Joke Devynck en Koen De Bouw speuren naar verdwenen kind in Verheyen-film 'Vermist'

'Hoe kun je verwachten dat een vader in zijn zetel blijft zitten?'

Hij was eerder al speurder in 'De zaak Alzheimer', zij was een Gentse agente in de serie 'Flikken'. Samen trekken ze nu de kar in 'Vermist', de eerste politiefilm van Jan Verheyen. Koen De Bouw en Joke Devynck over het leven als acteur bij de Cel Vermiste Personen.



Zullen we in mijn bureau praten of verkies je de verhoorkamer?' vraagt Koen De Bouw terwijl we door de catacomben van het voormalige RTL-gebouw lopen waar de binnenopnamen van Vermist zijn gedraaid. De Bouw speelt in deze Vlaamse politiefilm de chef van de Cel Vermiste Personen, die met zijn team de zaak van een verdwenen meisje moet oplossen.

Zowel Koen De Bouw als Joke Devynck hebben kinderen. Het idee zelf een kind kwijt te raken is zowat hun ergste nachtmerrie. 'Natuurlijk denk je daar over na, en niet alleen als je dit soort film draait', zegt De Bouw. 'Je bent, gezien wat er de jongste jaren in dit land is gebeurd, wel verplicht er stil bij te staan. Maar beweren dat je weet wat een ouder wiens kind verdwenen is voelt, dat durf ik niet. Dat kún je niet begrijpen.'

Heeft de film daar iets aan veranderd?

Joke Devynck: 'Weet u, ik wíl er eigenlijk niet over nadenken. Je kunt proberen je als acteur enigszins in te leven, maar het is zoals de vader van Luna (slachtoffer van Hans Van Themsche, nvdr.) zei: Ik zit hier nu, maar ik kan het niet vatten dat mijn kind weg is.'

Koen De Bouw: 'Door de media worden we voortdurend met onze neus op de feiten gedrukt, hetzij een nieuwe zaak, hetzij de afwikkeling van een vroeger drama. Die aandacht van kranten en tv is goed. Er wordt tegenwoordig veel intenser naar verdwenen mensen gezocht en het speurwerk heeft een veel breder maatschappelijk draagvlak gekregen. De mensen van de Cel Vermiste Personen zijn ook blij met een film als Vermist omdat ze weten dat hij hun inspanningen vooruit helpt.'

Devynck: 'Sinds Dutroux is het publiek zich bewuster van het feit dat verdwijningen bijna alle dagen voorkomen. Daardoor zijn gaandeweg meer middelen vrijgekomen voor onderzoek en raken verdwijningszaken, naar mijn gevoel toch, iets sneller opgelost.'

De Bouw: 'En toch, middelen: daar blijft het voor een groot stuk om draaien. Speurders van de Cel Vermiste Personen kwamen regelmatig op de filmset en ze keken hun ogen uit wanneer ze de middelen zagen die wij ter beschikking hebben om een film te draaien. Computers, bureaus, auto's... daar waren ze best wel jaloers op. Als ik dan lees dat de politie geen blijf weet met de inkomsten uit verkeersboetes, dan vraag je je af waarom een deel van dat geld niet naar een afdeling gaat die elke euro goed zou kunnen gebruiken.'

Zal 'Vermist' iets teweegbrengen bij het publiek, aangezien het verhaal op de emotie speelt? Er wordt tenslotte gezocht naar een slachtoffer en niet naar een dader, zoals in veel andere films.

Koen: 'Dat vond ik een hele mooie omkering. Daarom ben ik ook voor dit verhaal gevallen.'

Devynck: 'Wat het zo boeiend maakt, is dat de speurders van de Cel beginnen met het opstellen van een profiel van een vermiste. Ze vragen zich af: wie is die man of vrouw? Dat is precies wat een acteur ook de hele tijd doet als hij in het vel van een personage kruipt.'

De Bouw: 'Anderzijds moet je dat element emotie niet overschatten. Als ik terugdenk aan De indringer, waarin ik de vader van een verdwenen meisje heb gespeeld, dan vind ik dat je daar als kijker gevoelsmatig een stuk sterker bij betrokken bent. In Vermist ligt de nadruk op de politiedienst die de ene verdwijning na de andere onderzoekt, als ik nu even de vervolgserie meetel die straks op de televisie komt. (negen afleveringen op VT4, nvdr.)'

Heeft u niet geaarzeld om deze rol te accepteren? Weer een politieman?

Devynck: 'Absoluut, maar de mooie cast, met Koen, Kevin Janssens, Stan Van Samang, Filip Peeters enzovoort, heeft me over de streep gehaald. Wat me wel een beetje dwarszat, was dat je je personage in een policier niet echt kunt uitwerken, het staat volkomen in dienst van de plot. Tegelijk werkt een politiefilm zo en vind ik dat type film best wijs om te zien.'

De Bouw: 'Ik wou vooral met Jan Verheyen werken. Het was al enkele keren bijna gelukt, maar telkens kwam er iets tussen. Gelukkig is Jan altijd achter me aan blijven gaan, want de samenwerking verliep bijzonder prettig. Jan werkt zeer snel en efficiënt. Daar hou ik van.'

'We hebben niet alleen de film gedraaid, we zijn nog altijd bezig de negen Vermist-afleveringen voor VT4 in te blikken. Wij acteurs zullen in totaal zo'n zeven maanden aan de slag zijn geweest. Dan kun je gelanterfant, twijfel en onzekerheid bij een regisseur missen als kiespijn. Ik ben ook niet de acteur die een scène dertig keer opnieuw doet, ik heb daar geen zin in. Jan zorgt dat het niet hoeft, want hij heeft zijn huiswerk gemaakt.'

Dat hebben jullie ook gedaan door mee te lopen met de Cel Vermiste Personen. Hoe ver ging dat?

Devynck: 'Alain Remue (de chef van de Cel, nvdr.) en Guido Van Rillaer hebben een hele namiddag uitgetrokken om ons de hele uitleg te geven, met foto's van verdwijningen en teruggevonden slachtoffers. Foto's die je normaal nooit te zien krijgt en die je eigenlijk niet wilt zien. We hadden ook graag bij een verhoor gezeten, maar dat hebben ze afgeblazen. Acteurs hebben nu eenmaal een te bekend gezicht.'

De Bouw: 'Joke heeft via Flikken en ik via De zaak Alzheimer al enige ervaring met politiewerk, maar dit was toch weer iets heel specifieks. Bovendien kregen wij de verhalen uit de eerste hand te horen, niet gefilterd door krant of journaal. Ze vertelden ons de verhalen heel eerlijk, en die zijn rauw en hard. Elke keer dacht ik hoe zwaar het moet zijn om bij al die gruwel mens te blijven.'

'Wanneer de speurders van de Cel hun relaas doen, gebeurt dat toch met enige afstandelijkheid. Maar het viel op dat, toen we samen de film zagen, zij de eersten waren om erg emotioneel te reageren.'

Devynck: 'Mij viel hun humor op, hele zwarte humor soms. Dat moét gewoon om te overleven wanneer je alle dagen met verlies en wreedheid wordt geconfronteerd. Toen we een briefing bijwoonden waarop het lijstje met een viertal vermiste personen van die dag werd overlopen, zette ik me schrap voor een sombere bedoening. Maar dat bleek het niet te worden.'

Wat heeft u van de echte rechercheurs geleerd dat bruikbaar was voor uw rol?

De Bouw: 'Wat ik vooral heb onthouden, is iets wat je niét ziet in de film: al de paperassen. Die mensen steken daar een hoop tijd in, maar dat filter je natuurlijk weg want je hebt tenslotte maar honderd minuten om je verhaal te doen.'

'Voorts was er de aandacht voor de details. Het moet juist zijn, hoewel ook hier weer het compromis om de hoek gluurt. Je mag geen flauwekul verkopen, maar ook nooit het cinema-aspect uit het oog verliezen.'

Devynck: 'Waar ik een tijd mee heb rondgelopen, is wat ik Alain Remue eens hoorde zeggen: beesten zijn beter dan mensen. Ik begrijp dat, want zij worden vaak geconfronteerd met het slechtste in de mens. Tegelijk slagen ze erin hun vertrouwen niet te verliezen. En als ik even het grote cliché mag bovenhalen: het mooiste voor hen is het terugvinden van een kind. Maar het is wel écht zo.'

De Bouw: 'Die mensen moeten er zo nu en dan wel eens tussenuit, een beetje zoals een verkeersleider die voortdurend onder extreme stress werkt. Zij vangen iedereen op, maar wie vangt hén op?'

Devynck: 'Anderzijds vertelden ze mij ook dat er bij hen nog nooit een psycholoog over de vloer is geweest. Ze lossen hun problemen zo veel mogelijk onder elkaar op. Bij een goeie Tripel, of welk bier was het nu ook weer?'

Blijft zo'n rol aan je kleven als acteur?

De Bouw: 'Nee, het is werk. Dit mag je niet aan je laten kleven.'

Devynck: 'Je pakt het voor een stuk mee, maar kleven doet het niet. De zaak rond Annick Van Uytsel liep enigszins parallel met het draaien van de film. Toen haar fiets werd gevonden, zaten wij 's nachts met een fietsje te filmen. Toen haar lichaam uit het water werd gehaald, draaiden wij 's anderendaags bij de vaart waar de auto wordt opgevist. Natuurlijk, daar word je wel even stil van.'

De Bouw: 'Als acteur kom je in veel verschillende milieus en ik beschouw dat als een voorrecht. Je stapt door poorten die voor normale burgers gesloten blijven. Al die werelden wisselen elkaar zo snel af dat je er niet al te lang in kunt vertoeven. Pas op, er is telkens weer de verbazing, de nieuwsgierigheid en de interesse, maar je moet na een tijd verder.'

Wat vindt u van de vader van het verdwenen meisje die in 'Vermist' het recht in eigen handen neemt?

Devynck: 'Ik heb alle begrip voor die man. Dat is trouwens een knappe lijn in de film, vind ik. Als je in de schoenen van die vader zou staan, zou je ook het gevoel hebben dat er onvoldoende naar je dochter wordt gezocht. Je wilt dat heel de wereld uitkijkt naar je kind. Dat klinkt buitensporig, maar uiteindelijk heb je het recht dat te verlangen.'

De Bouw: 'Hoe kun je verwachten dat een vader in zijn zetel blijft zitten in die situatie? Ik wil het hier niet hebben of je dat moet goed- of afkeuren, ik snap hem gewoon.'

Politiefilms zijn schaars in Vlaanderen. Waar valt die vorige grote policier 'De zaak Alzheimer' te vergelijken met 'Vermist'?

De Bouw: 'Qua beeldvoering zijn er raakpunten, maar vooral het grote verschil valt op. In De zaak Alzheimer krijg je een duidelijke kijk op het leven van Vyncke. Moordenaar Ledda spreekt Vyncke zelfs aan op wat er in zijn leven is gebeurd. Uiteindelijk groeit er daardoor een zekere band tussen dader en speurder.'

'Vermist vertelt het achtergrondverhaal van de politiemensen nauwelijks. De case van het verdwenen meisje primeert. In de tv-serie krijgen de figuren iets meer body, maar een psychologisch drama waarin de acteurs worstelen met hun eigen tragiek wordt het nooit.'

Devynck: 'Ik ben blij dat ik in de serie mijn personage iets meer kon ontwikkelen. Zonder dat zou ik er toch een ietwat onbevredigd gevoel aan hebben overgehouden.'

Zijn er wetten van Meden en Perzen die je in het achterhoofd moet houden als je in een politieverhaal speelt?

Devynck: 'Grote wetten niet, wel kleine handelingen die je niet meer vergeet. Hoe je iemand handboeien omdoet bijvoorbeeld, of hoe je een pistool vasthoudt: met twee handen en nooit je vinger op de trekker, tenzij je gaat schieten.'

De Bouw: 'En altijd je pistool naar de grond richten zolang je niet iemand in het vizier wilt nemen.'

Ooit geoefend met schieten?

De Bouw: 'Zeker, in een schietstand.'

Devynck: 'Vooral zo'n mitrailleur vond ik indrukwekkend. Ik vind schieten best spannend, want uiteindelijk ben je toch je eigen scherpte aan het testen. Het gaat om mikken, en daarvoor moet je een vaste hand hebben. Maar ik mag er niet aan denken dat ik ooit een wapen op een mens zou moeten richten.'

De Bouw: 'Schieten is ook een sport en de techniek van zo'n wapen is op zich wel mooi.'

Ten slotte: dit gesprek ging over behoorlijk ernstige zaken. Bekruipt u niet de neiging uit te schreeuwen: hé, it's only entertainment?

Devynck: 'Dat ís natuurlijk ook zo, maar tegelijk is dat zwaarwichtige element net datgene waar mensen op reageren. Mensen worden nieuwsgierig naar de Cel Vermiste Personen, ze willen weten hoe ze werken, hoeveel verdwijningen er zijn (elk jaar zo'n 1.100, nvdr.). En dat is mooi meegenomen.'

'Vermist' komt volgende woensdag, 31 oktober, in de bioscoop

Corrigeer

NIET TE MISSEN

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees