Waarom de helft van de olympische voetbalploeg donkere roots heeft

Toekomst van België is gekleurd

Vincent Kompany: rolmodel voor allochtone jongeren. Fellaini, Kompany en Lamah dollen op training. Vanden Borre, Witsel en Vadis tijdens de opwarming. Foto: © Photo News

De helft van de olympische voetbalploeg op stage in Malta heeft donkere roots. Het zijn Belgen die ofwel zelf in Afrika of Azië werden geboren ofwel Afrikaans of Antilliaans bloed in de aderen hebben. Dat percentage ligt merkbaar hoger dan bij de totale Belgische populatie en het is ook frappant meer dan in andere olympische disciplines waarvoor België atleten uitstuurt naar Peking.

Coach Jean-François De Sart trok, na het afzeggen van Kevin Mirallas en Jonathan Legear, met 24 spelers op stage naar Malta. Twaalf daarvan zijn van Afrikaanse, Aziatische of Antilliaanse komaf. Lamah, Malki, Mulemo en Vanden Borre werden in Afrika of - in het geval van Malki - Syrië geboren.

Dembélé, Fellaini, Haroun, Kompany, Ma-Kalambay, Odjidja, Vandelannoite en Witsel zijn kinderen van Afrikaanse ouders of van een gemengd huwelijk. So what, moet de eerste reactie zijn. Het zijn allemaal Belgen en de Belgische bevolking wordt nu eenmaal gekenmerkt door diversiteit. Absoluut, alleen is in geen enkele maatschappelijke geleding de vertegenwoordiging van mensen van allochtone origine zo groot. En blijkt het fenomeen zich ook enkel binnen de olympische voetbalploeg voor te doen. In atletiek, zwemmen, ruitersport, judo, hockey, zeilen of welke olympische sport ook Belgen naar Peking stuurt, is het bijlange niet zo uitgesproken. Is dat puur toeval of is er een verklaring?

'Er is in elk geval geen fysiologische verklaring voor', aldus Peter Hespel, de inspanningsfysioloog van de KU Leuven die meereisde naar Malta. 'Er zijn sporten waarin zwarte atleten of mensen uit bepaalde landen een lichamelijk voordeel hebben. En dan denk ik aan de 100m sprint of de lange- afstandslopers. Maar dat geldt zeker niet voor voetbal.'

Is de verklaring dan sociologisch? Bart Vanreusel verdiept zich op de KU Leuven in de sociologie van de sport: 'De oververtegenwoordiging van allochtonen of mensen van allochtone origine in vergelijking met de rest van de bevolking is een observatie die je voor het volledige Belgische voetbal kan maken. Uit een doorlichting van de Belgische eerste klasse bleek dat er liefst 60 tot 70 verschillende nationaliteiten aanwezig zijn.

Dat is geen weerspiegeling van de Belgische samenleving, maar wel het gevolg van de bewegingen op de internationale spelersmarkt waarin de clubs meedraaien. En de Belgische eerste klasse is altijd multicultureler geweest dan die in de ons omringende landen.'

Voetbal is multicultureler dan de maatschappij. Op clubniveau. De olympische ploeg is echter een selectie van -23-jarigen, aangevuld met enkele ouderen. Allemaal Belgen. 'Het is geweten dat allochtone jongeren meer tijd en meer intensiteit besteden aan voetbal dan inheemse jongeren', meent Vanreusel. 'Dat heeft tot gevolg dat er een talrijker aanbod van talent is bij allochtone jongeren. En dat zij ook gemiddeld een voorsprong hebben qua talent.'

Straatvoetbal

Waarom dan wel. Het valt op dat van de twaalf olympiërs met allochtone oorsprong de overgrote meerderheid opgroeide in de stad. Liefst zeven in het Brusselse: Fellaini, Haroun, Kompany, Ma-Kalambay, Malki, Odjidja en Vanden Borre. Dat is niet abnormaal. In de steden is de concentratie van inwijkelingen groter dan op het platteland. En Brussel spant de kroon.

Maar, wie in de stad woont, heeft ook makkelijker en veelvuldiger toegang tot straatvoetbal. En het is geweten en bewezen dat straatvoetbal de beste vorming is voor een voetballer. Hij ontwikkelt er technische vaardigheden die iemand die niet uit het straatvoetbal komt, nooit nog kan inhalen.

Hoeveel hij ook traint. De meest begenadigde voetballers ter wereld hebben op straat leren voetballen. In Brazilië en in Afrika. Maar dus ook in Belgische steden. Opvallend is dat de 'Brusselaars' een gemeenschappelijk verleden hebben van voetbal op de pleintjes in de Noordwijk. Haroun, Kompany, Ma-Kalambay, Vanden Borre en ook Yulu-Matondo, die niet in de olympische selectie zit, allemaal kwamen ze voetballen in de Noordwijk. Ook wie daar niet woonde, zoals Haroun en Vanden Borre. De laatste ging er zelfs nog sjotten toen hij al op de rand of in het A-elftal van Anderlecht stond.

De meeste van die Brusselse straatvoetballers werden opgepikt door de talentscouts van RSC Anderlecht. Zelfs Vadis Odjidja, die misnoegd wegens het gebrek aan speelgelegenheid naar Hamburg verkaste, geeft grif toe dat er geen betere scholing is in België. 'Ook al kan de infrastructuur niet tippen aan die van bv Moeskroen, iedereen weet dat Anderlecht de beste jeugdopleiding van België heeft.'

Odjidja werd in Gent geboren, maar kwam wegens zijn voetbaltalent al snel op internaat in Anderlecht waar hij beste maatjes werd met de jongere broer van Kompany. Haroun en Yulu-Matondo kwamen om uiteenlopende redenen niet bij Anderlecht terecht. Fellaini wel, maar zijn ouders verhuisden en hij ook.

Iemand van allochtone origine is met andere woorden niet per definitie een betere voetballer, hij wordt het door zijn jeugd. Het soort jeugd dat vaker het lot is van allochtone dan van autochtone jongeren. Moussa Dembélé, opgegroeid in het Antwerpse, kwam tot diezelfde conclusie in Humo . 'Je ziet meer gekleurde kinderen op straat dan blanke. En in warme landen, waar ze voortdurend buiten sjotten, merk je dat ze veel technische bagage hebben.'

Een perfecte omschrijving van het begrip straatvoetbal. En waarom iedereen dan aan het voetballen slaat en niet aan het tennissen of lopen? Jeroen Scheerder, ook van de KU Leuven en ook met sportsociologie bezig: 'Het profiel van een voetbalprof is lager dan dat van een atleet of een tennisser.'

Opwaartse sociale mobiliteit

Er speelt nog een factor in het opmerkelijk grote aantal voetballers van allochtone origine in de olympische ploeg. Bart Vanreusel noemt het opwaartse sociale mobiliteit. 'Een studie in Amerika heeft uitgewezen dat mensen uit minder begoede klassen of met een minder hoog diploma zich sneller op sport gaan storten wegens het snellere uitzicht op promotie. Zij gaan zich minder op een beroepsloopbaan richten of op het behalen van een diploma.'

Dat geldt zeker voor deze voetballers. Snelheid en promotie zijn twee begrippen die vaak terugkeren in hun verhalen. Odjidja, met zijn 19 de benjamin van de bende, gaf het onbewust aan als hij het over zijn vertrek bij Anderlecht had. 'Jongeren van mijn generatie zijn ongeduldig. Ze kunnen het niet opbrengen om twee jaar op de bank te zitten en geduld te oefenen. Ze willen spelen en wel snel.'

Er is ook het besef dat sport het beste perspectief op sociale promotie biedt. Kwam dat niet uit henzelf, dan werd het wel aangegeven door de ouders die voor hun kinderen een beter leven wensten dan zijzelf hadden.

Kompany bijvoorbeeld, die altijd benadrukt dat zijn beide ouders werkten en dat er dus voldoende geld was in het gezin, leerde zeer snel de waarde van zijn voetbaltalent kennen. Toen hij zestien was en het gezin het financieel wat moeilijker had, waren de 1.000 euro per maand die hij van Anderlecht ving, zeer welgekomen. 'Zonder het voetbal hadden we het niet gered', liet hij zelfs optekenen over die tijd.

Het is opvallend hoeveel van de donkere voetballers door hun ouders minstens zeer sterk werden gestimuleerd om te voetballen. Axel Witsel vertelt dat zijn vader, geboren in Martinique, zeer graag profvoetballer was geworden, maar niet mocht van zijn ouders. Ze stuurden hem te voet naar de training om het af te leren. Hij plantte zijn droom dan maar over op zijn zoon en doet alles voor diens voetbalcarrière. Symbolisch voor al deze jongeren is wat Yves Ma-Kalambay overkwam. De Brusselse reus was aanvankelijk aanvaller bij het pleintjesvoetbal in de Noordwijk. Door een toeval kwam hij in de goal terecht, zeer tot zijn ongenoegen, en toen de jeugdtrainers van Anderlecht hem daar ook posteerden, bleef hij van colère weg uit Neerpede. Maar ma Ma-Kalambay stuurde hem terug. 'Anders hang je hier toch maar rond en maak je de verkeerde vrienden, zei ze', aldus Yves. Waarmee ma Ma-Kalambay de nagel op de kop sloeg.

Met de helft van zijn olympisch voetbalteam van allochtone origine, is België geen uitzondering of vernieuwer. De nationale ploegen van Frankrijk en Nederland, om maar die te noemen, teren al langer op donkere jongens.

België is zelfs aan de late kant. Hoe dat komt, daar kan niemand een pasklaar antwoord op verzinnen. In elk geval, hoe laat ook, het is een goeie zaak. Het bevordert de integratie en misschien levert het ons ook wel sportieve promotie op. De goeie resultaten van Frankrijk en Nederland in het internationale voetbal worden ook aan de aanwezigheid van donkere jongens toegeschreven.

Rolmodel Kompany

Vincent Kompany speelt in het verhaal een cruciale rol. Zijn succesvolle voetballoopbaan, maar ook zijn persoonlijkheid en zijn intelligentie maken van hem een rolmodel voor alle allochtone jongeren of jongeren van allochtone origine. Hij maakte geen deel uit van de ploeg die België op het EK in Nederland kwalificeerde voor de Olympische Spelen, maar door er nu in te stappen geeft hij de ploeg een soort van collectief elan dat het beste doet verhopen niet alleen voor Peking maar ook voor het WK 2010. Want Kompany laat er geen twijfel over bestaan: deze jonge, olympische ploeg moet de basis vormen van het A-team dat België straks moet kwalificeren voor het WK in Zuid-Afrika. Maarten Martens is de kapitein van de ploeg, maar geeft zelf aan dat Vincent Kompany de natuurlijke leider is. Dat zorgt een beetje voor een tweedeling, maar niet op het veld. 'Er zijn inderdaad veel Franstaligen in de groep', constateerde ook Jeroen Simaeys, psycholoog in spe, 'en de Brusselaars zitten al wat vaker bij elkaar op de kamer, maar dat is niet meer dan normaal. En op het veld zijn we allemaal gelijk.'

De cohabitatie van de twee taalgroepen hier zou zelfs als een voorbeeld kunnen gelden voor het A-team. Marouane Fellaini was gisteren aardig op weg om iets in die richting te poneren, op de vraag of de sfeer hier beter is dan bij het A-team, maar hij kon nog bijtijds zijn tong draaien. En eraan toevoegen dat er in het A-team ook geen problemen zijn tussen Vlamingen en Walen. 'Het grote verschil is dat we hier onder twintigers zitten', besloot de Marokkaanse Belg. 'Bij het A-team lopen mensen van dertig jaar en ouder rond. Daar moeten wij ons integreren. Hier zitten we onder ons.'

Wie er nog mocht aan twijfelen: de toekomst van België zit op dit ogenblik in Malta. En niet alleen de toekomst van het Belgische voetbal.

Corrigeer

Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.

Uitslagen & standen

Bundesliga Regulier

Vorige speeldag

Speeldag 34

GS W V G DS P
1 FC Bayern München 34 27 4 3 92/28 84
2 FC Schalke 04 34 18 7 9 53/37 63
3 TSG 1899 Hoffenheim 34 15 9 10 66/48 55
4 Borussia Dortmund 34 15 9 10 64/47 55
5 Bayer 04 Leverkusen 34 15 9 10 58/44 55
6 RB Leipzig 34 15 11 8 57/53 53
7 VfB Stuttgart 34 15 13 6 36/36 51
8 Eintracht Frankfurt 34 14 13 7 45/45 49
9 Borussia Mönchengladbach 34 13 13 8 47/52 47
10 Hertha BSC 34 10 11 13 43/46 43
11 Werder Bremen 34 10 12 12 37/40 42
12 FC Augsburg 34 10 13 11 43/46 41
13 Hannover 96 34 10 15 9 44/54 39
14 1. FSV Mainz 05 34 9 16 9 38/52 36
15 SC Freiburg 34 8 14 12 32/56 36
16 VfL Wolfsburg 34 6 13 15 36/48 33
17 Hamburger SV 34 8 19 7 29/53 31
18 1. FC Köln 34 5 22 7 35/70 22