En toen stond, in een zonovergoten mensenzee, de nieuwe Leeuw op

Tom van Vlaanderen

© © BELGA

De 89ste editie van onze Ronde van Vlaanderen velde een zeldzaam eerlijk verdict. Met Tom Boonen, Andreas Klier en Peter Van Petegem stonden gisteren zonder meer de beste drie renners van een heerlijke wielerdag op het podium. Misschien dat er nog kan gemuggezift worden over de volgorde, maar nooit over de naam van de winnaar.

Paul DE KEYSER

Tom Boonen, 24 pas en nu wel definitief de nieuwe god van het Vlaamse wielerpubliek, was gewoon de beste. In een zinderende finale bezorgde de nieuwe Leeuw heel wielerminnend Vlaanderen kippenvel. Want zijn ultieme zegetocht riep herinneringen op aan die van de grootste klassieke kampioenen.

Wat moet er door Tom Boonen heen zijn gegaan, toen hij in Meerbeke de Hallebaan op zwenkte tussen hagen dolle supporters? Joelend, juichend volk, met hart en ziel in beslag genomen door het idool, dat op het punt stond een groots nummer af te ronden en daar met veel emotie op reageerde.

De apotheose van een dag waarop Vlaanderen, in de rug geduwd door een hartelijk lentezonnetje, weer massaal was uitgelopen om zijn Ronde aan het hart te drukken. Vlaanderens Mooiste. Hoe kan het ook anders, met zo'n winnaar!

Gemakkelijk was het nochtans niet voor Tom, voor het eerst in zijn carrière als absoluut kopman aan de start verschenen van een Ronde die ook hém zo dierbaar is. Lang zeulde het spektakel zich verder, gedragen door de horden wielerliefhebbers. Zíj maakten het feest. De renners namen het pas over in de finale, toen de elastiek dan tóch eens brak. Op dat ogenblik was het al lang duidelijk wie de beteren waren van het pak. De twee favorieten van eigen bodem hoorden daar bij: Tom Boonen en Peter Van Petegem. Samen met Andreas Klier, een Duitser uit de Vlaamse Ardennen.

Aanvallen

Zelfs op de top van de Bosberg, de allerlaatste van de zeventien hellingen, was het nog lang niet zeker dat de haver juist zou worden besteld. Laat staan dat Boonen, op papier veruit de snelste van de zes die definitief afstand hadden genomen, zou mogen spurten voor winst. ,,Ik mócht niet speculeren op een sprint'', begreep de bonk uit Balen. ,,Er was immers ook Zabel nog en iedereen weet dat Klier en Van Petegem vrienden zijn.''

Duidelijk: bleef hij wachten, dan werd hij afgemaakt, fijngemalen vóór de laatste rechte lijn. Eén oplossing dus: aanvallen. Zoals hij dat een goeie week vroeger had gedaan in Harelbeke. Twee, drie keer vergeefs. Maar op negen kilometer van het einde, op een stuk beton waar je het nauwelijks nog verwachtte, dan toch de goeie keer. ,,Ik begreep meteen dat het vogeltje gaan vliegen was'', bekende Van Petegem, die de kloof niet meer kon dichten.

Het vogeltje moest nog een handvol kilometers zijn vleugels uitslaan met alle krachten die restten, maar mocht dan met volle teugen genieten van een koninklijke ontvangst. Als Tom de Eerste, Tom van Vlaanderen...