Dialectoloog gelooft in toekomst van het dialect

,,West-Vlaams is heel sterk''

,,West-Vlaams is heel sterk''

Foto: © VUM

Motpiepel, kabberdoes, blaffeture, oeppentoeppen of pielewuiter, honderden vreemde, grappige en onbegrijpelijke woorden bereikten deze week onze redactie. Blijkbaar leeft het dialect nog in onze streken. ,,Dialect spreken mag weer'', bevestigt de Leuvense dialectoloog Luk Draye. ,,Het zou zonde zijn mochten bepaalde woorden verdwijnen.''

We mogen weer fier zijn op onze afkomst. Politici die hun regionale klanken niet langer strikt achterwege laten, zijn geen tjotelaers (sukkelaars) meer, maar sjieke tiepen (deftige heren). Zooien (koken) mag opnieuw in kommeerpotten met een preutendekker (heupschort) aan, we mogen weer op pollevies (naaldhakken) lopen en wie een litsepoepe (goedbevleesde bips) heeft, moet niet subbedut (verlegen) zijn. ,,Vroeger zag men de streektaal als een hindernis om zich sociaal te kunnen ontwikkelen'', zegt dialectoloog Luk Draye aan de KULeuven. ,,Wie 'plat' sprak, zou voor altijd in het boerendorp blijven hangen. Daar is de linguïstiek nu op teruggekomen. Zwart-witdenken is verdwenen: het is geen nadeel meer om de streektaal te kennen, zolang men de standaardtaal ook kan hanteren. ''

Lokale kleuring

,,Dialect is emotioneel heel belangrijk. Het is de taal waarin we opgevoed werden, onze huistaal. Maar boven het regionale niveau kan dialect niet functioneren. Procentueel neemt het aantal dialectsprekenden af. Jonge kinderen worden steeds minder in het dialect opgevoed. Dat komt omdat we onze kerktoren ontgroeid zijn. We zijn niet meer zo honkvast: de kans dat beide ouders uit dezelfde streek komen, wordt kleiner. Een 'gemengd' koppel is meer geneigd hun kinderen in de standaardtaal op te voeden.''

Volgens Draye verdwijnen ook steeds meer woorden ,,omdat bepaalde voorwerpen niet meer gebruikt worden. Welke jongere heeft nog gehoord van een buzzestove (Leuvense stoof)? Dat is natuurlijk jammer. Daarom stelt mijn onderzoeksgroep Naamkunde en Dialectologie woordenboeken samen van onze streektalen. Op basis van onze archieven proberen we oorspronkelijke dialecten te reconstrueren.'' Nochtans is Draye ervan overtuigd dat dialect nooit helemaal zal verdwijnen. ,,Dialecten zullen zich aanpassen zoals elke taal, maar de articulatiebasis zal altijd blijven. Je zal altijd blijven horen vanwaar iemand afkomstig is. Maar er is niets mis met die lokale kleuring.''

Speciale soort

Sommige dialecten houden echter beter stand dan andere. ,,In West-Vlaanderen bijvoorbeeld is de invloed van de standaardtaal niet groot. De woorden zijn er dikwijls niet alleen helemaal anders, de klanken verschillen ook enorm van de standaardtaal. Daarom houdt West-Vlaams beter stand en is het ook moeilijker om je West-Vlaamse klanken aan te passen.'' Waarom het West-Vlaams zoveel levenskrachtiger is, daar heeft Fernand David, president van de top-West-Vlamingen, zo zijn eigen verklaring voor. ,,Wij zijn een speciale soort'', grinnikt hij. ,,Er zit iets bijzonders in de West-Vlaamse lucht.'' Vier keer per jaar komen meer dan honderd West-Vlamingen samen voor een ludieke lunch: politici, zangers, acteurs en andere West-Vlaamse prominenten vinden elkaar in hun dialect. ,,Waarom zouden we onze streektaal alleen tot thuis beperken'', vindt David, ,,Zaken doen en connecties leggen is zoveel leuker in je eigen taaltje. Dialect schept een band, daar mag je best fier op zijn.''

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees