Jans Koerts legt uit waarom renners doping nemen en hoe hij en zij het doen

'Als iedereen doping neemt, dan doe je gewoon mee'

'Als iedereen doping neemt, dan doe je gewoon mee'

Jans Koerts: 'Ik heb geen spijt van wat ik heb gedaan. Maar ik wil dat jonge coureurs niet in hetzelfde parket komen als ik.'TON WIGGENRAAD
Foto: © FOTO TON WIGGENRAAD

Acht jaar wielerprof was Jans Koerts (37) voor hij doping begon te gebruiken. Bijna vijf jaar zou hij testosteron en epo nemen. 'Als iedereen het doet en het is niet op te sporen, dan doe je gewoon mee,' zegt de Nederlander.



Een eerlijke kerel met een peperkoeken hart en een hersenpan die niet ingesteld is op intriges en bedrog: die indruk maakt de 37-jarige renner Jans Koerts in zijn bescheiden woning op de Belgisch-Nederlandse grens. Wielerfans kennen hem, al was hij wat in de vergetelheid geraakt toen hij op 25 juli aan presentator Mart Smeets in De avondetappe toegaf dat hij doping genomen had. Ook in het Nederlandse blad Sportweek luchtte hij zijn hart, maar nooit ging hij zover als in dit gesprek.

Meer dan zestig keer kreeg Koerts overwinningsapplaus, meestal na een sprint waarin hij met krachtige lendenrukken uithaalde. Sprinten, dat kon hij wel. Vallen ook: meer dan hem lief was, en hij brak veel. Maar geen rittenkoers ging voorbij of Koerts trok er ooit aan het langste eind, zoals in de Ronde van Spanje, Parijs-Nice of Midi-Libre. In 2000 won hij ook het Nederlandse kampioenschap op de weg. Bij geen enkele ploeg bleef hij evenwel langer dan twee jaar; ondertussen is hij al aan zijn veertiende werkgever toe. Zowel bij toppers zoals PDM, Festina, Rabobank, Domo-Farm Frites en Cofidis ging hij aan de slag, als bij kleine ploegjes zoals Palmans, Cologne en Bankgiroloterij. Sinds vorig jaar is hij amateurrenner.

Denk je niet dat je beter gezwegen had over je dopinggebruik?

'Neen. Waarom moet ik spijt hebben van iets wat het hele peloton doet? Ik was lang naïef. Ik heb spijt dat ik niet eerder op de hoogte was, anders had ik er vroeger mee kunnen beginnen. Jans, je hebt altijd achterop gelopen jongen denk ik achteraf. Je hebt te weing uitgezocht, je bent er niet goed mee bezig geweest.'

In 1991 mocht je als stagiair meteen aan de slag bij PDM.

'Heel zenuwachtig was ik, toen ik voor het eerst koerste met toppers als Jean-Paul Van Poppel en Erik Breukink: PDM was een topploeg. Maar in de Ronde van Frankrijk, waarvoor ik nog te jong was, stapten onze renners af na de Intralipid-zaak. Eerst werd gezegd dat het om bedorven kip ging en daarna dat het infuuszakken met bedorven suiker betrof. Ik was 21 en geloofde dat, ja. De ploegmaats zwegen natuurlijk als het graf. Of het om georganiseerde doping ging? Denk ik wel. Als je weet dat het spul achteraan in de auto heeft gelegen en de dokter wordt gelijk op straat geschopt omdat hij een ezel is, omdát hij het spul in de auto in de volle zon had laten liggen... Dat het geen suikers of een vitaminepreparaat was, weet ik nu. Maar wat precies weet ik nog altijd niet.'

Welke doping nam jij toen?

'Ik was helemaal zuiver. Na PDM reed ik bij Festina, vanaf 1993, en in die ploeg nam ik onder begeleiding van dokter Eric Rijckaert testosteron. Voor het eerst. Om te herstellen. Hij schreef me na zware periodes regelmatig Undestor voor. Hij had het me aangeraden, en wat een dokter zegt ga je niet tegenspreken. Rijckaert was het ook die zei dat het één dag opspoorbaar was. Pak een kuurtje van vier dagen, zei hij: 's morgens en 's avonds een bolletje, en de andere dag twee bolletjes 's morgens en 's avonds. Je stopt op het moment dat de dokter zegt dat je ermee moet stoppen. Dát is je lichaam verzorgen. Iedereen doet het en als je niet positief bent op de controle.... Waar ik wel tegen ben, is bloeddoping, waarover Jesus Manzano verteld heeft. Hij had nooit problemen met controles omdat een verzorger bolletjes in zijn urinebuis aanbracht. Als ik dat hoor staan mijn oren te klapperen hoor. Wist ik niets van. Dan denk ik: Jezus Christus, heb ik met zulke mannen gekoerst?'

'Bij Festina moest ik eind 1994 weg. Op hangen en wurgen kreeg ik een contract bij Palmans, voor zeventienduizend frank per maand. Een flinke stap terug.'

Omdat je geen epo nam? Eind jaren tachtig was het opgedoken als wondermiddel om de uithouding te verbeteren. Begin jaren negentig waren de Italiaanse ploegen bijna onaantastbaar, denk aan de ploeg Gewiss die in de Waalse Pijl 1994 de topdrie haalde met Argentin, Furlan en Berzin.

'Op dat moment stond ik er helemaal niet bij stil dat ik een flinke stap moest terugzetten omdat ik niet deed zoals de anderen. Als je dan hoort dat coureurs van mijn leeftijd, zoals Erik Zabel, toen begonnen te nemen, en dat hun carrière heel anders is uitgedraaid.... Terwijl ik ze er als amateur had opgelegd, wonnen zij opeens goede koersen. Na de Festina-Tour in 1998 heeft verzorger Willy Voet zijn boek Prikken en slikken geschreven. Ik ben geschrokken van de dopingschema's in zijn boek over mijn eigen ploegmaats (zoals Richard Virenque, red.). Toen ik de film terugdraaide, viel mijn frank en begreep ik ineens een aantal feiten. Ja, godverdomme. Ik had nooit ergens iets van gemerkt.'

Wat werd in het peloton toen eigenlijk gedacht over epo?

'Ik herinner me een uitspraak van Edwig Van Hooydonk uit 1996, toen hij gestopt is. Hij zei dat er iets nieuws was: epo. Ik moest lachen toen ik dat hoorde. Waar heeft die het nou over, dacht ik. Echt waar.'

In 1997, je reed bij Rabobank, is de hematocriettest ingevoerd, een anti-epotest. Als het aantal rode bloedlichaampjes in je bloed vijftig procent bedraagt, mag je twee weken niet koersen. Tegelijk zet die test de deur open naar misbruik: renners met een hematocriet onder vijftig konden epo bijspuiten tot net onder vijftig, want epo was tot in 2000 niet opspoorbaar.

'Op een gegeven moment moest ik in de Ronde van Duinkerke bij ploegdokter Geert Leinders op de kamer komen. Hij controleerde mijn bloed. Daarna gaf hij me zouttabletten. Zouttabletten?! Vanavond goed drinken en zout nemen, anders zal het misschien veertien dagen rust zijn, zei hij. Maar als je geen doping neemt, hoef je toch ook niets te nemen om te maskeren? Nu, ik moest ook niets maskeren, maar wel onder 50 blijven. Probleem is dat mijn natuurlijke waarde tussen 49 en 50 schommelt: dat was dus nog een keer pech. Want andere renners met een natuurlijke waarde van 41 of zelfs 45 konden rustig bijspuiten. Dat is echt de rottigheid. Dat moet ook gewoon stoppen. Ik heb nog resultaten met mijn bloedwaarden als nieuweling. Iedere renner heeft die. Je moet die hematocrietgrens van vijftig afschaffen en het hele jaar door de bloedwaarden controleren. Dan weet je genoeg.'

Rabobank had geen plaats meer voor jou in 1999, je stapte over naar de kleine Duitse ploeg Team Cologne. En toen veranderde alles.

'We waren op trainingskamp in Spanje voor de Ruta del Sol. Ik dacht dat ik het maar eens moest doen, epo proberen. In Spaanse apotheken is het te krijgen zonder voorschrift, zeiden ze. Dus heb ik naar huis gebeld en overlegd. Misschien moet je het maar eens proberen, zei mijn vriendin. Daarop ging ik de apotheek binnen: je vraagt ernaar en je krijgt het. Die eerste keer dat ik het nam was hier in de keuken, op een avond. Ik nam de spuit uit de koelkast. Ik had natuurlijk op internet gekeken: wat is de reactie, hoe werkt het, wat houdt het precies in, wat is de dosering? Het moest heel gedoseerd, anders kon ik naar 52 of 53 doorschieten. Ik moest het in een zware periode nemen, toen ik best laag zat in mijn rode bloedcellen. Want bij zware inspanningen verlaagt je hematocriet, dan was het bijvoorbeeld slechts 45 of 44.'

Welke dokter spoot het in?

'Ik spoot het zelf in. Ze vertelden dat je het onder de huid moest zetten. In de buik, benen of armen. Op de plek waar je het zelf het fijnste vindt. Vind je het vreemd dat ik mezelf inspoot? Als renner ben je dat nochtans gewoon. Als prof moet je namelijk zelf vitaminespuiten zetten. Vitamine C of magnesium, zoals bij een ijzertekort. Niet in tabletvorm, omdat een spuit veel sneller werkt: rechtstreeks in de aders slaat het gelijk aan.'

Toen je de apotheek in Almeria binnenstapte, vond je dan dat je iets deed wat niet mocht? Overschreed je een morele grens?

'Helemaal niet. Uit de verhalen in het peloton bleek dat iedereen aan de epo zat. Het was ook niet opspoorbaar. Dus ja, iets wat niet vindbaar is, is dat ook strafbaar? Waarschijnlijk wel, maar als ze het niet kunnen vinden, en iedereen het doet, doe je gewoon mee. Nee, ik dacht: nu strijden we eindelijk met dezelfde wapens. Met in mijn achterhoofd: had ik maar een natuurlijke waarde van 37 en geen 49 tot 50.'

Wat hield je eerste epobehandeling juist in?

'Een kuurtje van één doos Eprex, dat zijn zes spuiten van 2000 eenheden. Ik weet nog dat ik het eerste kuurtje drie spuiten gebruikt heb: duizend eenheden om de dag, gelijk toen ik terugkwam van de Ruta. Wat ik voelde? Sneller herstel, en je kon dieper gaan in de training. Je bent gewoon fitter. Ik ging makkelijker rijden, het zelfvertrouwen groeide.'

Dan overweeg je toch om systematisch epo te nemen?

'Je wacht af hoeveel effect het heeft. Het had een goed effect, ondanks de kleine dosering.'

Wanneer heb je dan opnieuw epo genomen?

'Na het Nederlands kampioenschap op de weg heb ik een tweede kuurtje genomen. Je moest trouwens alles zelf betalen; ik geloof zo'n 450 euro voor dat doosje, voor zes spuitjes, best wel prijzig. In heel mijn carrière heb ik een doosje of acht gebruikt, twaalf spuiten. Het loonde, jazeker! Kijk je alleen maar terug naar vroeger, vloek je. Dan snap je het. Later heb ik via internet nog een paar keer epo besteld en laten opsturen uit Spanje. Wat een lul ben ik geweest. Stel je voor dat het opengemaakt werd.'

Hoe is je epogebruik verder geëvolueerd?

'Vanaf 1999 nam ik het, maar vanaf 2000 werd het dus stilaan opspoorbaar. Alweer pech. Hoewel ik me bijvoorbeeld toch voorbereid heb op de Ronde van Spanje dat jaar, en er een rit won. Tot 2004 ben ik het af en toe blijven nemen, met uitzondering van 2002 toen ik bij Domo-Farm Frites reed. Nochtans was ik heel blij toen het opspoorbaar werd. Dan hoef ik het niet meer te nemen, dan hoeft niemand het nog te nemen, dacht ik. Maar iedereen bleef gewoon nemen.'

'Het jaar dat ik bij manager Patrick Lefevere reed, bij Domo-Farm Frites, had ik veel schrik. In het oefenkamp werd ervoor gewaarschuwd. We controleren dit en dat, als we ook maar iets merken volgen er gelijk sancties. Oh shit, dat ga ik maar eens even een jaar niet doen, dacht ik. Het risico op ontslag was veel te groot. Ik was het jaar voordien Nederlands kampioen geworden: dan is ontslag liever niet aan de orde.'

Heb je die titel op een zuivere manier behaald?

'Niet helemaal. Dat jaar, in 2001, reed ik bij de Amerikaanse ploeg Mercury en heb ik het ook gedaan. Ik had een tweejaarscontract, het eerste echt goede contract in mijn leven. En wat gebeurt er? Ze stopten er het eerste jaar mee. De laatste keer dat ik epo nam was bij Bankgiroloterij, in 2003.'

Je wil spijtoptant worden, zei je.

'Daarom heb ik bekend bij Mart Smeets. Men zei me: nou heb je een bommetje gegooid jongen, hier gaat nog wat achteraan komen. Dat is net goed. Ik ben voor een schone wielersport, zodat jonge coureurs niet in hetzelfde parket komen als ik. Niet dat ik spijt heb van wat ik gedaan heb. Je komt overal veel te laat achter en dan ineens word je voor de keuze gesteld: als je niet neemt, ga je werken, als je wel neemt kun je beroepsrenner blijven. Ik ben op mijn negende begonnen, heb heel hard gewerkt om beroepsrenner te worden, dat gooi je niet zomaar weg.'

'Als men het vraagt gooi ik alles op tafel. Het verleden, dat was een wereldje op zich, een wereld binnen een wereld. Ze moeten kijken wie de dokters zijn, wie er omheen loopt, wie er nog meer aan verdient. Dat is natuurlijk heel moeilijk. Er zal wel niks zwart op wit zijn, en wat kun je dan bewijzen? Maar als ze gaan spitten, gaan ze toch heel ver komen. En de renners moeten zich eindelijk verenigen en een vuist maken. Als ze het ethisch charter niet willen tekenen, dan tekenen ze niet. Als daardoor geen Ronde van Frankrijk plaatsvindt, dan is het maar zo.'

Hoeveel procent van wat je weet heb je nu kunnen zeggen?

'Vijftien procent.'

Corrigeer