De perfecte misdaad

De slachter van Bergen: het raadsel blijft onopgelost

De slachter van Bergen: het raadsel blijft onopgelost

Foto: belga

De laatste lugubere stukjes van de puzzel die de seriemoordenaar van Bergen had gelegd, werden in 1998 teruggevonden. Daarna hield hij er abrupt mee op. ,,Ook na al die jaren verdienen de families van zijn slachtoffers toch een antwoord?''

In het blauw en roze kruis staan een hart gegrift, doorboord met een pijl, en een naam: Jacqueline Leclercq. De plastic bloemen zijn verkleurd door de regen en door de tijd. Een foto van Jacqueline, uit de krant geknipt en in plastic gestoken, lacht naar de voorbijganger. Maar niemand houdt hier nog halt. ,,U moet me excuseren'', zegt haar zus, Georgette Leclercq, haastig. ,,Het moet er vreselijk bij liggen. Ik ben er al een jaar niet meer kunnen langsgaan. Ziekenhuis in en uit. Ik sukkel met mijn rug. Te veel stress, madame .''

Negen jaar geleden duwden Georgette en haar moeder het kruis in de berm van de Emile Vanderveldestraat tussen Cuesmes en Mons, op de brug net achter de bocht. De berm duikt op die plek steil naar beneden, tot tegen een muur. Tegen die muur had de politieman Olivier Motte, die op zijn paard voorbijsjokte, op 22 maart 1997 negen vuilniszakken met lichaamsresten gevonden. Jacqueline bleek een van de stukjes van de puzzel die le Dépeceur de Mons - de Slachter van Bergen - had uitgestrooid.

,,Mijn moeder gelooft nog altijd niet dat ze dood is. Zij is dement. Door de schok is het nog erger geworden. Elke keer vraagt ze me: Georgette, waar is Jacqueline? Waarom komt ze niet? Ik leg het haar telkens weer uit: Mama, Jacqueline is er niet meer, Jacqueline is dood . Maar het enige wat zij zich herinnert, is dat mijn zus twee dagen voor ze verdween, thuis is geweest om mijn verjaardag te vieren.''

Georgette heeft bijna elke minister aangeschreven. En de koning. ,,Ik heb het volste vertrouwen in de onderzoeksrechter. Maar hij heeft al die tijd te weinig middelen gekregen om zijn werk goed te kunnen doen.'' Ze verwoordt de twijfel van andere families van de slachtoffers van de Slachter. Wat als het geen vrouwen uit de marge van de samenleving waren geweest, maar echtgenotes van de bourgeoisie van Bergen? Zouden er dan meer speurders op de zaak gezet zijn?

Eenzame prooien

In de schijnwerpers van de nationale en internationale media begon de woordvoerder van het parket van Bergen, Didier Van Reusel, op 22 maart 1997 aan een lugubere opsomming. De gemeentepolitie had negen vuilniszakken gevonden in de Emile Vanderveldestraat in Cuesmes, met daarin armen, benen, voeten en dijen. De vrouwen waren gewurgd, hun lichamen achteraf in stukken gezaagd.

Een dag later werden in dezelfde straat nog eens twee zakken gevonden, en nog één in de Chemin de l'Inquiétude in Cuesmes. Drie weken later doken nog enkele zakken op, in Havré. Uit het onderzoek van de wetsdokters van de universiteit van Luik, die het puzzelwerk deden, bleek dat de seriemoordenaar van Bergen op zijn minst vier vrouwen had vermoord.

Het eerste slachtoffer dat werd geïdentificeerd, was Nathalie Godart, van wie de politie het hoofd had gevonden op het domein van een oude kruitfabriek in Havré. Godart (21) was aan lagerwal geraakt na haar echtscheiding en de plaatsing van haar dochtertje. Volgden: Jacqueline Leclercq (33), die schoonmaakster was voor het OCMW, de voormalige prostituee Martine Bohn (43), die na een auto-ongeluk van een uitkering leefde, en Carmelina Russo (46), een demonstratrice in supermarkten die in een depressie was gesukkeld. Van Carmelina Russo was meer dan een jaar tevoren het bekken teruggevonden in een vuilniszak in de Schelde in het Franse Château-l'Abbaye, nabij Valenciennes. Pas met de andere vondsten werd duidelijk wat haar lot was geweest. De Slachter had meer dan waarschijnlijk de resten gedumpt in de rivier La Haine, in Cuesmes, waarop de stroming ze had meegevoerd.

In april 1998 werden in een boomgaard in Hyon enkele tanden en halswervels blootgelegd. Op diezelfde plek hadden spelende kinderen enkele maanden voordien een schedel gevonden. Het bleken de vergane resten van Begonia Valencia (38), een vrouw uit Frameries met zware psychische problemen. Opvallend: ze zaten niet in zakken, maar vertoonden wel sporen van een metaalzaag.

Omdat noch op hun vindplaatsen noch op de resten van de vuilniszakken zelf enig spoor van de dader gevonden werd, hadden de speurders maar één aanknopingspunt: de slachtoffers. Ze frequenteerden allen de stationsbuurt van Bergen. Ze waren verslaafd aan drank of pillen, sommigen hadden een psychiatrisch verleden. Ze hadden deels of geheel gebroken met vrienden en familie. Eenzame, kwetsbare prooien, die een man zouden volgen voor een pint in een warm café.

Na de vondst van Begonia Valencia doken geen vuilniszakken meer op. De Slachter van Bergen leek er even abrupt mee opgehouden als hij begonnen was. Speurders zuchtten: ,,De perfecte misdaad bestaat.''

Profiel van de dader

Ghislaine Bonaventure heeft al tientallen theorieën gehoord, de ene halfgaarder dan de andere. De misdaadjournaliste voor de RTBf in Bergen was van meet af aan gefascineerd door de zaak. ,,Aan de vindplaatsen van de zakken is wel vaker een betekenis toegeschreven.'' De Slachter zou bijvoorbeeld bewust zijn terrein hebben gekozen tussen de riviertjes La Trouille (de Angst) en La Haine (de Haat). Er lagen vuilniszakken in straten als de Chemin de l'Inquiétude.

,,Nonsens'', zegt Bonaventure. ,,De belangrijkste vindplaats was de Vanderveldestraat. Het enige wat je eruit kunt afleiden, is dat hij de streek goed kende. Hij pikte er de plekjes uit waar hij ongestoord de vuilniszakken kon dumpen.'' Al even grote nonsens vindt ze de theorie dat de dader solde met de politie door de resten te dumpen op het moment dat de klopjacht al volop aan de gang was. ,,Hij raakte in paniek en wilde zo snel mogelijk van die zakken af. Hij had zijn moordzucht niet meer onder controle. Deze man wilde niet gevonden worden. Hij liet geen enkel spoor na.''

Met de schaarse aanwijzingen heeft de Cel Corpus, die het onderzoek voert, een profiel van de seriemoordenaar van Bergen opgesteld. Hij woont alleen. Hij heeft een wagen om zijn slachtoffers te vervoeren. Hij woont ruim, zodat hij ongestoord zijn gang kan gaan - de lichamen waren zorgvuldig in stukken gesneden, en zoiets vergt tijd, ruimte en rust. Hij is geen chirurg en geen slager, want het snijwerk was niet professioneel genoeg: op een dijbeen begon hij drie keer opnieuw voor hij de juiste plek had. Hij woont in de streek: de vuilniszakken waren gekocht in een winkeltje in Bergen. Ofwel is hij heel uitgekookt, ofwel kocht hij ze daar omdat hij er vaak passeerde. Hij is heel stipt met betalingen en paperassen om het risico op controles te vermijden.

De enige verdachte die een tijdje in de cel zat voor de moorden, beantwoordde niet aan dat profiel. Leopold Bogaert, alias de Zigeuner, een messenslijper die toen bij een familie in een woonwagenkamp in Jemeppe-sur-Sambre woonde, was het ex-vriendje van Nathalie Godart. Iemand had hem aangewezen nadat een robotfoto was verspreid van een man die bij de dumpplaatsen was gezien. Maar Bogaert had vaste verblijfplaats noch wagen. Na zes weken liet de politie hem vrij. De DNA-analyse leverde geen bewijzen op en zijn alibi was waterdicht. Toen Bogaert naar Frankrijk verhuisde, waarschuwde de Belgische politie haar Franse collega's. Bogaert leidde er tot nu toe een onbesproken leven.

Psychiatrisch ziekenhuis

Waarom hield de seriemoordenaar van Bergen er plots mee op? Zit hij voor een ander misdrijf in de cel? Pleegde hij zelfmoord of is hij een andere dood gestorven? Zet hij elders zijn lugubere reeks voort? Seriemoordenaars, zeggen kenners, houden nooit op. Ze lassen misschien een rustpauze in, maar ze beginnen altijd opnieuw. ,,Een van de theorieën wijst naar het NAVO-hoofdkwartier Shape bij Bergen'', zegt Bonaventure. ,,Daar werken militairen en burgers uit vele landen met contracten van twee jaar. Is het toeval dat het moorden net binnen zo'n tijdspanne viel?''

Maar het denkspoor dat volgens Bonaventure misschien nog het meest had kunnen opleveren, is dat van het psychiatrisch ziekenhuis Chêne aux Haies in Bergen. Een verpleegkundige vertelde de journaliste dat niet twee, zoals eerst gedacht, maar vier van de vijf slachtoffers daar even verbleven tussen 1990 en 1995. ,,Het is monnikenwerk om na te gaan wie er op dat moment patiënt was en personeelslid. De speurders zijn niet verder teruggegaan dan 1996.''

Zodra een grote moordzaak de voorpagina's haalt, zoeken de families verbanden met de Slachter. Michel Fourniret? ,,Ander profiel van slachtoffers, andere werkwijze'', zegt Bonaventure. Interessanter is de Française Jeanine Sopka, van wie in 2003 resten zijn teruggevonden in de Schelde in Noord-Frankrijk, niet ver van de Belgische grens. ,,Zij werd gevonden in de buurt van de plaats waar het bekken van Carmelina Russo lag. Zij had hetzelfde profiel als de slachtoffers van Bergen, ze was in stukken gezaagd en zat in plastic zakken. Bij haar waren, net als bij Martine Bohn, de tepels weggesneden. Dezelfde dader? Een copycat? Het werk aan Franse kant schiet niet op.''

,,Het onderzoek gaat door. Er komt nog altijd informatie binnen en onze onderzoekers werken erop. De politie blijft tijd en mensen investeren in de zaak.'' Meer wil Pierre Pilette, de onderzoeksrechter van het parket van Bergen, niet kwijt over de seriemoordenaar van Bergen. ,,Ze hebben het uiterste gedaan'', zegt Bonaventure. ,,Maar ze kregen niet de middelen die nodig waren, met de zaak-Dutroux toen en het onderzoek naar de Bende van Nijvel dat net nieuw leven was ingeblazen. Nu is de cel nagenoeg ontmanteld. Als dit nog opgelost raakt, zal het door het toeval zijn.''

Poëzie

Wie zal ik doden? Tot vannacht keren en omkeren, ik heb niets anders . Het zijn de laatste regels van een gedicht van Alain Duveau. Net voor de zomer liep bij de politie van Hoei een tip binnen. Het werk van de Bergense dichter zou uitvoerig verwijzen naar de daden van de Slachter van Bergen. De politie viel binnen in het Maison de la Poésie in Amay, dat een deel van het werk uitgaf, en nam vier bundels, zijn persdossier en zijn briefwisseling in beslag.

Duveau reageerde vol ongeloof in de media. Misschien staat ergens het woord dépeceur in mijn versregels, zei hij - hij schreef ze na de gebeurtenissen. En misschien verwijst hij wel naar verminkte lichamen. ,,Maar het is een werk over mezelf, over verinnerlijking'', zei hij tegen Belga.

,,Een komkommerbericht'', snuift Ghislaine Bonaventure. ,,Wie heeft er belang bij deze ophef? Ik vermoed dat het om een publiciteitsstunt gaat.'' Ook Frank Discepoli, de advocaat van de familie van Carmelina Russo, hecht weinig waarde aan het nieuwe spoor. ,,Waarom'', zegt Discepoli, ,,niet nog eens één grote inspanning om een doorbraak te forceren in de zaak van de Slachter van Bergen? Een oproep tot getuigen via de media, in de kranten en op tv, die misschien iets kan losmaken bij een getuige ergens. Ik weet het: er zijn geen doden meer gevallen sinds 1997, het gevoel van urgentie is weg. Maar de families lijden er nog elke dag onder. Zij verdienen toch een antwoord?''

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees