Julian Alaphilippe staat zaterdag als medefavoriet aan de start van Strade Bianche: “Deze koers mag nu al een monument worden genoemd”

Julian Alaphilippe staat zaterdag als medefavoriet aan de start van Strade Bianche: “Deze koers mag nu al een monument worden genoemd”

Foto: AFP

Altijd spektakel als een Julian Alaphilippe in vorm aan de start van een wedstrijd verschijnt. Dat zal zaterdag in de Strade Bianche niet anders zijn, hoopt de wereldkampioen. Maar topfavoriet? Die hete aardappel legt hij met plezier in de mond van Wout van Aert en Mathieu van der Poel.

Julian, je won deze wedstrijd twee jaar geleden bij je debuut. Wat weet je daar nog van?

Julian Alaphilippe: “Dat het een spannende strijd was met Jakob Fuglsang en Wout van Aert. Ik had van de Strade mijn eerste doel van het seizoen gemaakt omdat ik wist dat de wedstrijd mij lag. Ik reed een perfecte wedstrijd, ook al was de aanval van Fuglsang indrukwekkend. Het kostte me moeite om hem bij te benen en dat maakte de zege nog mooier. Winnen op een Piazza del Campo volgepakt met publiek, dat is een beeld dat ik nooit zal vergeten.”

Is de Strade Bianche voor jou nu al het Zesde Monument?

“Eigenlijk wel. Ik vind het één van de mooiste races. Zelfs toen ik niet deelnam, was het een wedstrijd die ik altijd op televisie volgde. Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen om deze wedstrijd te ontdekken. Zelfs vorig jaar, toen ik door pech op een kwartier van Wout van Aert eindigde, heb ik genoten van de wedstrijd. Voor mij is deze wedstrijd even belangrijk als de andere monumenten. We noemen het nog geen monument maar de wedstrijd verdient het wel.”

Zaterdag wordt ook de eerste keer dat je dit seizoen koerst tegen Wout en Mathieu. Hoe ga je dat aanpakken?

“Zij zijn twee topfavorieten, daar hoeft niemand aan te twijfelen. Iedereen heeft deze week kunnen zien hoe goed Mathieu al is. Deze wedstrijd past dan ook nog eens bij zijn capaciteiten. Wout? Tja, zelfs al is het zijn eerste wedstrijd van het seizoen, hij kan zaterdag opnieuw winnen. Ook voor hem begint een belangrijke periode, hij zal dus goed zijn. Noem hem voor mijn part dus maar één van de topfavorieten. We zullen het als ploeg slim moeten aanpakken. De rol van het team is niet te onderschatten. Een ploegmaat in een vroege vlucht: altijd een voordeel. Een ploegmaat aan je zijde in de finale: altijd een voordeel. Maar op het eind wordt het vaak een strijd man tegen man.”

Je hebt dit seizoen wel nog niet gewonnen.

“Ik heb ook nog niet veel gekoerst (grijns). Ikben tevreden met mijn conditie, het gevoel en de motivatie zitten goed. Ik wil daarom ook zo snel als mogelijk winnen. De Strade winnen in de trui van wereldkampioen, dat zou wat zijn. Ik heb vorig jaar al gewonnen in die trui maar bij de start van het seizoen gaat de teller terug op nul. Dus ja, die eerste zege mag er komen.”

Zorgt de regenboogtrui voor extra motivatie?

“Het is een trui die geëerd moet worden, vind ik. Hoe? Door mezelf te blijven, door aanvallend te blijven koersen. Zo heb ik de trui gewonnen, zo wil ik de trui eren. Ook al won ik dit seizoen nog niet, ik heb mijn trui al wel getoond. Misschien moet ik de komende weken een beetje meer het hoofd gaan koersen om te winnen, maar ik beleef momenteel veel plezier aan de manier waarop ik koers.”

Anoniem meerijden is met die trui onmogelijk.

“Dat was het voordien ook. En ik ben heus niet de enige renner die in de gaten wordt gehouden. En met alle ogen op mij gericht kan ik ook de ploegmaats helpen, zoals afgelopen zaterdag in de Omloop Het Nieuwsblad. Ik wist dat ik in de Omloop nog niet top was. En er stond tegenwind. Vandaar die aanval, na overleg met Ballerini. Alleen wegblijven ging toch niet, zelfs niet als ik op de Muur had aangevallen. Ik heb zaterdag een rol gespeeld in de ploegtactiek.”

In 2019 was je winst in de Strade het begin van een schitterende periode met ook nog winst in Milaan - Sanremo. Ben je klaar voor een bisnummer?

“Ik ben goed maar niet in de conditie die ik had in 2019. Het gaat de goede richting uit. Van nu tot Luik-Bastenaken-Luik wil ik week per week beter worden. Makkelijk is dat niet maar onmogelijk evenmin. Ik koers maar ik rust ook veel. En probeer valpartijen te voorkomen.”

Je rijdt wel al enige tijd rond met een pijnlijke hand.

“En die hand doet nog altijd pijn. Maar niet in die mate dat het me tijdens de wedstrijd hindert. Op de kasseien voelde ik het goed maar ik hoef me geen zorgen te maken. De medische staf van de ploeg volgt het goed op en verzekert me dat het op termijn zal verdwijnen. Met een dubbel stuurlint is al veel opgelost.”

Corrigeer