Undercoverjournaliste in Sint-Jans-Molenbeek

Op zoek naar de moslimextremisten onder ons

Moslimfundamentalisme dit, islamitische jihad dat. Terreurnetwerken hier, terroristische aanslagen daar. Osama Bin laden verdwenen. Marokkanen opgepakt. Westerlingen zijn onze vijanden. Islamieten zijn nazi's. Stop! Ik ben moe van al dat gedoe. Moe en verward.
Ik, een moslima met een katholieke opvoeding. Ik, een moslima die zich daarom niet minder Vlaams voelt. Een moslima met vrije keuzes. Ik was happy tussen twee werelden. Er waren weinig woorden nodig. Nu moet ik alles uitleggen. Maar laat ik nu eens bij het begin beginnen...

Ik ben Hind, geboren in een Klein-Brabants dorp. Mijn ouders zijn Marokkaans. Veertig jaar geleden kwamen ze naar België . Eigenlijk weet ik niet juist waarom mijn ouders uit Marokko emigreerden. ,,Ik was jong en dom, bovendien was het ,,in'' om Marokko te verlaten voor Europa'', vertelt mijn vader. ,,Ook ik was jong en dom. En erger, ik volgde jouw vader'', hoor ik van mijn moeder. Zo doet ze alsóf ze heel onderdanig is. Sluw, denk ik dan, de man in de waan laten dat hij de macht heeft. Zo krijgen de media de indruk dat moslimvrouwen niets te vertellen hebben. En de betuttelde burger? Die slikt alles. Dan krijg je reacties als ,,och arme, die Marokkaanse vrouwen, toch, zo onderdrukt (zucht)'' of ,,de islam doet de moslimvrouwen toch maar weinig goeds (hoofdschuddend)''

Onzin. Het is niet mijn gewoonte maar nu is het tijd om als moslima een belerend vingertje op te steken. Wij hebben ook onze Dolle Fatima's. Zoals we ook gewone vrouwen hebben die niet stil staan bij hun positie. En ja, ik beken, er zijn moslimzussen die een onderdanig bestaan leiden, sommigen gewild, anderen jammer genoeg niet. Er zijn nu eenmaal verschillen. Die heb je overal; in alle religies, culturen en nationaliteiten. Nee, alsjeblieft, kom niet aandraven met de koran. Ik ben het zat om te vechten tegen verwijzingen naar dat heilig boek.

Maar ik dwaal af. In die veertig jaar dat mijn ouders hier leven, hebben ze vier kinderen gemaakt. Ik - je moest eens weten hoe trots ik ben wanneer ik dit schrijf - ik kwam op aanvraag. Mijn ouders wilden per se een dochter en smeekten hun wens bij Allah af. Mijn vader wilde echter zijn kansen op een meisje verhogen. Op een dag stapte hij prompt de kerk in het centrum van het dorp binnen. ,,Ik zag daar Jezus aan het kruis hangen en vouwde mijn handen'', vertelt mijn vader. Vervolgens sprak hij het beeld in een niet accentloos Nederlands toe: ,,Jesoes, gef mij alstoeblift een doechter''. Toen mijn moeder enkele maanden later ging bevallen in het ziekenhuis, maakten de nonnetjes van de materniteit snel een kruis ,,opdat de wens van ma Fraihi uitkomt.'' Enkele puffen later riep ene zuster Godelieve lichtjes hysterisch ,,Het is een meisje, het is een meisje!''. Ik zag het levenslicht. Mijn vader zat toen op café, pintjes te drinken.

Twaalf jaar later was ik een koormeisje in de kerk. We zongen het afscheid voor de nonnen. Sommige liedjes ken ik nog van buiten. Heel soms durf ik ze nog te zingen, in bad of zo. Het is opvallend hoe katholiek mijn jeugd was. Heel mijn leven heb ik katholieke school gelopen. Heel mijn leven was ik de enige Marokkaanse in de klas, en als ik me goed herinner, was ik zelfs de enige Marokkaanse op school. Vreemden waren vreemd voor mij, ik kende alleen Vlamingen.

Thuis sprak ik evenwel Arabisch. In de zomer gingen we met heel het gezin naar Marokko, het thuisland van ma en pa. We denken nu nog nostalgisch aan de tijden dat we met z'n zessen in een grijze Ford Taunus langs de Franse en Spaanse autowegen scheerden. Nagenoeg drieduizend kilometer zat mijn vader haast non-stop aan het stuur. De havenstad Tanger was onze bestemming. In de Ford Taunus klonk de hele trip lang het gekwijl van twee diva's: de Egyptische Oum Koultoum en de Griekse Vicky Leandros. Mijn broers en ik moesten niets weten van die oude, melige brol. Uiteindelijk bezweken we toch telkens weer voor de idolen van pa en ma en zongen we uit volle borst met Leandros mee: ,,Après toi, j' aurais les yeux humides. Les mains vides, le coeur sans joie!''

Eens de Middellandse Zee over, zette ik voet in mijn tweede land. Dat land maakt deel uit van mijn geschiedenis. Het is daar dat ik voor het eerst een jongen kuste op het strand van Tanger, voor het eerst een doekje rond mijn heup knoopte om zwierig te dansen, iedere ochtend wakker werd van tromgeroffel en gebedenzang. Nu nog ga ik er jaarlijks naartoe. Marokko zit immers onder mijn huid.

Dan is er nog mijn liefde voor de Arabische taal en poëzie, die erfde ik van mijn moeder. Hoe vaak hoor ik haar nu nog gedichten opzeggen, erotisch getinte gedichten. ,,Hind, luister'', zegt ze dan en ik zie haar even in hogere sferen komen. ,,Ik omhels haar, maar mijn ziel verlangt nog steeds naar haar: kan men nog dichter bij elkaar dan in omhelzing? Ik kus haar op de mond zodat mijn passie zou verdwijnen: maar mijn smachtende liefde wordt alleen maar groter.'' En dan pest ze me: ,,Herhaal wat ik zeg. Vooruit.''

In mijn tienerjaren kreeg ik koranlessen van mijn moeder. Een strenge meesteres was ze niet, wel integendeel. Een inleiding tot de islam kreeg ik iedere avond wanneer ik ging slapen. Mam kroop naast me in bed en fluisterde een koranvers. ,,Herhaal je wat ik zeg?'', vroeg ze ontzettend lief. Ik denk dat niemand op zo'n zachte manier zijn godsdienst leerde kennen.

Bijna vier jaar geleden ondernamen we als moeder en dochter de kleine pelgrimstocht naar de heilige stad Mekka in Saudi-Arabië. Mijn moeder pinkte enkele traantjes weg van ontroering. Ik zat met een vervelend gevoel binnenin want ik was niet langer een Vlaamse moslima zonder meer. Sinds mijn geboorte leefde ik probleemloos in twee werelden, die voor mij ook twee dierbare thuislanden zijn. Plots, op die beruchte 11 september, moest ik me zoals vele andere moslims verantwoorden voor het neerstorten van vliegtuigen. Ik hoorde Vlamingen vragen stellen in de trant van ,,Is de koran de basis van moslimterrorisme?'' En dan nog eens vragen, visies, theorieën over islamitische extremisme. Dit wereldtrauma zal wel koelen zonder blazen, hield ik me voor.

Maar dat gebeurde niet. Er volgden nog andere 11 septembers, in kleinere versies weliswaar. Het hoofddoekendebat, de aanslagen in Madrid vorig jaar, de bedreigde Nederlandse Hirsi Ali, homofobe uistpraken van imams, de moord op Theo van Gogh; het werden media-evenementen waarbij telkens de islam in het middelpunt stond. De boodschap was steeds weer dezelfde: terreur, verschrikking, woede, onbegrip en nog eens terreur. Allemaal door toedoen van enkele moslimextremisten.

De media, politici, de burgers... iedereen knuppelde zichzelf dood met herhaling. In mijn hoofd zette ook ik mijn vinger op een replayknop. Ik hoorde altijd diezelfde vraag: ,,Wie zijn in Allahs naam moslimextremisten?'' .

,,Je bent Marokkaans, moslima, Arabisch sprekend en journaliste. Waarop wacht je dan?'', porde ik mezelf aan. Maar iets in me remde me af. Dat iets had de geur van verraad. Dat klonk zo: waarom zou je de berichtgeving over jouw gemeenschap nóg stereotieper maken met reportages over moslimextremisten? Straks word je ervan beschuldigd anti-islamitische gevoelens te versterken? En vooral, gaat de lezer weten dat de moslimwereld héél divers is? Dat moslimradicalisme een afwijkende stroming binnen de islam is? Wil je niet de weg vrijmaken voor wederzijds respect en dialoog en zeemzoete blablabla?

Ik heb lang getwijfeld. Uiteindelijk koos ik voor journalistieke diversiteit. Wanneer het gaat over moslimextremisme zie ik in de media politici, politieke analisten en salonfähige allochtonen optreden, maar geen radicale moslims. Ik besloot ze dan maar op te zoeken. Twee maanden lang ging ik undercover in Sint-Jans-Molenbeek De Brusselse gemeente is immers een klein moslimland waar radicalen hun stek hebben. Ik ben aan de undercoveropdracht begonnen zonder vooroordelen over de fundi's van de islam. Ik ging gewoon aan de slag.

Op 30 november vorig jaar stuurde ik een mail naar mijn redactiechef.

Dag Gunther,

Vanaf morgen ben ik in Molenbeek om het moslimextremisme te onderzoeken (of tenminste een poging te ondernemen).

Mijn nieuw adres is: De Ribaucourtstraat XX waar ik een flat deel met X X.

Aan mijn flatgenote heb ik me voorgesteld als een studente sociologie die een thesis schrijft over religiebeleving in gettowijken. Onder het mom van een studente zal ik dus mijn onderzoek verrichten.

Zoals afgesproken, stuur ik je dagelijks een sms.

Groeten,

Hind

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees