Onze reporter vliegt mee met Damiaanactie naar Congo

'Wij mogen pas helpen als de medicijnman faalt'

Om een ziekte te verslaan, heb je meer nodig dan dokters en geneesmiddelen. Dat ervaart Damiaanactie dagelijks in Congo. In haar strijd tegen lepra vecht de organisatie tegen de macht van de medicijnmannen, het wantrouwen in wetenschap, de vervallen infrastructuur en vooral de schaamte om de verminkende ziekte. Daarom wil de actie dit jaar meer slagkracht geven aan haar medewerkers, die het ruige Congo doorkruisen per boot, fiets of motor.

‘We zijn ons dorp Mulunguzi ontvlucht voor de burgeroorlog. Ik trok met mijn familie naar Tanzania. We leefden in kampen. Daar ontdekte ik lepravlekken op mijn armen. Maar onderweg en in het vluchtelingenkamp kon niemand me helpen.’

Maria vertelt haar verhaal met tranen in de ogen, terwijl ze beschaamd haar handen probeert te bedekken met een sjaal. Hoe oud ze is, weet ze niet precies, maar Ik schat haar begin de zeventig.

Toen Maria jaren later naar haar geboortedorp terugkeerde, was het te laat. De dokters van Damiaan?actie konden niet anders dan al haar vingers amputeren. Sindsdien is ze een gebroken vrouw. Ze heeft bij alles hulp nodig.

Nergens in Afrika lijden zo veel mensen aan lepra als in het gebied rond Moba, een havenstad met 50.000 inwoners in het zuidoosten van Congo, aan de oever van het Tanganyikameer. Twintig kilometer verder ligt het dorp van Maria, enkel bereikbaar per boot.
Van alle nieuwe lepra?gevallen die in Congo ontdekt worden, komt tien procent uit deze streek. Om de broeihaard in te dijken, is Damiaan?actie hier sinds 2000 aanwezig in het gebied. De niet-gouvernementele organisatie (ngo) levert medicijnen, bouwt medische posten in de dorpen en leidt dokters en verplegend personeel op.

Onbereikbaar gebied

Waarom lepra zoveel mensen treft in deze regio, is nog een groot vraagteken. Maar de behandeling wordt bemoeilijkt doordat het gebied zo onbereikbaar is. Naar de stad lopen enkel zandwegen en ook de verbindingen tussen de dorpjes zijn niet verhard. Zodra het regent, verandert alles in een modderpoel waar geen auto of motor door kan.

‘Maria is het slachtoffer van de oorlog. Maar veel Congolezen verliezen ledematen doordat ze niet geloven in de wetenschap’, vertelt dokter Georges, coördinator voor Damiaanactie in Congo. ‘Ze gaan eerst naar een medicijnman. Pas als al die rituelen niets opleveren, stappen ze naar ons. Maar vaak is de ziekte dan al zo ver gevorderd dat we alleen nog kunnen amputeren. En wie krijgt daar dan de schuld van? De dokters, die zogezegd incompetent zijn.’

‘Lepra is in Congo de ziekte van de schaamte’, vertelt secretaris-generaal Rigo Peeters, op bezoek in het medisch centrum. ‘Van iemand die lepravlekken heeft, denkt men vaak dat die behekst is. In de grote steden hebben we die mentaliteit door jarenlange preventie grotendeels weggewerkt, maar in afgelegen gebieden zoals de streek rond Moba blijft ze is het nog steeds een probleem. Patiënten die de vlekken bij zichzelf opmerken, bedekken die uit schaamte, maar na een tijd sterven de zenuwcellen af en zit er voor onze dokters niets anders meer op dan te amputeren.’

Verlamde kinderen

Damiaan?actie is bij ons vooral bekend voor de strijd tegen lepra, maar de ngo behandelt ook tbc, een dodelijke longaandoening. In de streek rond Moba woedt ook een vorm van tbc waarbij de ziektekiemen zich nestelen in de wervelkolom. Ruggenwervels brokkelen af en patiënten raken verlamd.

Patiënten met wervelkolom-tbc worden behandeld in het centrum Talitha Qoum, dat door Damiaanactie werd heropgebouwd. ‘De zusters die het centrum beheren, wilden het in de herfst van 2010 sluiten omdat het gebouw compleet vervallen was door de burgeroorlog’, vertelt dokter Georges.

‘Net op dat moment was Rachel gearriveerd, een meisje van 10 dat aan wervelkolom-tbc leed. Haar vader had 120 kilometer afgelegd met het half verlamde kind achterop zijn fiets. Ik was op dat moment toevallig op bezoek in het centrum. Ik en kon het niet over mijn hart krijgen om het meisje zonder hoop terug naar huis te sturen.’

Georges maakte in België de geesten warm om het centrum helemaal te renoveren. Da?miaan?actie sponsorde en een groep vrijwilligers van de ngo organiseerde vorige zomer een bouwkamp. Een paar maanden later stond het nieuwe centrum er en konden Rachel en haar vriendinnetje Jeanne (5) voort worden behandeld. Zes maanden lang droegen de meisjes een gipsen korset. ‘Voor kinderen is dat enorm zwaar, omdat ze moeilijk kunnen bewegen’, zegt chirurg Mathieu. ‘En omdat gips zo duur is, kunnen we het korset niet even afnemen om hen te wassen.’ Als de wervels stabiel zijn, leren de patiënten weer lopen.

Rachel en Jeanne zijn ondertussen genezen. ‘De maanden in het centrum waren zeer zwaar’, stamelt Rachel verlegen. ‘Maar ik ben blij dat ik nu weer kan spelen en dat ik mijn ouders kan helpen op het veld.’

De ziekenhuizen die we in de regio bezoeken, zijn er erg slecht aan toe. Steun van de overheid is er niet. De meeste gebouwen dateren uit de tijd dat Moba nog Boudewijnstad heette, naar de favoriete neef van Leopold?II. Ze zijn compleet vervallen. Nergens is er stromend water, er zijn dus ook geen werkende toiletten. De stank in de kamers is vaak niet te harden.

Soeur Damienne

Zo ook in het Centre anti?tuberculeux et anti?lépreux de Moba, waaraan Damiaan?actie medicatie levert. Patiënten liggen op rieten matten op de grond. Tussen al die miserie springt de 29-jarige verpleegster Marie-Anne in het oog met haar opvallende glimlach en dito hoofddeksel. Haar collega’s noemen haar grappend Damienne, omdat ze door haar belangeloze inzet doet denken aan de pater uit Tremelo.

Zes jaar geleden werd de toen achtjarige Francine in het centrum binnengebracht. Het meisje leed aan tbc en kreeg nadien ook lepra. Door de goede zorgen van Marie-Anne en de medicijnen van Damiaan?actie kwam ze er weer bovenop, maar er was niemand meer om het meisje op te halen. Haar moeder stierf na de geboorte en haar vader sneuvelde tijdens de burgeroorlog. Tijdens haar verblijf in het centrum stierven ook haar grootmoeder, tantes en ooms aan verschillende ziektes.

‘Ik kon het niet aanzien dat ze in het centrum zou blijven wonen. Daarom heb ik haar geadopteerd’, zegt Marie-Anne, die toen 23 was. ‘Mijn ouders dachten dat ik gek was geworden.’ Ondertussen is Francine een gezonde tiener van 14 en een droom van een zus voor haar broertje Oscar. ‘Ook de rest van de familie kan haar niet meer missen’, lacht Marie-Anne.

Mensen als Marie-Anne, Mathieu en Georges zijn de grootste troef van Damiaanactie. De ngo mag nog zoveel geneesmiddelen en medisch materiaal opsturen, het zijn de medewerkers ter plaatse die al die goede zorg tot bij de patiënten moeten brengen. Verplegers Philippe en Faustin zijn soms weken weg van huis om per boot, met de motor of te voet de medische posten in de afgelegen dorpjes te bevoorraden en op zoek te gaan naar nieuwe patiënten.

Chirurg Mathieu, die van Damiaan?actie een opleiding kreeg in India, trotseert met zijn motor het grillige heuvellandschap rond Moba om er zieken persoonlijk van te overtuigen zich te laten behandelen. En dokter Georges trekt het hele land door om mensen te doen geloven in de wetenschap, en niet in charlatans die lepra als een vloek van God zien. In die dorpen richt hij ook clubs op die hij De vrienden van Damiaan noemt. Dat zijn groepjes ex-patiënten en ouderen zoals Maria, die te laat hulp zochten of vonden.

‘Door hun ervaring kunnen ze jonge mensen overtuigen om op tijd hulp te zoeken als ze ziek zijn. Ze leren hen dat ze élke dag hun pillen moeten innemen, want anders maken ze de bacteriën resistent. Alleen op die manier kunnen we ziektes als lepra en tbc definitief de wereld uit helpen.’
 

Corrigeer

NIET TE MISSEN

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees