Getuigenissen ten laste op Rwandaproces weinig samenhangend

BRUSSEL - Vier mannen, die in kamp Kigali waren op de dag dat de Belgische blauwhelmen er zijn omgebracht, hebben donderdag voor het assisenhof in Brussel getuigd in het nadeel van beschuldigde Bernard Ntuyahaga. De vier gewezen militairen, die nog altijd in Rwanda wonen, spraken elkaar soms tegen en het bleek dat ze elementen hadden verzameld uit het dossier of uit eerdere getuigenissen voor het hof.
Zo benadrukte een getuige dat gewezen majoor Ntuyahaga 's nachts naar kamp Kigali kwam. Anderen legden uit dat hij de Belgische blauwhelmen aan de schandpaal had genageld voor de militairen die hen later hebben gedood.

Voor de verdediging ging het om 'gekunstelde getuigenissen', een mening die niet wordt gedeeld door de advocaat van de Rwandese staat, die meent dat men hun getuigenissen niet op de letter mag beoordelen. Hij meent dat de onsamenhangende dingen te verklaren zijn door angst voor represailles, collectief schuldbesef na de genocide en hun jeugdige leeftijd.

Ntuyahaga heeft altijd volgehouden dat hij in de nacht van 6 op 7 april 1994 thuis bleef. Die nacht wordt beschouwd als het moment waarop de genocide is begonnen. Een bode van kamp Kigali bevestigde echter donderdag dat Ntuyahaga die nacht rond 2 uur gedurende tien minuten naar kamp Kigali kwam om er te overleggen met een majoor, die volgens het internationaal strafhof wordt beschouwd als een verantwoordelijke voor de genocide

'Hij heeft me zelf gevraagd of majoor Nzuwonemeye in zijn bureau was', stelde de getuige. Zijn getuigenis over hoe de blauwhelmen aan hun einde kwamen, komt verder maar weinig overeen met de vaststellingen van andere getuigen.

Een volgende getuige wilde voor het hof zijn eerder gedane verklaring aan de speurders niet bevestigen. Zo verklaarde hij dat Ntuyahaga er een korporaal had bijgeroepen toen hij de blauwhelmen uit zijn minibus haalde. Aan die korporaal zou hij hebben gezegd dat die Belgen achter de aanslag op het presidentieel vliegtuig zaten. De getuige stelde dit te hebben vernomen van een militair die bij de korporaal was.

Een derde getuige deed het net andersom. Tot grote verbazing van het hof, die hem er op wees dat hij in zijn eerdere verklaring nooit dergelijke dingen had gezegd, sprak hij zeer beschuldigend over Bernard Ntuyahaga. Zo zou Ntuyahaga volgens hem aan een kolonel die de Rwandese militairen wilde tegenhouden om de Belgen te doden, hebben gezegd 'ze te laten doden, die idioten'.
Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees