Ann Devries, wegbereider en coach van Belgisch tennissucces in US Open

'Bij vrouwen moet je veel meer doen dan alleen maar met tennis bezig zijn'

Kent u Ann Devries nog? Dat blozende meisje met de bolle wangen en Limburgse tongval? Dezer dagen beleeft ze fijne momenten als trainster van Yanina Wickmayer en Kirsten Flipkens. 'Voor vrouwen speelt het emotionele aspect veel meer dan bij mannen.'

Ooit was er een tijd dat tennis sport van een andere planeet leek. Die perfect gestreken hagelwitte shirts en broekjes. Die stijlrijk blauw gestreepte Adidas- en Puma-schoenen met groen logo! Tennis leek een speeltje voor de adel of rijkelui. Natuurlijk is dat een cliché, maar het hield lang stand in Vlaanderen, misschien wel tot er een meisje uit Maaseik opdook dat aardig tekeerging: al op haar vijftiende speelde zij, Ann Devries, met België voor het eerst mee in de Federatiebeker. Vooral eind jaren tachtig en even begin jaren negentig zou ze tien keer de hoofdtabel halen in een grandslamtornooi en één keer de derde ronde halen.

Ann Devries en Sandra Wasserman baanden de weg voor subtoppers zoals Sabine Appelmans en Dominique Monami in de jaren negentig. Als eerste Belgische bereikte Devries bijvoorbeeld de drempel van de top honderd, in 1988, en ze schopte het tot de 63ste plaats op de wereldranglijst. De Limburgse sprak ook tot de verbeelding door haar vierjarige relatie, van haar 18de tot 22ste, met de Zweedse topper Magnus Gustafsson. Glamour in Vlaanderen zowaar.

Devries is nu verbonden aan de Vlaamse Tennisvereniging (VTV) in Wilrijk en heeft als allereerste taak An-Sophie Mestach naar de top te loodsen, een talent van vijftien. 'Bel maar naar mijn hotelkamer in New York', had ze voor haar afreis naar de US Open gezegd. Wat we ook doen, die ochtend: om kwart voor zeven al rinkelt de telefoon in kamer 639.

Twintig jaar geleden is het dat jij je hoogdagen meemaakte.

'Tja, ik ben nu 39 en mama van een zoon van bijna zeven. (lacht) Eigenlijk zijn de tijden niet te vergelijken. Ik was bijvoorbeeld de eerste Belgische in de tophonderd en alles was nieuw. Daardoor was het ook heel moeilijk, hoewel ik met de VTV werkte, die toen al op een heel hoog niveau stond. Ivo Van Aken had de zaken in handen, en de richting Topsport en studie was een voorloper van de topsportscholen. Internationaal was het elke keer wel zoeken: zo kenden mijn begeleiders weinig speelsters omdat ik de eerste was op dat niveau, en was het dus moeilijk om aan de juiste tactische raadgevingen te raken.'

'Ik herinner me ook mijn eerste Australische tournee. De federatie kocht mijn vliegticket drie dagen voor mijn vertrek. Ik kwam twee dagen vooraf toe, veel te laat natuurlijk om optimaal aan het uurverschil en weer te wennen. Hier vroor het, in Australië was het zomer. Zo'n laat vertrek zou nu ondenkbaar zijn: iedereen vertrekt minstens een week tot tien dagen vooraf.'

Je dweilde al jong de wereld af. Verging je niet van heimwee?

'Nee, toch niet. Ik ben altijd vrij ambitieus geweest. Ik moest maar Björn Borg tegen John McEnroe zien spelen om te weten dat tennis was wat ik wilde. Als jong meisje was ik ook al redelijk volwassen voor mijn leeftijd. De moeilijkste stap heb ik eigenlijk gezet toen ik als twaalfjarige vanuit Limburg op internaat trok naar de VTV. Dat was pas een gebeurtenis, van Limburg naar Antwerpen trekken.' (lacht)

De manier van spelen verschilde dag en nacht met nu.

'De speelsters zijn fysiek veel sterker geworden, al trainde ik ook minstens vier tot vijf uur per dag. Maar de trainingen verliepen anders: het ging meer om simpele oefeningen. Je stabiliteit onderhouden, blessures voorkomen, kinesitherapie: dat was minder ingeburgerd. Zelfs al was ik redelijk goed omringd. In mijn tijd werd ook trager gespeeld, ging het minder om krachttennis en meer om schaken, een groot verschil met nu.'

Je hebt een aardig parcours afgelegd maar ik beledig je niet door te zeggen dat je geen subtopper was.

'Dat klopt. Ik had een goede forehand en kon redelijk variëren met de backhand qua effect- en stopballetjes. Redelijk rustig was ik ook, en ik ging altijd voluit. Maar dat is niet altijd genoeg hé. Vrij handig was ik wel, maar qua kracht kwam ik tekort. Natuurlijk heeft ook tegenslag een rol gespeeld, zoals een hernia, waardoor ik ben gestopt ben in 1994. Blessures volgden elkaar toen op. Dat was een klap. Toch blik ik redelijk tevreden terug. Natuurlijk, als je als 19-jarige een relatie hebt met iemand (van twee jaar ouder, red) uit de top tien, pas je je aan en is dat niet bevorderlijk voor je carrière. Maar ik heb bijvoorbeeld toch de derde ronde gehaald in Wimbledon, in 1990. Pas in mijn zesde match verloor ik, van Katerina Maleeva, toen nummer zeven. Drie duels in de kwalificaties en drie op de hoofdtabel. In grandslamtornooien had ik het wel altijd moeilijk: als ongeplaatste speelster is het zeer moeilijk om de hoofdtabel te halen. En lukt het, staat er snel een reekshoofd te wachten.'

Na je carrière ben je uit beeld verdwenen.

'Nadat ik door die hernia ben gestopt, had ik er totaal geen idee van wat ik met mijn leven zou aanvangen. Een jaar of twee heb ik het moeilijk gehad. Van mijn 13 tot 24 had ik eigenlijk geen normaal leven geleid, en ineens moet je dat weer wel doen. Ik heb het al gezegd: die kick van Wimbledon of een ander grandslamtornooi zou ik nooit meer krijgen. En je kunt die door niks vervangen hé. Mijn leven zag er dus helemaal anders uit: gedaan met de wereld af te reizen, van het ene vliegtuig in het andere te springen. Maar de passie was zo groot. Ik ben trainerscursussen beginnen te volgen, in combinatie met lesgeven aan beginners. In 2000 ben ik op de club Boneput in Bree met Elke Clijsters gestart. Elke stond in de top driehonderd op 17-18 jaar en was een vrij goede juniore met veel talent, hoewel zus Kim fysiek nog iets meer in huis had. Maar door een rugblessure is ze moeten stoppen. Elke had het talent voor de top vijftig op de ranglijst. Zeker.'

Wat is jouw trainingsfilosofie?

'Heel belangrijk vind ik het om heel hard te werken. Fysiek moet je echt kunnen afzien. Ook mentaal wil ik dat mijn speelsters honderd procent bij de les zijn. Met die combinatie kom je in het vrouwentennis al heel ver. En daarnaast moet je band als trainer met je atleet het louter professionele overstijgen: je moet je menselijk ook heel goed bij elkaar voelen. Ik streef daar ook naar, want is dat niet zo, dan lukt het gewoon niet.'

Herinner je je kennismaking met Yanina Wickmayer?

'Ja. Ze was dertien. Tijdens de eerste training zag ik al dat ze heel hard wilde gaan. Altijd heeft ze me het gevoel gegeven dat er iets van te maken was. Ze heeft nochtans niet het meeste talent maar wel een goed lichaam. Toen al had ze een heel sterke backhand, al was er natuurlijk nog heel veel werk. Een voorbeeld: ze had coördinatieproblemen, waardoor haar opslag niet optimaal rendeerde. Dat heeft haar drie of vier jaar werk gekost. Haar opslag is nu één van haar grootste wapens. Yanina was sindsdien altijd mooi op schema; ze kan trouwens zeer goed naar doelen toewerken.'

Maar de wegen met de VTV zijn ooit wel gescheiden.

'Ze heeft het centrum inderdaad ooit verlaten: omdat ze volgens de VTV minder goed functioneerde tijdens de trainingen in groepsverband en beter af zou zijn met individuele begeleiding. Nu heeft ze geen vaste coach meer, sinds februari, maar proberen we haar bij de VTV wel op te vangen als ze erom vraagt. Zoals nu in New York.'

Haar mama was al overleden toen je met haar begon. Dat woog toch op haar?

'Als je samenwerkt met een speelster zijn dat soort intieme zaken niet onmiddellijk de onderwerpen waarover je onmiddellijk begint te praten. Na een paar maanden word je band zeer goed en verandert dat. Omdat Yanina elke dag een redelijk verre verplaatsing moest maken heeft ze trouwens geregeld bij ons overnacht. Zo krijg je een andere verhouding.'

Waarin moet ze nog beter worden?

'Ze kan zeker nog meer naar voren komen, naar het net, en het net nog beter afdekken. Haar volleys zijn ook niet slecht maar ze moeten nog meer in haar spel inslijpen. Zelfs al kan Yanina veel druk zetten op haar slagen van achteren uit, dat netspel kan een meerwaarde worden. Yanina is gelukkig heel coachbaar: ze probeert de raadgevingen op te volgen. Ze is een speelster die niet superveel moet nadenken, vind ik: haar kracht gebruiken is en blijft haar grootste wapen. Ik hoor wel eens zeggen dat ze meer moet afwisselen in haar slagen, maar ik wil de kerk in het midden houden. Je kunt altijd werken aan je minpunten, maar je moet vooral je pluspunten behouden en versterken.'

Je traint ook Kirsten Flipkens, die de derde ronde in de US Open bereikte. Nooit deed ze beter dan dit jaar. Ze zegt dat ze zich goed bij jou voelt, ook al omdat jij een vrouw bent.

'Ik denk dat het niet alleen is omdat ik van hetzelfde geslacht ben als zij, maar ook omdat ik mijn ervaringen als speelster kan doorgeven. Ik stond zelf op het terrein en die ervaring is onschatbaar. Nu denk ik wel dat bij speelsters het emotionele aspect meer speelt dan bij spelers: bij vrouwen moet je veel meer doen dan alleen maar met tennis bezig zijn. Je moet over veel praten, zeker over andere dingen dan het werk: over het leven, wat hen bezighoudt. Je moet ook eens iets anders doen dan altijd met tennis bezig zijn, eens samen uit eten gaan of een andere activiteit die niets met tennis te maken heeft. Zo wordt je relatie veel hechter.'

Flipkens is meer een speelvogel, een levensgenieter die wat vrijheid nodig heeft.

'Dat klopt, maar dat betekent niet dat ze haar best niet doet. Als ik haar vraag om thuis een duurloop van drie kwartier te doen ben ik zeker dat ze het ook zal doen. Ik mag niet klagen. Flipkens is ook echt wel heel gevoelig. Jammer genoeg is ze door haar gestalte en aangeboren rugafwijking vrij beperkt in het aantal uren dat ze per dag mag trainen. De vraag is dus of en hoe ze met haar beperkte trainingsarbeid op dat niveau kan blijven. Als dat lukt, wordt haar uitdaging om tussen de grandslamtornooien iets beter te presteren. Ze heeft natuurlijk het voordeel dat ze enorm handig is en zeer gevarieerd speelt.'

Flipkens en Wickmayer zijn totaal uiteenlopende types, als mens en speelster.

'Wickmayer is het hardere type, zeker ook emotioneel. Ze heeft een enorm voordeel door haar zeer goede sportlichaam. Of ze alleen maar tennis heeft in haar leven? Dat zou ik niet durven zeggen. Ze leest heel veel, heeft vrienden. Ze is niet alleen maar bezig met tennis.'

Het succes van Wickmayer en Flipkens bewijst ook dat jouw aanpak werkt.

'Als trainer moet je heel goed beseffen dat het om de speelsters gaat. Ik doe mijn best. Een geheim heb ik niet: gewoon hard werken, passioneel zijn en er alles voor over hebben.'

Wat denk je van Kim Clijsters' prestaties in New York?

'Kim is een supermadam. Wat ze doet is bijna onmenselijk. Zeven tot acht maanden trainen na een zwangerschap, twee tornooien spelen en daarna meteen zo ver doordringen in een grandslamtornooi. Geloof me, dat is ongelooflijk. Ik vind ze ook heel compleet geworden.'

Corrigeer