Victor Vandenbergen (100), een van de laatste getuigen van De Brand van Leuven

,,Leuven was een ruïne''

,,Leuven was een ruïne''

De verwoesting van Leuven was wereldnieuws en was mee de aanleiding dat de Verenigde Staten zich in de oorlog mengden. Foto: © REPRO JOHAN VAN CUTSEM

LEUVEN - ,,We waren op de vlucht naar Winksele en zagen de vlammen boven Leuven uitstijgen. De hele stad stond in brand.'' Het zijn beelden die Victor Vandenbergen (100) nooit zal vergeten. Hij is één van de laatste Leuvenaars die zich de Brand van Leuven in 1914 herinnert. De stad herdenkt volgende maand de grootste ramp in haar geschiedenis, nu negentig jaar geleden.

Victor Vandenbergen was tien jaar toen het Duitse leger op 20 augustus 1914 Leuven binnenmarcheerde en enkele dagen later huis na huis in brand stak. Nu is hij honderd jaar, en woont in het rusthuis van de Zusters van Liefde aan het Sint-Jacobsplein. De kranige senior herinnert zich elk detail van de Brand van Leuven. ,,Ik stond met mijn grootmoeder in de deur van ons huis aan de Lei, toen we paardengetrappel hoorden weerklinken. De eerste Duitsers die ik zag, zaten hoog op hun paard, de lans in aanslag. We waren bang, uiteraard. We hadden de verhalen van kindermoorden en plunderingen gehoord. Maar de Duitsers gedroegen zich correct. Toen toch.''

Schietpartij

Op 25 augustus ontstond er een schietpartij aan het station. ,,Er werd beweerd dat Leuvenaars hadden geschoten op de Duitse soldaten. Een neef van mij wist echter dat de Duitsers onderling hadden gevochten. Hoe dan ook kwamen er represailles. De dag dat de Brand van Leuven begon, was ik met mijn familie op zolder. We zagen hoe de vlammen uit het dak van de Sint- Pieterskerk sloegen. We wilden in Leuven blijven, maar een buurman vertelde dat de Duitsers de stad langs vier hoeken in de as wilden leggen. De dag erna zijn we vertrokken. Een witte vlag en witte banden rond de arm moesten ons beschermen. Alleen het hoogstnoodzakelijke hadden we op zak.''

Biljartballen

,,Mijn bompa had enkele biljartballen meegenomen. Die waren in ivoor, en uiterst waardevol. Aan de Aarschotsesteenweg hielden de Duitsers ons tegen. Mijn vader werd meegenomen, de rest mocht verder. In Winksele-Delle kregen we onderdak. We zagen van daar hoe de hele stad in brand stond.''

Victor bleef met zijn familie een week in Winksele, en keerde dan terug naar Leuven. ,,Aan de Vaartstraat zagen we hoe de Duitsers een woning aan het leeghalen waren. We waren bang, ja. Bang om wat er met ons huis zou gebeurd zijn. Maar het stond er nog. Onze buurt was gespaard gebleven. Elders was de schade enorm. De Brusselsestraat, de Diestsestraat, de Oude Markt. Het was één puinhoop. Ik herinner me de mooie boeken van de universiteitsbibliotheek aan de Naamsestraat nog voor de oorlog. Daar bleef slechts een ruïne van over.''

De grootvader van Victor had zijn biljartballen in Winksele achtergelaten. Toen hij die later wilde ophalen, bleek het huis waar ze onderdak hadden gekregen platgebrand. ,,Maar na de oorlog werd hij vergoed voor dat verlies'', herinnert Victor zich. De vader van Victor werd gedeporteerd naar Keulen, maar kon een al week later terugkeren naar Brussel. Daar dook hij nog een week onder en kwam dan terug naar Leuven.

,,Tijdens de oorlog hadden we geen grote problemen met de Duitsers. Ze moesten wel koper en matrassen hebben, en gingen die zoeken bij de burgers.''

Verstopt op zolder

,,We hadden al onze goede matrassen verstopt op zolder, en de slechte matrassen hadden we op de bedden gelegd. Maar ze waren slimmer dan dat, en ze vonden alle matrassen. Ze waren wel eerlijk. We kregen een bonnetje, en na de oorlog werden we vergoed. Eerlijk, maar niet heerlijk.''

Corrigeer

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio