Toon Aerts wil beter doen dan zijn drie derde plaatsen tot nu toe: “Bronzen medaille zou nu een andere waarde hebben”

 

 ©  BELGA

Drie bronzen plakken liggen er al in de trofeeënkast van Toon Aerts. De 28-jarige Kempenaar hoopt zondagavond één en liefst twee trapjes hoger te staan. “Maar ik ben niet dé favoriet. Dat zijn Eli (Iserbyt, red) en Pidcock.”

Guy Van Den Langenbergh in Fayetteville

Aerts oogt ontspannen, al zorgt die pijnlijke uitschuiver op de balkjes vorige zondag in Hoogerheide nog wel voor enig lichamelijk ongemak. “Het is nog altijd een gevoelige plaats”, zegt Aerts. “Tijdens het fietsen heb ik er nog wel een beetje last van, vooral bij het staan op de trappers. Maar zondag verwacht ik geen last te hebben. Er is geen betere pijnstiller dan adrenaline.”

Aerts ontgoochelt nooit op wereldkampioenschappen. Fayetteville wordt nog maar zijn vijfde WK bij de profs maar met een vierde en drie derde plaatsen heeft hij al een serieus palmares opgebouwd. “Zeker als je ziet achter wie ik telkens op het podium stond. Twee keer achter Mathieu en Wout (Oostende en Bogense, red), één keer achter Mathieu en Pidcock (Dübendorf, red). Dat geeft die bronzen medailles een waarde die ze nu niet zou hebben. Het is duidelijk dat ik deze keer beter wil doen. Maar de topfavoriet ben ik niet. Eli (Iserbyt, red) en Pidcock delen die rol, daarachter komen een aantal jongens die kunnen winnen als alles meezit. Tot die categorie reken ik mezelf.”

Geen ideaal parcours

Al lijkt het parcours niet echt op zijn maat getekend: snel, weinig technisch, niet te lastig. “Dat zou toch kunnen tegenvallen”, denkt Aerts. “De hoogtemeters zijn wel degelijk aanwezig. En wie zegt dat ik snelle parcoursen niet aankan? Pontchateau was ook een snel parcours en daar werd ik toch Europees kampioen.”

Aerts (rechts) verloor zaterdag in Hamme nipt van Sweeck. 

Aerts (rechts) verloor zaterdag in Hamme nipt van Sweeck. ©  GOYVAERTS/GMAX AGENCY

De Kempenaar is zich bewust van de unieke kans die zich voordoet. “Je weet nooit wat de toekomst brengt maar de kans is reëel dat ik nooit nog aan de start van een WK zal staan zonder Wout en Mathieu”, klinkt het. “De komende jaren keren we terug naar Europa en kan het zo maar zijn dat Wout en Mathieu er terug bij zijn.”

Maar dat besef leeft ook bij andere landgenoten zoals Eli Iserbyt en Michael Vanthourenhout. Een tactisch plan lijkt zich op te dringen. “Ik denk dat we alle drie een ideaal scenario voor ogen hebben maar als we bijvoorbeeld met een aantal landgenoten vooraan in de koers de laatste ronde ingaan, dan moet er toch overleg zijn. Het moet alleszins de bedoeling zijn dat een landgenoot wint.”

Welke tactiek er gevolgd moet worden, is nog niet duidelijk. “Het zal volledig afhangen van de omstandigheden”, weet Aerts. “Met wie gaan we de finale in, hoe is de wedstrijd verlopen? Als ik er de laatste ronde nog bij ben, dan kijk ik in eerste instantie naar mezelf. Maar ik ga ook niet dom fietsen en zal in tweede instantie altijd naar een landgenoot kijken.”

Mondmasker verplicht in de bubbel van Belgian Cycling. 

Mondmasker verplicht in de bubbel van Belgian Cycling. ©  BELGA

Ideaal scenario? Aerts: “Ik hoop alvast op een lastige koers waarin we met een kleine groep de finale rijden. En dan kan er van alles gebeuren. Een sprint? Waarom niet? Ik vond mezelf zaterdag in Hamme een sterke spurt rijden waarbij ik maar nipt de duimen moest leggen tegenover Laurens. Eigenlijk heb ik in koers nog maar zelden een spurt verloren. En bijna altijd tegen Laurens Sweeck.”

Meer over Toon Aerts

Aangeboden door onze partners