Boek brengt Flandria-wielerploeg weer tot leven

Gouden herinneringen aan de rode brigade

Het roemruchte Flandria-team in Zuid-Europa: Eric Leman, Jempi Monseré, Frans Staes, Joop Zoetemelk, Jacques De Boever, Tino Tabak, Daniel Verplancke en Roger de Vlaeminck.

IJzig stil was het, toen de laatste beelden van Jempi Monseré getoond werden in de sporthal van Zedelgem. De bijna 200 ex-renners van de legendarische wielerploeg Flandria kwamen gisteren nog eens samen en herbeleefden de tijd van toen als één grote familie.

Neen, de bareel was achter mijn rug niet dichtgegaan'', zegt de illustere Petrus Oellibrandt over het Belgisch kampioenschap van 1959. ,,Ik ben gewoon in de laatste kilometers weggereden en ze hebben mij niet meer teruggezien tot na de streep in Herentals. Of dat nu kwam omdat de Fons toen heeft afgestopt, dat weet ik niet. Ik heb hem er in elk geval niet voor moeten betalen.''

Met zo'n humor krijg je een zaal vol ex-wielrenners natuurlijk plat. In het West-Vlaamse Zedelgem verzamelden de vroegere renners van Flandria, naar aanleiding van een nieuw boek over de legendarische wielerploeg. Allemaal mooi uitgedost en met hun fiere vrouw aan de arm, want uiteindelijk was dit toch wel de hoogdag van het jaar. Als een kwiek stokstaartje keken ze om zich heen, spiedend naar bekende gezichten. Schouders werden vastgeklampt, verrimpelde handen werden duchtig geschud en ,,godverdomme, het is toch lang geleden'' was de traditionele openingszin.

Wollen truitjes

Het is inderdaad allemaal lang geleden. Twintig jaar lang, tussen 1959 en 1979, was een West-Vlaamse fietsenfabrikant het bekendste merk in Vlaanderen. Het was de tijd van de wollen truitjes en de omhoogstaande wielerklakskes. De tijd van de Keizer van Herentals, de betreurde Jempi Monseré en de immer vertederende Freddy Maertens. Maar liefst 429 renners reden ooit voor de rood-witte brigade, en daarbij waren heel wat kampioenen: Van Looy, Leman, Pollentier, Maertens, Godefroot. Enkel de allergrootste maakt geen deel uit van dit brokje wielerhistoriek.

Flandria won in die twintig jaar alles wat er te winnen viel, behalve Milaan-San Remo en de Tour. ,,En toen moest je een superdag hebben om te winnen'', zegt Eric Leman, drievoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen.

,,Het was meer een strijd van man tegen man, en er waren wel tien Belgen die een klassieker konden winnen.'' Wellicht daarom dat Leman ooit zei dat zijn belangrijkste concurrenten zijn ploegmaats bij Flandria waren.

Briek en Lomme

Ook de ploegleiders van Flandria blijven tot de verbeelding spreken. De laatste Flandrien, Briek Schotte, stond het grootste deel van die twintig jaar aan het hoofd van het team. In 1976 werd de zachte hand van Briek ietwat hardhandig opzijgeduwd door de ijzeren vuist van Lomme Driessens.

Dat Driessens een iets andere aanpak hanteerde, werd duidelijk in de Tour van 1976: toen de vrouw van Freddy Maertens op bezoek kwam, ontvoerde hij zijn gele trui-drager naar een restaurant. ,,Vrouwen hebben op de koers niets te zoeken'', vond de ploegleider. ,,De vrouwen van de mijnwerkers kruipen toch ook niet onder de grond om hun man te zien.''

Onder Driessens beleefde de ploeg wel haar absolute piek, met de Giro-overwinning van Michel Pollentier als een van de hoogtepunten. Pollentier is nog steeds zo gehecht aan de Flandria-familie dat hij gisteren even naar huis belde om de doop van zijn kleindochter uit te stellen, omdat het toch zo leuk was in Zedelgem.

Mohammed Ali

Het lijkt in deze tijd onmogelijk, een kleine West-Vlaamse fietsenfabrikant die een van de grootste wielerploegen van de wereld sponsort. ,,Al moet je die sponsoring wel in het licht van de jaren '70 zien'', zegt Walter Godefroot. ,,Toen gingen we naar de Vuelta met enkel twee verzorgers en twee mecaniciens. We zaten in éénsterrenhotels, en als je de deur achter je dichttrok, viel die ster er nog af.''

Flandria focuste trouwens niet enkel op de weg; ook in het veldrijden (met Erik De Vlaeminck) en op de piste (met Patrick Sercu) gooide het hoge ogen.

En Jean-Pierre Coopman droeg het merk uit tot bij Mohammed Ali. Het legde de familie Claeys, eigenaar van de fabriek, in elk geval geen windeieren: Flandria werd een toonaangevend product op de wereldmarkt van fietsen en bromfietsen. In de glorieperiode, in het begin van de jaren zeventig, waren er vier fabrieken, waaronder in Noord-Frankrijk en het Portugese Agueda.

Maar in 1979 ging het bedrijf op de fles en verdween Flandria plots van het wielertoneel. Iets te plots misschien. Freddy Maertens, op dat moment de absolute kopman van het team, kreeg in totaal zeven miljoen Belgische frank nooit uitbetaald. Na een jarenlange juridische slag moest de superster van weleer zijn villa in Oostduinkerke verkopen. Het is een smet op de voor de rest erg succesvolle Flandria-geschiedenis die gisteren angstvallig met de mantel der liefde werd bedekt.

'Flandria, de twintig wondere jaren van een wielerploeg', door Mark Van Hamme. Uitgegeven door de Eecloonaar, prijs: 38 euro. De tentoonstelling over de Flandria-wielerploeg loopt nog tot 8 april in de bibliotheek van Zedelgem.

Corrigeer