Bericht aan de Belgen

Angst en cynisme

Het zal volgend jaar exact een eeuw geleden zijn dat de Waalse socialist Jules Destrée in zijn beroemde brief aan koning Albert I zijn stelling neerschreef: 'Sire, er zijn geen Belgen.' Bijna honderd jaar later zijn er nochtans nog altijd Belgen. Er is zelfs een koning om op de nationale feestdag de troepen te schouwen. Maar toch had Destrée ook gelijk. Belgen zijn in de eerste plaats ook Vlamingen, Walen of Brusselaars. De vraag is of ze daarnaast ook Belgen willen zijn. En die vraag is dus niet nieuw, ze wordt al heel lang gesteld.

België is al decennia een precair evenwicht tussen zelfbeschikking en gedeelde belangen, tussen autonomie en samenwerking. Het heeft ons een gruwelijk complexe staatsstructuur opgeleverd, die bovendien nooit af is. Hoe ingewikkeld België is, wordt bewezen door het feit dat zelfs de meest fervente separatist het antwoord schuldig moet blijven op de vraag hoé hij dit land dan wel gesplitst wil krijgen.

Miezerig

Het heeft ons ook een land opgeleverd waar het volgens alle internationale indexen behoorlijk goed leven is voor de meeste inwoners. We zijn dat intussen zo gewoon dat we er soms licht overheen stappen. Dat zou een kapitale fout kunnen zijn. We leven in woelige tijden, waarin de belangrijkste uitdaging wel eens zou kunnen zijn om te beschermen wat we opgebouwd hebben. Om wat je hebt op langere termijn veilig te stellen, is zowel zorgzaamheid voor wat er is vereist, als de wil om te veranderen wat moet. Bedachtzaamheid en verandering moeten altijd hand in hand gaan.

Het evenwicht in dit land lijkt nu al een tijdje zoek. Voor de vierde keer in vijf jaar vieren we de nationale feestdag zonder volwaardige regering. Na meer dan 400 dagen onderhandelen is de kans op beterschap veraf. Het land is er al even miezerig aan toe als de kwakkelende zomer. Bewolkt, met kans op regen en plaatselijk een onweer.

Het is verleidelijk om dan op zoek te gaan naar schuldigen. CD&V, dat vorige week een opening creëerde maar nu kampeert op een steriele positie die je nauwelijks een onderhandelingspositie kan noemen. N-VA, dat zich ondanks bijna dertig procent van de stemmen aan de kant zet en hoopt dat de andere Vlaamse partijen haar uit schrik zullen volgen. De Franstalige partijen, die altijd net te laat doorhebben wat ze moeten doen voor het land dat ze naar eigen zeggen willen redden. Het is een heilloos pad. Vier jaar crisis, dat is een collectieve verantwoordelijkheid.

Betekent het dat er dan helemaal geen schuld is? Dat Franstaligen en Vlamingen simpelweg te veel verschillen om nog een akkoord te kunnen vinden? Ook dat is te makkelijk. Politici moeten geen supermensen zijn, maar ze moeten wel doen waarvoor ze verkozen zijn: met beperkte middelen en vanuit verschillende uitgangspunten beleid vormgeven. Daar slagen de Belgische politici al een paar jaar niet meer in. En ze zijn niet alleen. Overal in Europa worstelen politici met de moeilijkheid om twee dingen te verzoenen: datgene doen waarvan ze weten dat het noodzakelijk is en datgene doen wat hen veel stemmen oplevert.

Compromissen

Goed beleid is niet noodzakelijk populair beleid, zeker niet op korte termijn. Dat besef lijkt politici vandaag te verlammen. Ofwel worden ze angstig, altijd bang voor de volgende peiling, de volgende verkiezing. Ofwel worden ze cynisch: ze kiezen ervoor om stemmen te winnen, maar wat ze ermee doen, is hun zorg niet.

Politici weten dat ze compromissen moeten maken. Je kan hen nooit verwijten dat ze eerlijk zeggen dat ze een bepaald compromis niet kunnen aanvaarden. Wat je hen wel kan verwijten, is dat ze geen keuzes maken en zich wegstoppen. Wat je hen wel kan verwijten, is dat ze weigeren te onderhandelen om te zien hoe dicht ze bij een aanvaardbaar compromis kunnen komen. Wat je hen wel kan verwijten, is dat ze 'neen' zeggen, maar geen antwoord kunnen verzinnen op de vraag wat er dan wel moet gebeuren.

Van politici mag je zorgzaamheid en visie verwachten. Angstige en cynische politici brengen geen oplossing, en daar betalen we allemaal de prijs voor. Sire, er zijn geen politici meer.

Corrigeer