Olympisch sprintkampioen Alain Bernard, ook dankzij zijn Belgische maatje Yoris Grandjean

Alain Bernard: 'Zonder Yoris ben ik niets'

Alain Bernard: 'Zonder Yoris ben ik niets'

Foto: © AP

Nieuw zwemtijdperk, nieuwe heersers. Het rijk van de techniek van Pieter van den Hoogenband is uit, de nieuwe koning van de 100m vrij heet krachtpatser Alain Bernard. Met dank aan zijn Belgische lakei, Yoris Grandjean. 'Ik zou niet weten wat ik zonder Yoris zou zijn.'

Zo ongeveer elke dag omstreeks halfacht duiken een gespierde kolos en een jongen met warrig, blond piekhaar in een buitenzwembad in het zonnige microklimaat van de Côte d'Azur. Ongeveer een jaar geleden verhuisde Yoris Grandjean - de blonde gast - naar Antibes, waar hij de vijf jaar oudere Alain Bernard, een Jerommeke, terugvond. Met nog enkele andere Franse zwemmers trainen ze samen. Vandaag is Alain Bernard tweevoudig Europees kampioen (50 en 100m), olympisch kampioen op de 100 meter en nog in de running voor de 50m.

'Olympisch kampioen word je niet in Peking, olympisch kampioen word je in de winter.' André Henvaux, de Belgische coach van Grandjean, draait al jaren mee. Zijn boutade snijdt hout. De laatste dagen voor een grote competitie is het grote werk gedaan. 'En dat is het geheim van onze club', zegt Grandjean. 'We zijn allemaal trainingsbeesten in de club', vult Bernard aan. 'Maar ik haat het om alleen te zwemmen. Ik ben niets zonder Yoris en de rest van mijn trainingsgroep'

Kracht

Hoezo, de beste van de wereld traint op dezelfde manier als een Belgisch toptalent? 'In de sprint is het verschil in chrono's miniem, dus kun je dezelfde trainingsschema's afwerken. Je zou denken: Bernard zwemt die jongens eraf op training. Niets van. Integendeel, hij moet soms verdomd zijn best doen om Yoris bij te benen. Zo gaat het niveau omhoog.'

Als ze uit het water komen, is het verschil anders duidelijk. In het torso van Bernard past Grandjean haast twee keer, en vergeleken met de Franse reus is Grandjean een klein Belgje. 'Alain traint niet zozeer meer dan ik, maar zit veel meer in het krachthonk. Niemand in de club doet hem na. In het bankdrukken bijvoorbeeld buigt de stang door van het gewicht: hij tilt 130 kilogram, ik 90.'

En dat maakt Henvaux een beetje kwaad. 'Kijk, groeien gaat Yoris niet meer doen, maar hij moet krachtiger worden. Zijn souplesse waarmee hij wereldkampioen werd bij de juniores, is zijn sterke punt, maar bij de grote jongens verzwakt hij in de laatste 50m door zijn tekort aan kracht. Nu, met Alain heeft hij een goed voorbeeld wat hij moet doen. Hij weet dat hij anders niet meekan met de wereldtop.'

Want dat het sneller moet staat, buiten kijf. 'Er was Popov, er was Van den Hoogenband, maar nu ligt het veld nog dichter op elkaar.'

Rest de vraag, net als de kanonnen van de atletiek: hoe heeft Bernard in enkele jaren tijd dat imposante lijf van hem gebeeldhouwd? Sommige topzwemmers - bijvoorbeeld de Italiaan Filippo Magnini - suggereren dat er meer dan talent, passie en gedrevenheid in het spel is. Zijn het slechte verliezers, of weten ze meer? Bernard, rustig als altijd: 'Ik ben niet stupide, ik ga mijn carrière niet vergooien door met ongeoorloofde middelen een fractie van een seconde te winnen. Zegt Magnini dat ik de juiste vitamines heb gevonden. Dan is hij slecht geïnformeerd. Ik drink alleen water.'

Corrigeer