Brusselse brandweerman getuigt over dodelijke brand in Anderlecht: “Baas hapte naar lucht, maar hij beval me om eerst collega’s en slachtoffers te redden”

Bij de brand raakten ook enkele brandweermannen gewond. 

Bij de brand raakten ook enkele brandweermannen gewond. © Brandweer Brussel

Anderlecht/Brussel -

De zware brand die afgelopen week drie dodelijke slachtoffers maakte in Anderlecht heeft ook bij de Brusselse brandweer diepe wonden geslagen. Enkele collega’s kwamen vast te zitten en moesten zelf gered worden. Vier brandweermannen raakten uiteindelijk zelf gewond. Getuigen over de heksenketel in Anderlecht was lange tijd onmogelijk. Eén van hen, korporaal James van de 21ste compagnie, schrijft nu toch de gebeurtenissen van zich af in een pakkende getuigenis.

“Wanneer Murphy zichzelf uitnodigt in je autopomp, ook al stond hij ‘s morgens bij het appel niet op de aanwezigheidslijst. Na een voortreffelijke moussaka van onze dappere koks en na de filmkeuze in de TV-zaal te hebben verknoeid, besluit ik rond 21.00 uur wat te gaan rusten. We weten heel goed dat als het overdag relatief kalm is, dat je een drukke nachts tegemoet gaat... Een collega zegt tegen me: “Vannacht zullen we werk te doen hebben...” En inderdaad... Midden in de nacht, om ongeveer 3.30 uur, worden we gealarmeerd voor een vertrek brand in Anderlecht. Het raam staat open en ik hoor een abnormale commotie op de radio. Heel snel wordt een tweede autopomp, de mijne, ter versterking ter plaatse gestuurd.”

LEES OOK. Mogelijk geval van huisjesmelkerij bij brand die achterbouw in de as legde: “Als dit ’s nachts was gebeurd, waren de gevolgen catastrofaal” (+)

“ Ik weet nog steeds niet hoe erg de situatie is en onderweg zeg ik tegen mezelf dat we niet veel vlammen meer zullen zien bij onze aankomst. In het voertuig brief ik mijn jonge collega over het materiaal dat hij moet meenemen. Net voordat we ter plaatse zijn, wordt er een MAYDAY over de radio‘s uitgezonden. Het is onze baas, onze adjudant... Dan een tweede... Dan een derde... En op dat moment beseffen we dat de situatie zeer ernstig is: drie collega’s zijn geblokkeerd op de tweede verdieping, in de achtergevel, met twee slachtoffers... Zij hebben al enorme inspanningen moeten leveren om zoveel mogelijk mensen te redden. Zij zijn verschillende keren heen en weer moeten gaan, in zeer gecompliceerde omstandigheden. Ze hebben reddingsmutsen op slachtoffers moeten plaatsen om hen te beschermen. Ze hebben niet veel lucht meer over...”

Houten trap

“ Ik kom aan de voet van het gebouw aan met mijn partner. We krijgen de moeilijke taak opgelegd om onze geblokkeerde collega‘s te vinden. Met veel moeite beklimmen we de oude houten trap die de enige toegang is om hen te bereiken. Het vuur woedt boven onze hoofden. We hebben twee lijnen om vooruit te komen... en daar bevestigt Murphy dat hij er inderdaad bij is vandaag: één lijn is te kort, geblokkeerd door het puin; de tweede is gesmolten en ontploft onder het puin dat intussen op de trap is gevallen... Dan maar rechtsomkeer maken. Ik sta alleen, want mijn partner heeft tweedegraadsbrandwonden in zijn nek opgelopen. Zijn bivakmuts en zijn nekbeschermer waren slecht opgezet. Ik voel me slecht. Maar tezelfdertijd zijn de slachtoffers en onze drie collega‘s nog steeds geblokkeerd. Ze hebben bijna geen lucht meer in hun ademhalingstoestellen. Ze gaan zo goed als mogelijk om met de situatie– op een meesterlijke manier, dat moet gezegd! Ze blijven de weinige lucht die ze nog hebben delen met de slachtoffers. Ze blijven hen kalmeren en geruststellen.”

LEES OOK. Zit de intensieve zorg er echt zo krap bij? “Ik hoop niet dat er een grote ramp gebeurt, want dan hebben we een majeur probleem” (+)

“Ondertussen proberen wij een toegangsweg te zoeken via de naburige huizen. Na een snelle verkenning brengen we een aanvalslijn aan op via een platform dat uitzicht geeft op het vuur, om het in een tangbeweging te bedwingen. In deze positie bevind ik me in relatieve veiligheid. De collega die met mij was meegekomen beveelt me niet te bewegen en zegt dat hij snel versterking gaat halen. Ik sta tegenover het achterbijgebouw. Ik ben de kluts kwijt. Op dat moment zie ik mensen met een licht zwaaien. Het zijn de geblokkeerde collega‘s! Ik slaak een enorme schreeuw zodat ze me zouden opmerken. Ze antwoorden, maar kunnen me niet zien. Ik probeer hen moed in te spreken, ik roep hen toe dat we hen komen halen. Maar de grote vraag is: hoe? Hoe komen we daar? Er woedt een enorm vuur tussen ons. Ik vraag om twee stukken ladder en klemmen mee te brengen. Onze enige hoop om hen ten redden is via een platform onderaan. Het staat weliswaar in brand, maar een deel ervan lijkt intact te zijn. Zo kunnen we het bijgebouw van de collega‘s bereiken waar het vuur nu woedt, vlak naast hen. Er komt versterking aan. Ik vraag om zoveel mogelijk water zodat ik de vlammen kan kalmeren.”

Baas happend naar lucht

“Maar dan komt Murphy weer opduiken. Het mechanisme met een lans van 45mm geeft de geest: de lans blijft geblokkeerd in gesloten positie. De vlammen groeien razendsnel. We zetten de ladders snel op hun plaats. Ik daal met mijn collega neer naar het platform beneden. Zo voorzichtig mogelijk, want we hebben geen flauw benul van de werkelijke toestand. We bereiken het bijgebouw. Ik open het raam en zie een beeld dat vandaag nog steeds aan me knaagt: ik zie mijn baas, op de grond, happend naar de weinige lucht die er op grondniveau nog te vinden is. Hij beveelt me eerst de slachtoffers en de andere collega‘s te redden vooraleer iemand zich over hem mag ontfermen. De collega‘s die boven gebleven waren, gooien hun ademhalingstoestellen naar beneden zodat we lucht hebben. We zijn er eindelijk in geslaagd om iedereen te evacueren. Net op tijd, want een paar minuten na het verlaten van de kamer, steekt een flash-over het hele gebouw in brand.”

“Ik groet en dank al mijn kameraden van de brandweer Brussel die geweldig werk hebben verricht om de vele slachtoffers te redden. Deze erg lange minuten zal ik niet gauw vergeten en dreigen me nog een tijdje te achtervolgen. Wees voorzichtig en pas goed op jezelf.” RDB