Premier De Croo: “Dit gaat over Deborah in de supermarkt, maar ook over Caroline met de schoenwinkel”

Premier De Croo: “Dit gaat over Deborah in de supermarkt, maar ook over Caroline met de schoenwinkel”

Foto: BELGA

In de plenaire Kamer is donderdagmiddag stevig gedebatteerd over het mislukte loonoverleg en de demarche van de socialisten om dan ook de uitkering van dividenden aan banden te leggen. Premier Alexander De Croo hield de kerk in het midden: “Het gaat over Deborah in de supermarkt, maar ook over Caroline met de schoenwinkel, die zwarte sneeuw heeft gezien. We gaan iedereen nodig hebben.”

Vakbonden en werkgevers zitten al maanden rond de tafel over de loon- en arbeidsvoorwaarden in de privésector voor de komende twee jaar. Dat overleg verloopt al van in het begin stroef omdat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven de maximale loonstijging op 0,4 procent bovenop de verwachte index van 2,8 procent heeft gelegd. “Een aalmoes”, vinden de bonden, die eerder deze week lieten weten dat het overleg mislukt is. In principe komt het dossier daarmee op de regeringstafel, al wil minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne (PS) nog een laatste poging ondernemen om de sociale partners samen aan tafel te krijgen voor de deadline van 1 mei.

De beperkte marge is het gevolg van de door de bonden verketterde loonwet van 1996, die bepaalt dat de lonen in ons land de tendensen in de buurlanden moeten volgen. Conner Rousseau, de voorzitter van regeringspartij Vooruit, liet woensdagavond in zowat alle Vlaamse media weten dat de socialisten zich niet zullen neerleggen bij de beperkte loonsverhoging en bij gebrek aan akkoord ook de uitkering van dividenden aan banden willen leggen, wat mogelijk is via het artikel 14 van de fameuze loonwet. “Ik krijg aan Deborah de kassierster niet uitgelegd dat de winsten alleen naar de aandeelhouders gaan, en niet naar haar”, klonk het met een boutade. Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert herhaalde daarop dat er volgens de liberalen wel degelijk een akkoord is binnen het kernkabinet om de maximale loonmarge vast te leggen op 0,4 procent als de sociale partners geen akkoord bereiken.

Ophef

De hele discussie veroorzaakte donderdagmiddag wat ophef in de Kamer, waar premier De Croo en Dermagne elf vragen kregen over het onderwerp. Regeringspartijen Groen, Ecolo, Vooruit en PS bleven erop hameren dat 0,4 procent wat hen betreft onvoldoende is. PS-fractieleider Ahmed Laaouej was daarbij het scherpst voor de regering, en ook de enige die het nog expliciet had over het artikel 14 van de loonwet. “De werknemers van België verdienen gerechtigheid, en geen misprijzen. Bepaalde mensen zeggen ons dat we de wet moeten respecteren. Welja, maar dan ook het artikel 14. Dat is onze boodschap aan u mijnheer de premier.”

Groen-Kamerlid Evita Willaert benadrukte dat 0,4 procent loonopslag het absolute minimum is voor de groenen. “In sectoren die goed geboerd hebben moet er meer mogelijk zijn, want dat kan ook. Mensen die ons land staande hielden, vaak met risico voor hun eigen gezondheid, verdienen meer dan 10 euro opslag per maand bruto.”

Vooruit-fractieleidster Melissa Depraetere benadrukte dat de winsten in de sectoren die het goed hebben gedaan ook gedeeld moeten worden met de werknemers die het risico hebben genomen. “Ik krijg dat anders niet uitgelegd. Elk zijn deel is niets te veel, en met applaus koop je niets.”

Andere lijn

De andere regeringspartijen zitten op een iets andere lijn. “Grote uitspraken buiten leiden zelden tot grote resultaten binnen, aan tafel. Toch vonden sommige voorzitters dat ze uitspraken moesten doen over dingen die eigenlijk aan tafel moeten gebeuren. Dat vinden wij bijzonder jammer”, zei CDV-Kamerlid Nathalie Muylle. De christendemocraten willen in elk geval niet weten van een dividendstop, was Muylle duidelijk. “Men vergeet dat artikel 14 er ook voor zorgt dat wanneer Deborah aan pensioensparen doet, dat ook niet meer stijgt. Dat is niet onze positie. Sommigen vergeten dat we in een grote economische crisis zitten. Wij gaan voor het behoud van jobs.”

Tania De Jonge (Open VLD) herhaalde dat het regeerakkoord en de wet van 1996 het kader vormen waarbinnen de onderhandelingen moeten plaatsvinden. “We moeten ervoor zorgen dat we geen terrein verliezen tegenover buurlanden, dat we krachtig kunnen blijven concurreren. Dat betekent dat bedrijven mensen kunnen blijven aannemen, ook na de coornacrisis, en vermijdt ontslagen in exportgerichte bedrijven of de horeca.”

Volgens Björn Anseeuw van oppositiepartij N-VA is er duidelijk een “open oorlog” aan de gang binnen de regering. “Welkom in circus Vivaldi zou ik zeggen, al is er weinig om ons vrolijk over te maken.” Hij noemde de demarche van de socialisten “compleet onverantwoord en ronduit cynisch”. “Wat een triest schouwspel, en u staat erbij en keek ernaar”, wierp hij de premier voor de voeten.

PVDA-kopstuk Raoul Hedebouw steunde het voorstel van de socialisten dan weer. “Maar het is niet genoeg, want de Deborah’s willen meer dan 0,4 procent en daarom moet de loonnorm indicatief worden gemaakt. Liberalen hebben de mond vol van vrijheid, maar als het over loononderhandelingen gaat is er van vrijheid plots geen sprake meer en moet de wet van 1996 toegepast worden.”

Zoeken naar oplossingen

Premier De Croo hield de kerk in het midden. “Het gaat over Deborah die in de supermarkt werkt, maar ook over Caroline die een schoenwinkel heeft en zwarte sneeuw heeft gezien, of over de traiteur die zijn werknemers op technische werkloosheid heeft moeten zetten. We gaan iedereen nodig hebben, werknemers, werkgevers, zelfstandigen en investeerders, als we uit deze crisis willen geraken.”

De Croo pleitte er bij de regeringspartners bij “ons niet te laten vangen door tweedracht”, en “te zoeken naar wat ons verenigt, en zoeken naar oplossingen”. “Dat geldt ook voor de sociale partners, van wie we verwachten dat ze op moeilijke momenten boven zichzelf kunnen uitstijgen. Niemand wint bij een niet-akkoord.” De premier herhaalde dat de regering een onderhandelingskader op tafel heeft gelegd waarbij er ruimte is voor extra’s in de sectoren die het afgelopen jaar goed hebben geboerd. “Ik blijf ervan overtuigd dat een evenwichtig sociaal akkoord de beste oplossing is.”

Ook Dermagne hield zich relatief op de vlakte. Nadat hij woensdag op Twitter wel expliciet de koppeling van de loononderhandelingen met de dividenden had onderschreven, deed hij dat donderdag in de Kamer niet. Hij benadrukte wel dat het sociaal akkoord een “solidair akkoord” moet zijn, dat “evenwichtig is in de verdeling van de winsten en de inspanningen.” “We voeren onze contacten uiteraard op en proberen een akkoord te faciliteren”, zei hij. “Ze hebben nog enkele dagen, en ik ben ervan overtuigd dat het essentieel is dat de sociale partners tot een akkoord komen.”

Corrigeer

MEER NIEUWS