planten, zaden, voedersilo’s en vogelhuisjes dat geen vogel uit de buurt deze kleine oase in een van de dichtstbevolkte gebieden van Vlaanderen links laat liggen.

Hij is als sinds zijn twaalfde “into vogels”, zoals hij het zelf zegt, en dat heeft hij al menigmaal vermeld in interviews. De ideale ambassadeur voor Het Grote Vogeltelweekend van Natuurpunt dus. En meteen ook de ideale promotor voor meer groen in de stad. Want als inwoner van Borgerhout en stadsmens pur sang beseft hij als geen ander dat vogels spotten in de stad niet iedereen gegeven is. “Nochtans valt er veel te beleven, zelfs in dichtbevolkte gebieden”, zegt Pas. “Veel mensen hebben amper door dat er meer te zien is dan de alomtegenwoordige duif. Als je goed kijkt, kan dat evengoed een sperwer of slechtvalk zijn.”

LEES OOK. Vul een schaaltje met water en voorzie een vaste voederplek: zo maak je je tuin vogelvriendelijk

Het district Borgerhout telt ongeveer één vierkante meter open ruimte per inwoner. Bitter weinig plek dus voor een grote boom, laat staan bos. Maar de vogels zijn er wel, onder meer met dank aan stadstuintjes zoals dat van Michaël. “Toen wij ons huis kochten was het achteraan niet meer dan een overdekte koer”, zegt hij. “Dat werd puin ruimen, letterlijk, want een tuintje – hoe klein ook – vonden we wel belangrijk. We zijn twintig jaar geleden begonnen met een pruimelaar, zo groot als een bezemsteel. Intussen is die uitgegroeid tot een stevige boom. Stelselmatig kwamen er planten en struiken bij. Geen strak gazonnetje rondom de boom bij ons, wel varens, druivelaar, hortensia en klimroos. Voldoende grote verscheidenheid om vogels te lokken.”

Michaël Pas, ambassadeur van Het Grote Vogeltelweekend: “Vogels in de stad: je ziet ze niet altijd maar ze zijn er wel”
Elke vogel­liefhebber kent het gevoel bij een eerste waarneming. Dan maakt je hart een sprongetje. Foto: Wim Dirckx

Bij de inrichting van je vogelbistro moet je de drie V’s voor ogen houden: voedsel, veiligheid en voortplanting. Dat betekent voldoende struiken planten met lekkere bessen of struiken die veel insecten lokken. De tuin niet al te proper houden zodat de vogels veel schuilplekjes kunnen vinden. En nestkastjes hangen of ervoor zorgen dat er nestmateriaal voorhanden is. “Toen Natuurpunt mij vroeg om ambassadeur te zijn voor het Vogeltelweekend heb ik meteen van de gelegenheid gebruikgemaakt om advies te krijgen van kenners. Ze zijn naar mijn tuintje komen kijken en ik kreeg al meteen goede punten”, vervolgt Michaël. “Niettemin was elke tip welkom. Mijn tuintje is bijvoorbeeld, zoals zoveel stadstuintjes, omringd door hoge muren. Een canyon als het ware, niet gemakkelijk te vinden voor sommige vogels. Daarom raadden de mensen van Natuurpunt mij aan om trapsgewijs vogels te lokken door op de omringende platte daken planten te zetten. Een bak riet kan al volstaan om hen in de goede richting te sturen. Dat advies ga ik zeker ter harte nemen en bij de buren aankloppen. Nu het voorjaar zich bijna aankondigt, is het ook het moment om nog extra planten te plaatsen.”

Groenling en putter

Alle middelen worden ingezet om naast mees en mus – de eerste bezoekers in Michaëls tuintje – ook groenling en putter te lokken. “Die zijn nog niet tot hier geraakt, ook al zitten ze in de buurt. De groenling ontdekte ik bij een bezoek aan het Natuurpunt Museum in Turnhout”, zegt Michaël. “Elke vogelliefhebber kent het gevoel bij een eerste waarneming. Dan maakt je hart een sprongetje. Meteen rees bij mij ook de vraag wat ik nog meer kan doen om de groen-grijze vogel in mijn tuin te krijgen. Zonnebloempitten is het korte en eenvoudige antwoord. De groenling is er gek op en kan de pitten met zijn dikke snavel in één keer kapotbijten. Eerste job thuis werd dus een voedercilinder plaatsen vol zonnebloempitten. Niet alleen het lievelingskostje van de groenling overigens, ook de pimpelmees is er gek op. Hem zie je een zaadje plukken uit de cilinder om het dan verder op te peuzelen op de grond.”

Michaël Pas, ambassadeur van Het Grote Vogeltelweekend: “Vogels in de stad: je ziet ze niet altijd maar ze zijn er wel”

Staat ook nog op het te spotten verlanglijstje: de putter. “En die is zeker in de buurt, want hij is al gespot in de buurt van het Krugerplein, waar de Zomer van Antwerpen plaatsvindt. Groot nieuws voor mij en andere vogelliefhebbers”, zegt Pas.

Of de beperkte investering nu nog zal volstaan om de groenling en de putter voor het Vogeltelweekend in de tuin te krijgen, is lang niet zeker. “Maar het telweekend is geen wedstrijd, de vogels komen wel eens ze de weg hebben gevonden”, besluit Michaël Pas.

Lievelingskostjes

Merel: halve appels op de grond

Groenling: zonnebloempitten in voedersilo

Koolmees: vetbol

Vink: variëteit van zaden op de grond

Keep: open voedertafel of op de grond

Pimpelmees: pot met vogelpindakaas

Heggenmus: zaden en insecten tussen afgevallen bladeren

Roodborst: spinnetjes en bessen in struiken

Winterkoning: insecten tussen lage planten

Zanglijster: huisjesslakken

Corrigeer

MEER NIEUWS