Vandaag start in Brugge proces over gruwelijke mishandeling en uithongering

Stiefvader folterde Davey (17) de dood in

Stiefvader folterde Davey (17) de dood in

Vlak voor zijn dood was Davey Vanden Berghe nog nauwelijks vel over been. Foto: © PMG

BRUGGE - 'Zoiets doe je zelfs nog geen hond aan.' De politiemensen die vier jaar geleden bij het levenloze lichaam van Davey Vanden Berghe werden geroepen, gruwen nog altijd van wat ze die dag aantroffen: een graatmagere, totaal uitgemergelde tiener vol littekens. De moeder en de stiefvader van de jongen staan vandaag voor het West-Vlaams assisenhof terecht.

Drie jaar heeft de lijdensweg van Davey Vanden Berghe geduurd, maar zijn moeder Iris (41) en stiefvader Christiaan Mechele (43) worden enkel vervolgd voor wat ze hem het laatste halfjaar aangedaan hebben. Zes maanden van verwaarlozing, ontbering, foltering en uithongering tot de jongen nog slechts vel over been was. Die morgen haalden moeder Iris en stiefvader Christiaan de uitgeputte tiener uit het stinkende kot van hun woning aan de Velodroomweg in Oostende en legden hem op de ligzetel naast de kachel. Het was het eerste beetje warmte dat hij in weken gevoeld had. En ook het laatste. De jongen rilde over zijn hele lijf en snakte naar adem, er kwam spuug uit zijn mond. Toen zijn ouders dan toch de hulpdiensten belden, was het te laat. Zijn calvarietocht was voorbij.

Beulen

Davey Vanden Berghe was dertien toen hij met zijn moeder en een jongere broer in april 2001 bij Christiaan Mechele introk. De jongen kampte met een lichte mentale achterstand en was volgens de moeder niet altijd even handelbaar. 'Christiaan kon daar moeilijk mee om. Hij keek Davey voortdurend op de vingers. Bij het minste dat hem niet aanstond, kreeg Davey straf. Klappen in het gezicht, uren op de knieën zitten, ... zulke dingen', geeft Iris Vanden Berghe toe. Maar daar bleef het niet bij.

Tot dan had de jongen een vrij normaal leven geleid. Op de lagere school vonden ze hem een wat moeilijk kind, maar Davey spartelde zich overal door. Ook in het buitengewoon secundair onderwijs. 'Hij durfde al eens de stoere uithangen, maar wie doet dat niet', vertelden zijn leerkrachten. 'En als hij over zijn kleine zusjes mocht vertellen, smolt zijn hart. Hij zorgde zo graag voor die meisjes.'

Maar bij stiefvader Christiaan Mechele had Davey zijn spullen nog maar uitgepakt of de man liet hem voelen dat hij die lastpost er dik tegen zijn zin bijnam. Elke euro die hij voor Davey uitgaf, was er één te veel: als Mechele Daveys bril kapotsloeg, moest de jongen maar verder zonder. Rukte de man tijdens een rammeling Daveys kleren kapot, dan stopten ze de tiener in de afgedragen spullen van zijn stiefvader.

Een buurvrouw alarmeerde na enkele maanden de politie. Ze had de jongen soms bij momenten doorheen de muren horen schreeuwen van de pijn. Maar het paar weigerde hooghartig elke begeleiding. 'Niet nodig, we lossen dat zelf wel op', zei Mechele. En dat deed de stiefvader steeds grondiger. Niemand kan zich voorstellen wat de jongen gedacht moet hebben toen hij zijn ouders veranderden in gewetenloze beulen, die geen cent meer gaven om zijn gezondheid, gevoelens en uiteindelijk ook zijn leven.

Naar de overkant

Tot zijn vijftiende ging Davey nog dagelijks naar school. Vanaf de zomer van 2004 moest hij geld opbrengen, of toch minstens zelf zijn eten verdienen, vond stiefvader Christiaan. Moeder Iris sprak hem niet tegen. Ze schreven hem in voor een opleiding als zinkarbeider. Mechele gaf hem voor de schijn ook een leercontract in zijn eigen dakbedrijfje, goed wetende dat Davey zoiets niet aankon. In de praktijk lieten ze hem tussen zijn schooldagen thuis, waar hij dagen van vijftien uur klopte als kinderoppas, als manusje)van-alles, als voetveeg en steeds vaker ook als boksbal.

'Als ze het over hun kinderen hadden, zwegen ze over Davey', zegt een goede kennis van het paar. 'Hij telde niet mee. Hij was geen zoon meer, maar een lastpak. Werden er gezinsfoto's genomen, dan duwden ze hem weg. Op het communiefeest van zijn broer mocht Davey niet mee aan tafel, hij moest de afwas doen. Hadden ze hem kunnen wegtoveren, ze hadden geen seconde geaarzeld.'

Het geweld tegen de jongen escaleerde ook tot beestachtige, mensonterende martelpraktijken. De gerechtspsychiater die Christiaan Mechele na de feiten onderzocht, verdenkt hem ervan een bizarre interesse te hebben voor nazistische wantoestanden. Maar de man ontkent dat. Tegen het zonlicht in, want zijn vrouw beschreef zijn foltermethodes in geuren en kleuren aan haar moeder: hoe Davey tot bloedens toe geslagen werd, hoe hij 's nachts op een tapijt van punaises blootsvoets rechtop moest blijven, hoe hij een fles laxeermiddel moest leegdrinken, hoe hij de uitwerpselen van Mechele moest opeten, hoe hij met eigen urine zijn dorst moest lessen, hoe zijn stiefvader in zijn geslachtsdelen kneep tot hij kronkelde van de pijn, hoe die de loop van een geladen geweer in zijn mond duwde, hoe hij verhitte messen in zijn nek en tussen zijn benen kreeg geduwd, ... En nog erger, te erg voor woorden.

Ook enige vorm van ontspanning was de tiener op de duur niet meer gegund. Stiefvader Christiaan en moeder Iris nemen Davey nog mee op vakantie naar de Ardennen, maar tijdens hun uitstapjes sloot Mechele hem op in hun bestelwagen. Of hij liet hem het chalet schrobben. Moeder Iris liet begaan: in het beste geval sloot ze de ogen, in het slechtste geval stak ze een handje toe. Of ze praatte erover met haar moeder, maar ook die bewoog niet. Allemaal zwegen ze. Omdat ze wisten dat ze te ver gingen? Omdat ze wisten dat ze er niet ongestraft mee zouden wegkomen?

Terug thuis werd de hel voor de jongen compleet. Hij mocht niet langer naar de beroepsopleiding, hij mocht geen boodschappen meer doen en het huis niet meer uit. Als stiefvader en moeder uit werken gingen, stopten ze alle voedsel achter slot en grendel. Mechele installeerde bovendien overal camera's. 's Avonds schepte hij er plezier in om alle videobanden af te spelen en Davey verrot te slaan voor alles wat hem niet beviel.

Op 23 december, vijf dagen voor de jongen bezweken is, verbanden Christiaan en Iris Davey uit de woonkamer en de keuken van hun woning. N aar de overkant , zoals ze het zelf noemen: de overzijde van de gang waar niemand het gejammer van de jongen nog kon horen en waar Christiaan Mechele de vroegere badkamer met spaanderplaten vertimmerd had tot een donkere, vochtigekerker. Er was geen bed, geen toilet, geen verwarming, geen water, geen klink op de deur, ...

Op 25 december schoven moeder Iris en Mechele Davey de restjes van hun kerstmenu toe. Het wordt Daveys laatste avondmaal. Op 28 december sterft hij. De jongen is er zo erg aan toe dat de wetsdokter niet eens kan zeggen wat nu eigenlijk de oorzaak van zijn overlijden is.

Puur opportunisme

De gerechtspsychiater die de stiefvader Christiaan Mechele en moeder IrisVanden Berghe onderzocht, kon hij zoveel sadistische terreur nauwelijk geloven. 'Het leek wel of Davey geen mens meer was - laat staan een familielid - maar een lastig ding. Het slachtoffer was volledig ontmenselijkt', schreef hij in zijn rapport. Mechele beweert dat hij het altijd goed meende met Davey, maar dat hij moegetergd was door het onhandelbare gedrag van de jongen. Maar de dokter vindt de feiten te gruwelijk om dat te geloven: een mens kan tegenover een kind wel eens ontploffenmaar een bewuste, systematische en maandenlange foltering is van een hele andere orde.

Bij Iris Vanden Berghe liggen de kaarten enigszins anders. 'Ik was bang van mijn man', probeerde ze zichzelf te verschonen. Maar ook die leugen heeft de psychiater doorgeprikt. 'Ze was niet bang voor geweld, ze was hooguit bang om Christian Mechele te verliezen', schreef hij. 'Ze handelde uit berekening: het was puur uit opportunisme dat ze Mechele toeliet zijn sadistische praktijken op haar zoon bot te vieren. Ze koos voor haar eigen persoontje en liet haar kind stikken.'

Volgens de psychiater drong de gruwelijkheid van de feiten bij de vrouw ook na haar aanhouding niet door, wellicht uit schaamte en omdat haar aandeel in het lijden van haar zoon verpletterend was. 'Later haalden haar zelfingenomen trekjes weer de bovenhand en werd de dood van Davey niets meer dan een accident de parcours , een spijtig ongeluk dat hopelijk geen te grote problemen zal opwerpen op haar verdere levensweg.' De assisenjury zou daar wel eens heel anders over kunnen denken.

Corrigeer

MEER NIEUWS