FOTO: Bekijk de fotospecial van de bunker

'De Russen komen niet meer'

'De Russen komen niet meer'

Foto: © Pol De Wilde - Corelio

GAVERE - 'Als ik de gevechtsvliegtuigen hoor overvliegen voor een oefeningsbombardement, ga ik in mijn tuin kijken en luisteren. Ook al schieten ze niet echt, ik hóór of ze doel raken.' De ogen van commandant buiten dienst Theo 'Fille' Jacobs (79) glinsteren als hij het vertelt. Bijna dertig jaar lang werkte hij als luchtgevechtsleider in de ondergrondse bunker van het Air Traffic Control Center (ATCC) op de militaire basis van het Oost-Vlaamse Semmerzake. In april gaat de bunker voorgoed dicht.

Sinds 2001 staat in een wei in Semmerzake een reusachtige witte bol. Binnenin: een onophoudelijk ronddraaiende radar van twaalf bij zeven meter. Een eindje daar vandaan staat de oude radar te roesten. De witte beschermende bol is 13 meter hoog, de Marconiradar binnenin controleert het luchtruim 450 km ver en 61 kilometer hoog. Op een redelijke afstand en een beetje in het landschap verzonken staat een laag gebouw. Daar zitten de luchtverkeersleiders van het Air Traffic Control Center (ATCC). Net als hun burgercollega's van de luchtverkeersleiding Canac in Steenokkerzeel houden zij het luchtruim boven ons land in de gaten en begeleiden zij de passanten - speciaal die met een militair identificatieplaatje.

Tot begin jaren '80 deed Semmerzake dienst als luchtverdedigingscentrum. Het verschil tussen een luchtverkeersleider en een luchtgevechtsleider? 'Simpel', zegt adjudant-majoor en luchtverkeersleider Fred Van Nieuwenhove. 'Een luchtverkeersleider in het leger doet hetzelfde als die in de burgerluchtvaart: hij zorgt er voor dat een vliegtuig veilig over vliegt. Zodra het over een conflict gaat, wordt de controle overgegeven aan lucht gevechts leiders. Vandaag zitten die in Glon in de provincie Luik. Eenvoudig gezegd: een luchtverkeersleider houdt vliegtuigen uit elkaar, een luchtgevechtsleider brengt ze bij elkaar.'

De basis in Semmerzake is opgericht in 1951, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, als een centrum voor luchtverdediging. In de wei van Semmerzake stond een hoop legertenten rond een mobiele radar die nog dienst had gedaan in Noord-Afrika, waar de geallieerden in de clinch hadden gelegen met de Duitse generaal Rommel. Enkele jaren later ging de hele infrastructuur, behalve de radar zelf natuurlijk, ondergronds in een bunker van maar liefst drie volle verdiepingen, goed voor 18.000 m3, 24 meter diep in de Oost-Vlaamse klei. 'Het was de tijd van de Koude Oorlog', zegt kolonel Dirk Verhaeghe, bevelhebber van de basis-Semmerzake. 'Militaire installaties moesten maximaal worden beschermd. En zeker die van een uitzonderlijk strategisch belang.'

Fille Jacobs ging in 1955 ondergronds in Semmerzake. 'Wij hebben eigenlijk nooit iets anders gedaan dan geoefend. Vanuit Semmerzake keken wij tot aan het IJzeren Gordijn. Dat was best spannend. Wij moesten nauwlettend in de gaten houden of er van achter het IJzeren Gordijn geen vliegtuig kwam aangevlogen waarvan we de identiteit niet kenden. Dat was in die dagen een hele verantwoordelijkheid. Als er een vliegtuig opdook dat we niet kenden, lieten we onze piloten meteen opstijgen om een kijkje te nemen. Een scramble! We stegen altijd met twee vliegtuigen op. Een jager ging naast het onbekende vliegtuig vliegen om te proberen visueel contact te maken. De andere ging achter dat vliegtuig hangen - om de boel in de gaten te houden en desnoods te schieten.'

Dagelijks stegen piloten in Navoverband op voor een oefening. De luchtverkeersleiders van Semmerzake oefenden altijd mee. Fille Jacobs: 'Wij vertelden die piloten hoe en waar ze moesten vliegen. Wij waren hun ogen. Wat zij niet konden zien - een achteropkomend vliegtuig bijvoorbeeld - zagen wij wel.'

Het verschil tussen de luchtverkeersleiders van het leger en die van de burgerluchtvaart is volgens kolonel Verhaeghe duidelijk: 'Die van het leger krijgen veel meer af te rekenen met onverwachte gebeurtenissen. De meeste militaire bewegingen in de lucht liggen niet maanden van tevoren vast. In het leger wordt veel meer ad hoc gevlogen. En sneller. Maar dat is een kwestie van gewoonte.'

Vijf jaar geleden is de controlekamer van het ATCC bovengronds gebracht. Kolonel Verhaeghe: 'Waarom zouden we nu nog ondergronds gaan zitten? De militaire dreiging is helemaal weg. De Russen komen niet meer.'

Zo'n ondergrondse bunker mag dan wel veiliger zijn, hij zorgt ook voor veel problemen. 'De verwarming en de klimaatregeling kosten handenvol geld. We kregen ook steeds meer af te rekenen met vochtproblemen. Het grondwater komt hier tot min zes meter.'

Daar, diep onder de grond, zat Fille Jacobs bijna dertig jaar. Dat ging niet in zijn koude kleren zitten. 'Altijd werken bij kunstlicht, nooit gezonde buitenlucht inademen, altijd dat gezoem van die technische installaties en de klimaatregeling Ja, dat was soms lastig. Er waren mensen die dat niet aankonden, die vroegen om bovengronds te mogen werken. Elke keer als ik na een shift boven kwam, zoog ik mijn longen vol lucht. Dat deed deugd! Als je boven kwam en de zon scheen, of er lag sneeuw, kon je maar beter een zonnebril bij de hand hebben. Het was soms lastig, maar ik deed het zeer graag, dus nam ik die ongemakken er bij. Ik vond dat ik een job had met een grote verantwoordelijkheid - dat hield me ondergronds. Ik zat wel niet zelf aan de stuurknuppel, maar toch vloog ik met Starfighters en F-16's. Die vliegtuigen vlogen tussen passagiersvliegtuigen waarin soms wel driehonderd mensen zaten. Ik herhaal het: een grote verantwoordelijkheid!'

Vandaag zit in Semmerzake nog een tiental militairen onder de grond. 'Technici', zegt kolonel Verhaeghe. 'In de bunker hebben we nog ons no break -systeem: een dieselgenerator die er voor moet zorgen dat bij een elektriciteitspanne de luchtverkeersleiding niet in het gedrang komt. Wij kunnen ons geen zwarte computerschermen veroorloven.'

Maar vanaf april komt ook dat backupsysteem bovengronds en wordt de bunker helemaal verlaten. Wat ze er mee gaan doen? 'Ik weet het niet', zegt kolonel Verhaeghe. Mocht adjudant-majoor Van Nieuwenhove mogen beslissen, hij zou het wel weten: 'In Engeland maken ze van zo'n locatie op slag een museum.' Het lijkt kolonel Verhaeghe niet zo'n goed idee.

Fille Jacobs wil graag nog eens een kijkje nemen in de ondergrondse ruimtes waar hij een kleine dertig jaar heeft gewerkt. Het begint met een steile betonnen trap naar beneden en een wachthuisje waar nu niemand meer zit. Her en der aan de muren hangen maskers. 'Voor als er wat zou gebeuren', fluistert adjudant-majoor Van Nieuwenhove. 'Een brand bijvoorbeeld. Dan trek je zo'n masker over je kop en kun je nog enkele minuten ademen. Je ademt dan weliswaar je eigen adem opnieuw in, maar dat is beter dan helemaal geen adem hebben.'

Aan de muren hangen ook hakbijlen en enterhaken. Enterhaken? ' Yep ', lacht Fille Jacobs. 'Die hadden ze ook in duikboten. Die enterhaken dienden om collega's in moeilijkheden dichterbij te trekken.'

We wandelen langs ouderwetse telefoons, een inmiddels leeggehaald dokterskabinet en allerlei waarschuwingen voor asbest. 'Jaren '50, hé', zegt iemand. In de helft van de lokalen is de verlichting reeds afgesloten - het is er pikdonker, maar fluorescerende strips op de muren maken dat je toch de weg vindt. De bunker heeft een nooduitgang. Adjudant-majoor Van Nieuwenhove toont hem: een opvouwbaar laddertje bij een luik in het plafond. 'De luchtkoker', zegt hij. 'Het laatste redmiddel mocht het niet meer lukken via de lift of de trap.'

Fille Jacobs zegt plotseling: 'Hier zat ik!' Maar waar hij zat, valt niets meer te zien. De opsroom - operations room , controlekamer in mooi Nederlands - is helemaal ontmanteld.

We zakken tot min drie, 24 meter onder de grond, waar nog een kamer van strategisch belang zit. Ze is weliswaar ontmanteld, maar met een beetje verbeelding zie je hier zo militairen pionnen op een landkaart zetten - alsof ze Stratego aan het spelen zijn.

Opeens zijn we in de wirwar van gangen Fille Jacobs kwijt. Adjudant-majoor Van Nieuwenhove gaat hem zoeken en vindt hem gauw terug op min twee. 'Sorry', zegt Jacobs even later. 'Ik was wat blijven hangen. Nostalgie, hé.'

Kolonel Verhaeghe zegt dat er in de buurt van Semmerzake veel militairen wonen die daar werken. 'We werken hier met ruim driehonderd mensen. Die wonen allemaal graag dicht bij hun werk. Dat is makkelijk.'

Ook oud-commandant Jacobs woont nog altijd in de buurt. Of hij nog wel eens komt kijken bij zijn oude werkgever? 'Reken maar', zegt hij. 'En als er gevechtsvliegtuigen komen overgevlogen, ga ik in de tuin kijken en luisteren. Ook al schieten ze niet echt, ik hóór of ze doel raken. Dan zeg ik tegen mijn vrouw: Lap, ze zitten er weer naast. '

Corrigeer

MEER NIEUWS