Koppel Raymond Minnen en Maria Van Grieken stelt tegelijkertijd tentoon in ’t Getouw

Het koppel Maria Van Grieken en Raymond Minnen stelt tegelijktijdig tentoon in cc ’t Getouw in Mol. Hij met moderne kunstwerken, zij met patchwork.  

Het koppel Maria Van Grieken en Raymond Minnen stelt tegelijktijdig tentoon in cc ’t Getouw in Mol. Hij met moderne kunstwerken, zij met patchwork.  © Bert De Deken

Mol -

Raymond Minnen stelt vanaf 18 september werk van de laatste drie jaar tentoon in het Molse cultuurcentrum ’t Getouw. Gelijktijdig hangen in de gangen van het cc tien patchworkwerken van zijn vrouw Maria Van Grieken. Beiden zijn 71 jaar. “Als gepensioneerden gaan fietsen langs het kanaal is een tijdverdrijf dat niet aan ons besteed is”, zegt Van Grieken. “Zij is altijd bezig in de nette woonkamer, ik zit altijd in een vuil atelier”, zegt Raymond Minnen.

Het is Minnens 131ste expo, zo weet hij met zekerheid. Als er een prijs zou bestaan voor de meest productieve kunstenaar ter aarde – bij ons weten bestaat die gelukkig niet – zou Raymond Minnen zeker in aanmerking komen. “Hoeveel werken ik al gemaakt heb? Dat weet ik niet exact”, zegt hij. “Maar van de meeste werken heb ik foto’s gemaakt. Het zijn er duizendtweehonderd. Maar in werkelijkheid zijn het veel meer werken. Mijn grote werken bestaan vaak uit meerdere kleinere kunstwerkjes. Soms assembleer ik honderdzestig deeltjes tot een groot geheel.”

In de expo in ’t Getouw toont hij zestig nieuwe werken uit de laatste drie jaren. “Ik ben weer heel veel aan het lijmen, boren en vijzen”, zegt hij. “Bricoleren, zeg maar. Dat vind ik een plezant woord. Ik ben ditmaal niet vanuit een idee vertrokken, maar vanuit een bepaald voorwerp. Als iets zich aanbiedt, laat ik mijn verbeelding de vrije loop om uiteindelijk toch tot inhoud te komen. Het werk moet iets te vertellen hebben. Ondertussen ben ik al met het volgende werk bezig. Het is een kettingreactie. Zo heb ik twee glazen bollen gemonteerd op twee flessen jenever en daar een spiegel opgezet. Als je in het kunstwerk kijkt, zie jezelf dubbel. Ik heb het Eeneiige tweeling genoemd. Ik was oorspronkelijk een tweeling. Ik had een tweelingzus.”

Levenscredo

Voor de expo heeft hij als titel Umsonst. Trotzdem, gekozen, zijn levenscredo, zo blijkt. “Het is een uitspraak van sportjournalist Jan Wauters die ik 20 jaar geleden in Humo heb gelezen en ik heb die altijd onthouden”, vertelt hij. “Het betekent voor niks, ondanks. Je blijft volhouden ondanks het feit dat je er weinig voor terugkrijgt. Dat vind ik zowel van toepassing op algemeen menselijk gebied als op kunstgebied. Kunst is een strijd met jezelf om goede dingen te maken waarvoor je weinig respons krijgt. Ik ben zeven dagen op zeven bezig. Altijd nadenken en zoeken. Mensen gaan ervan uit dat je het allemaal los uit de mouw schudt. Als het resultaat er is, is dat plezant. Maar ik kan me niet inbeelden dat ik een dag niet met mijn werk bezig ben.”

“In mijn atelier op zolder is het een grote chaos. Pas als ik mijn werken op een tentoonstelling zie, neem ik afstand en ontdek ik mijn werk”, vertelt Raymond Minnen. 

“In mijn atelier op zolder is het een grote chaos. Pas als ik mijn werken op een tentoonstelling zie, neem ik afstand en ontdek ik mijn werk”, vertelt Raymond Minnen. ©  Bert De Deken

“Het is nodig geregeld tentoon te stellen”, zo gaat hij verder. “Omdat je dan eindelijk je eigen werk eens ziet. Dat klinkt allicht raar. Maar in mijn atelier op zolder is het een grote chaos. Op een expo kan je de werken isoleren van mekaar en samenbrengen zodat ze onderling reageren. Je neemt meer afstand en ontdekt je werk.”

Deze expo is geen overzichtstentoonstelling. “Daarvoor moet je dood zijn”, zegt hij. Maar Minnen ziet wel een evolutie in zijn werk. “Ik was eerst erg onder de indruk van de popart”, legt hij uit. Later ben ik meer in contact gekomen met de dadaïsten, de subversieve kant van de popart, met kunstenaars als Marcel Broodthaerts en Duchamp. Ook kunstenaar Jef Geys uit Balen heeft veel invloed gehad. Ook Geys was een gast die zijn eigen gang ging, zonder te denken aan centen. Dat is ook mijn credo: gewoon je eigen ding doen en we zullen voor de rest wel zien.

Het werk van Minnen is sterk gelaagd, maar er is altijd een laag humor aanwezig. Die humor maakt zijn kunst meteen ook toegankelijk voor een groot publiek. “Ik relativeer mezelf sterk in mijn werk en daar speelt humor een grote rol in”, beaamt hij.

“Maar de laatste tijd is het allemaal wat donkerder geworden. In plaats van kleuren gebruik ik nu veel roestverf. Dat is de leeftijd, denk ik”, lacht Minnen. “Vroeger was het samenstellen van een expo een fluitje van een cent. We hebben ooit honderdtwintig werken naar Oostende gebracht. Nu bezorgt een tentoonstelling me vooral veel stress. En ik wil het niet dramatiseren, maar ook corona heeft een rol gespeeld. Ik ging graag een pint drinken met mijn maten. De laatste jaren verzorg ik zelf onze tuin. De tuin doen en met kunst bezig zijn: ik vind dat een goede combinatie.”

Patchwork

Maria Van Grieken is al 40 jaar bezig met patchwork en toch het is nog maar de eerste keer dat ze er ‘solo’ meer naar buiten komt. “Patchwork is nog niet zo bekend bij het grote publiek”, zegt ze. “Het wordt meestal als handwerk bestempeld. In oorsprong is patchwork ook functioneel: je herstelt kledij met andere stofjes. Maar vandaag komt er nog weinig handwerk aan te pas. Ik werk uitsluitend met een naaimachine. In essentie komt het erop neer dat je verschillende stukjes stof – patches – aan elkaar zet om zo tot een groter geheel te komen.”

Van Grieken gebruik daarvoor vaste patronen en tekeningen. “De kunst bestaat erin zelf je kleuren en stoffen uit te kiezen. De combinaties zijn eindeloos. Ik recycleer in mijn werk alleen gebruikte stoffen. Patchwork wordt vandaag meer en meer gebruikt als decoratie of soms verwerkt in kledij.”

“Binnen de kunstwereld wordt het niet echt serieus genomen, maar dat hoeft ook niet. Mensen die met patchwork bezig zijn, zijn niet bezig met kunstrichtingen die ze willen aanhangen. Ik voel het als ‘een beetje artistiek bezig zijn’”, vat Maria Van Grieken haar passie samen.

IJdel

Raymond Minnen heeft zeker een reputatie die het regionale overstijgt. Maar volgens kenners had zijn werk internationaal kunnen zijn. “Ik moet een van de volgende dagen nog een werk opsturen naar Los Angeles voor Het Wende-museum, een museum voor kunst en geschiedenis”, antwoordt hij.

“Ze hadden mijn werk op het internet ontdekt. Dat doet me natuurlijk plezier. Ik heb ook een ijdele kant. Meestal is dat van een artiest heel groot. Maar bij mij is dat niet het geval. Ik heb vaak van galeriehouders en museumdirecteurs te horen gekregen: ‘Je bent een fantastisch kunstenaar maar veel te bescheiden. Trop modeste.’ Ik heb niet de houding van ‘hier ben ik’. De Kempense mentaliteit speelt daar ook een rol in. Ik vind dat niet erg”, voegt hij eraan toe. “Misschien had ik meer bekendheid kunnen verwerven. Maar wat ben je daarmee? Ik heb dat niet nodig. Ik heb liever dat men mij met rust laat en mijn ding laat doen. Maar ik zit nu wel met een groot probleem. Hier in huis staan nu 250 werken. Wat gaat ermee gebeuren als ik er niet meer ben? Wat krijgt mijn zoon in zijn nek?”

Werk van Raymond Minnen en Maria Van Grieken van 18 september tot 10 oktober in cc ’t Getouw. Ook hun atelier Toet-Anch-Ramon aan Ginderbuiten 53 in Mol is in die periode open voor het publiek.
Stijn Janssen

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio