Raad van State maakt geen fundamenteel bezwaar tegen regeling digitale meter

Raad van State maakt geen fundamenteel bezwaar tegen regeling digitale meter

Foto: Fluvius

De Raad van State maakt geen fundamenteel bezwaar tegen de regeling die de Vlaamse regering uitdokterde om de niet langer terugdraaiende elektriciteitsmeter te compenseren. Dat meldt minister van Energie Zuhal Demir. De Raad maakt op verschillende punten wel een voorbehoud, blijkt uit het advies.

Begin dit jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof de regeling met de virtueel terugdraaiende teller. Die gaf eigenaars van zonnepanelen ook met een digitale meter nog recht op het oude systeem met een terugdraaiende teller en een prosumententarief.

De regering besloot na de vernietiging om de eigenaars recht te geven op een eenmalige compensatie, die een rendement van 5 procent op 15 jaar moet garanderen. De premie houdt onder meer rekening met het piekvermogen van de installatie, de gemiddelde kost van de zonnepanelen in het jaar van installatie en de reeds ontvangen overheidssteun. Ook het al ontvangen voordeel van de terugdraaiende teller wordt in mindering gebracht.

De Raad van State formuleert nu enkele opmerkingen bij de nieuwe regeling. Zo wijst de Raad erop dat volgens de Europese Unie alle verbruikers tegen 2029 een digitale meter moeten hebben. Het schrappen van de eigenaars van zonnepanelen als prioritaire groep brengt die doelstelling mogelijk in het gedrang. De Raad maakt hier een voorbehoud. “Nu al moet worden aangestipt dat de keuze om pas vanaf 2025 in te zetten op dwangmiddelen voor de plaatsing van digitale meters bij prosumenten die in aanmerking komen voor de retroactieve investeringspremie, alvast het halen van de tussentijdse doelstelling van 80% tegen 31 december 2024 in het gedrang zou kunnen brengen”, is te lezen in het advies.

Niet naar de rechter

De Raad maakt voorts een voorbehoud bij de bepaling dat de aanvragers van de premie niet naar de rechter mogen stappen om compensatie te vragen voor de geleden schade door het arrest van het Grondwettelijk Hof. De Raad vraagt zich af of die regeling niet op onevenredige wijze het recht van toegang tot de rechter beperkt.

Het advies verwijst wel naar een reeks precedenten waarin gelijkaardige bepalingen waren opgenomen en noemt het niet onevenredig als een overheid de toekenning van een compensatie afhankelijk maakt van het verzaken aan een rechtsvordering om dat nadeel vergoed te zien. De consumenten moeten dan wel een duidelijk zicht hebben op het nadeel dat ze hebben geleden en op het bedrag van de compensatie. Aan beide voorwaarden lijkt voldaan, oordeelt de Raad.

Op advies van de Raad van State en om het dossier juridisch robuuster te maken vraagt Demir nog een bijkomend advies aan de Gegevensbeschermingsautoriteit, naast een eerdere adviesvraag aan de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens.

“We hebben bij de principiële goedkeuring steeds gezegd dat we alle adviezen gingen afwachten vooraleer we verdere stappen gingen zetten”, zegt de minister. “We analyseren het advies van de Raad van State in detail en zullen dan de nodige vervolgstappen zetten. In ieder geval lijken we alweer een stap dichter bij een definitieve regeling.”

Corrigeer

MEER NIEUWS