Sciensano: “Oversterfte in 2021 aanzienlijk lager dan in 2020”

 

 ©  Kristof Vadino

De oversterfte lag in 2021 minder hoog dan in het eerste coronajaar 2020. Vorig jaar zijn meer dan 111.000 sterfgevallen waargenomen. Volgens de berekeningen van gezondheidsinstituut Sciensano waren er 5.192 bijkomende sterfgevallen in 2021, of 4,9 procent meer dan de verwachte 106.197 sterfgevallen. Ter vergelijking: van 2015 tot 2019 bedroeg de oversterfte gemiddeld 2 procent per jaar. In 2020 liep de oversterfte procentueel op tot 17,5 procent. Dat meldt Sciensano woensdag in een analyse van de oversterfte in 2021.

mtmBron: BELGA

De oversterfte vorig jaar werd gekenmerkt door drie golven van de Covid-19-epidemie, een  korte hitteperiode en de overstromingen van juli die samen 5.192 bijkomende sterfgevallen veroorzaakten. Tijdens de hitte tussen 16 en 19 juni werden 126 bijkomende sterfgevallen geteld. De overstromingen in ons land zorgden voor 58 bijkomende sterfgevallen, geeft Sciensano aan.

In 2021 werd een ondersterfte waargenomen bij personen vanaf 85 jaar, hetzij 291 minder sterfgevallen dan verwacht (-0,6%), hoofdzakelijk bij de vrouwen in die leeftijdscategorie (397 sterfgevallen minder dan verwacht). De oversterfte trof vooral de leeftijdsgroep van 65 tot 84 jaar met 4.905 bijkomende sterfgevallen (+11,1% oversterfte) en de leeftijdsgroep 15- 64 jaar met 1.320 bijkomende sterfgevallen (+9,1% oversterfte). Algemeen was de oversterfte bij mannen (+7,9%) hoger dan bij vrouwen (+3%).

Het aantal bijkomende sterfgevallen bedraagt 2.643 in Vlaanderen (+4,3%), 2.826 in Wallonië (+7,9%) en 459 in Brussel (+5,7%). De ondersterfte bij personen vanaf 85 jaar is waargenomen in Vlaanderen (-0,2%) en Brussel (-3,0%) maar niet in Wallonië (+0,7%), aldus de tabellen die Sciensano woensdag publiceert.

In 2021 zijn er 8.532 Covid-19-sterfgevallen geteld tegenover 19.819 in 2020. Het aantal bijkomende sterfgevallen ligt echter lager dan het totale aantal Covid-19-sterfgevallen. Een verklaring daarvoor is het feit dat niet elk Covid-19-sterfgeval noodzakelijk een bijkomend sterfgeval was. “Een deel van de personen, slachtoffer van Covid-19, hadden een leeftijd waarop men vanuit statistisch oogpunt kon verwachten dat zij in de loop van het jaar zouden overlijden. Wanneer het aantal bijkomende sterfgevallen over een langere periode wordt berekend, zoals het geval is voor een kalenderjaar, omvat deze periode zowel periodes van oversterfte als periodes van ondersterfte. De oversterfte van een volledig jaar is dan het resultaat van de som van de periodes van over- en ondersterfte”.

In 2021 is de oversterfte in verband met Covid-19 hoofdzakelijk waargenomen bij personen jonger dan 85 jaar tijdens sterftepieken in de derde en vierde golf. De ondersterfte bij personen ouder dan 84 jaar is ongewoon maar niet verrassend, rekening houdend met de aanzienlijke oversterfte in die leeftijdsgroep tijdens de eerste twee golven van epidemie in 2020 en met het feit dat er in 2021 minder COVID-19-sterfgevallen zijn waargenomen in deze leeftijdsgroep in vergelijking met de leeftijdsgroep van 65 tot 84 jaar.

Statistiekbureau Statbel publiceert net woensdag voorlopige sterftecijfers van 2021. Vorig jaar werden voorlopig iets minder dan 112.500 overlijdens geregistreerd. Dat zijn zo’n 14.500 overlijdens minder dan in 2020. In vergelijking met het gemiddelde in de pre-coronaperiode 2017-2019, werd in 2021 een matige stijging gezien met ongeveer 2.700 overlijdens (+ 2,5 procent). Deze stijging is aanzienlijk lager dan in 2020, toen met een stijging met ongeveer 17.000 sterfgevallen (+ 15,7 procent).

Als de voorlopige cijfers van 2021 vergeleken worden met het gemiddelde in 2017-2019, is er een stijging van zo’n 3 procent in het Vlaanderen en Wallonië. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er een daling met 1,2 procent tegenover het gemiddelde.

De verschillen tussen de cijfers van Statbel en van Sciensano (via het Belgian Mortality Monitoring model) kunnen worden toegeschreven aan methodologische verschillen. Zo houdt Be-MOMO geen rekening met sterfgevallen in het buitenland en het feit dat de twee modellen verschillende referentiejaren of wegingen gebruiken voor de berekening van het aantal verwachte sterfgevallen.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Meer over Coronavirus

Video

Keuze van de redactie