Vakantie

Een dagje Gravelines en Oye-Plage in Noord-Frankrijk

De kust die rust

De kust die rust

Foto: © rr

Even geen zin in de drukte van onze Vlaamse kust? Amper vijftig kilometer voorbij De Panne, halfweg tussen Duinkerke en Calais, kan je een pareltje van een kust ontdekken. Aan de monding van de Aa liggen het vestingstadje Gravelines, het vissersdorp Grand-Fort-Philippe, het vogelreservaat van Oye-Plage en een groot en rustig strand.

Het beste moment om vogels op Le Platier d'Oye te observeren, is heel vroeg in de morgen - zo vermijd ik meteen ook de kustfiles op de E40. Maar het natuurdomein van bijna 400 ha is natuurlijk de hele dag toegankelijk. Het gebied is eeuwen geleden ontstaan door verzanding van de Aa-monding en bestaat uit zowat vier kilometer strand, duinen, slikken en schorren. Net als het Zwin dus, maar groter.

In de jaren tachtig werd Oye-Plage uit de handen van bouwpromotoren gered en beschermd als vogelreservaat. Er is meer dan tien kilometer wandelpad. In observatiehutten - gelukkig heb ik m'n verrekijker bij! - hangen borden met de meest voorkomende vogels. Dat er veel ganzen leven, zal je in een streek met deze naam niet verbazen. Maar daarnaast worden er meer dan 150 verschillende vogelsoorten waargenomen. Schotse koeien houden het gras kort, waardoor het terrein nóg meer vogels aantrekt.

Over Grand-Fort-Philippe rij ik naar Gravelines, een naam die me aan de grootste kerncentrale van Frankrijk herinnert. Maar Gravelines heeft meer te bieden. Het garnizoensstadje geldt als een schoolvoorbeeld van militaire architectuur. Met een bootje heb ik vanaf het water een mooi uitzicht op de versterkingen. Later maak ik een wandeling op de wallen. Het Arsenaal op de markt herbergt een paar interessante musea. Het Vlaamse belfort deed in de achttiende eeuw ook als vuurtoren dienst.Sinds 1839 staat er een echte vuurtoren in Petit-Fort-Philippe. Na 150 jaar dienst ging het licht voorgoed uit, maar zijn wit-zwartgestreepte jasje blijft een baken voor de scheepvaart. Het strand van Petit-Fort-Philippe heeft een heel brede strook fijn zand. Het is er dan ook nooit dringen voor een plaatsje. Strandzeilers weten meteen ook waarheen.

Tussen Petit- en Grand-Fort-Philippe stroomt de Aa, maar ligt geen brug. Ook niet in de geesten: ,,Die van over 't water kunnen niet vissen", horen we. Maar voor toeristen wordt 's zomers wel een veer ingezet.

Grand-Port-Philippe is als vissersdorp sterk aan tradities gehecht. Hoewel de vloot tot drie schepen geslonken is, wordt nog elke ochtend om halfzeven vis geveild. Op 15 augustus herdenkt men het vertrek van de IJslandvaarders met een bootjesprocessie. Van de oorspronkelijk meer dan dertig visrokerijen blijven er twee over. Je herkent ze aan de rij schoorsteentjes op het dak. Zij roken en zouten de vis om hem te bewaren maar ook om te smaak te verrijken. Ze laten me graag even proeven.

Het Huis van het Reddingswezen (Maison du Sauvetage), waar men vroeger reddingsboten opborg, staat op palen in het kanaal. ,,Sauvetage'' rijmt op ,,naufrage'', en het is inderdaad een spannend verhaal van schipbreuken en drenkelingen.

Corrigeer

Het beste van Enkel voor abonnees