'Ik reed Formule 1, maar had geen geld om te eten'

'Ik reed Formule 1, maar had geen geld om te eten'

Foto: © Pol De Wilde - Corelio

Formule 1 staat synoniem voor glitter en glamour. Maar toen Bas Leinders voor Minardi reed, in 2004, had hij soms letterlijk geen geld om te eten. Hij moest overleven op een pakje chip dat hij meegriste uit de teambus. Maar niemand geloofde hem. Want in Formule 1 stroomt de champagne toch bij beken?

Limburger Bas Leinders (32) is nog altijd de laatste Belg in Formule 1. In 2004 was hij derde rijder bij Minardi. Dat betekent dat hij enkel op vrijdag mocht rijden, om de afstellingen uit te testen. Tijdens de race moest hij toekijken. Maar voor de overlevering zat hij in Formule 1 en dat naamkaartje opent vele deuren. De RTBf vraagt hem als gastcommentator, bedrijven huren hem in als consultant, hij leeft nu van zijn verleden in de Formule 1.

Daarom beschouwt Leinders zijn carrière niet als mislukt. Ook al beperkt de actieve racerij zich nu voor hem tot auto's met een dak. Een schamele bezigheid voor iemand die de autosportladder bestormde en werd vergeleken met Michael Schumacher. Waar hij ook aanzette, Leinders werd meteen kampioen. Benelux Formule Ford, Britse Formule Ford, Formule Opel, Duitse Formule 3, titels bij de vleet, lovende commentatoren, een riante toekomst was geplaveid. Waar is het fout gegaan?

'Toen ik kampioen werd in de Duitse Formule 3, had ik mijn kans moeten krijgen in Formule 1. Ik was nog jong toen en ik had alles gewonnen waarin ik startte. Toen had ik wellicht één of twee tests kunnen versieren zonder te betalen en me echt bewijzen. Maar ik kende toen de juiste mensen niet. Toen ik in 2004 eindelijk in de Formule 1 kwam, was ik al er 29. Ik had al wat aangemodderd in de Formule 3000. Dus kwam ik binnen als betaler. Ik heb nooit echt de kans gekregen om te bewijzen wat ik kan.'

Gefrustreerd?

'Neen, echt niet. Mijn levensdoel was in de Formule 1 raken. En dat heb ik gerealiseerd. Trouwens, voor de buitenwereld heb ik in de Formule 1 gezeten. Ik sta in alle lijstjes, in de paddock word ik begroet als ex-rijder en ook daarbuiten word ik regelmatig herkend. Zelfs in het buitenland. Ik herinner me een bezoek aan mijn (Spaanse) schoonouders. De oma van Judith (zijn vrouw) werd onwel en ik moest in allerijl met haar naar het plaatselijke ziekenhuis. In een godvergeten gat. Maar de dokter herkende me, uit de Formule 1. Het zou anders geweest zijn mocht ik testrijder zijn geweest. Als testrijder ben je niet op de Grand Prix-weekeindes aanwezig. Als derde rijder wel. Je hoort er echt bij.'

Niettemin, waarom wordt iemand derde rijder? Het is als voor het zingen de kerk uitgaan?

'Omdat ik niet genoeg geld had om een echt zitje te kopen. De plaats als derde rijder bij Minardi kostte toen al 2 miljoen dollar. Als titularis moest ik het viervoudige ophoesten. En ik kreeg die twee miljoen dollar al amper rond.'

Inderdaad, je toenmalige manager, een gerechtsdeurwaarder, moest er zelfs onverkwikkelijke dingen voor doen?

'Marc (Guiot, red.) werd bedot door twee Afrikanen. Hij moest 800.000 euro investeren om een veelvoud terug te krijgen. Hij gebruikte het geld van zijn kantoor. En zag niks terug. Men verdacht hem ervan dat geld ergens op een geheime rekening te hebben geparkeerd. Maar dat is niet zo.'

Een gerechtsdeurwaarder die zich laat bedotten door twee Afrikanen, van wie één internationaal geseind als oplichter?

'Het waren geen Afrikanen die hij op de hoek van de straat was tegengekomen, hé. Ze deden zich voor als diplomaten. Alle contacten verliepen ook via de ambassade en ze verplaatsten zich zelfs in een auto met een diplomatieke nummerplaat. Dan valt de natuurlijke achterdocht van een mens weg. Het hele verhaal heb ik pas achteraf vernomen.'

Marc Guiot meende het goed met Bas Leinders, maar hij had geen contacten in het milieu. Was hij wel de juiste keuze?

'Marc was zich daar zelf wel van bewust. Hij kon amper aanwezig zijn op de Grands Prix omdat hij natuurlijk een kantoor moest runnen. Daarom hadden we halfweg 2004 bij Rick Gorne getekend, de mede-oprichter van het Formule 1-team British American Racing. Iemand die wel veel contacten had. Maar in de drie jaar dat ik bij hem was, heb ik hem welgeteld één keer gezien. En dan nog omdat ik zelf op hem ben toegestapt. Hij belde wel vaak, beloofde van alles, maar het werd nooit wat.'

Vreemd, want als hij geen sponsors binnenhaalt, verdient hij toch ook niks?

'Niet helemaal correct. Nadien werkt hij op percent, maar eerst moet je zo'n manager een som betalen. In mijn geval ruim 2 miljoen Belgische frank. Nu, we hebben die niet betaald. Omdat hij nooit iets heeft gedaan. Het enige concrete bod kreeg ik van Frank Williams. En die was mij zelf komen polsen om testrijder te worden.'

Waarom ging dat uiteindelijk niet door?

'Omdat Nico Rosberg tekende. Ze hadden hem eerst gevraagd. Maar Keke (vader en ex-F1-rijder, red.) weigerde een contract voor zijn zoon als testrijder te tekenen zolang er geen clausule werd aan toegevoegd dat Nico het jaar nadien titularis zou worden. Willams zag dat niet zitten en toen kwam ik in beeld. Maar uiteindelijk zwichtte Williams en kreeg Rosberg zijn zin. Jammer.'

Waarom had je bij Williams testrijder willen worden. Dat sta je toch verder af van de Formule 1 dan als derde rijder?

'Ja, maar bij Williams krijgt een testrijder wel een salaris. Peanuts naar Formule 1-normen, maar wel degelijk een salaris. Dat ik niet kreeg van Minardi.'

Het is toch een publiek geheim dat elke betalende rijder een percentje afhoudt op de sponsoring die hij aanbrengt, dat hem toelaat rijkelijk te leven?

'Ik niet. En Marc verdiende ook geen frank aan de operatie. Al het geld ging naar het team. Alleen keerde de vzw die Marc had opgericht, mij maandelijks een vergoeding van 2.000 euro uit. Let wel, bruto. En van dat geld moest ik ook mijn vliegtuig, taxi, restaurant betalen. Dat liep al snel op tot 600 à 700 euro per Grand Prix. Van de rest moest ik nog een huis huren en een gezin onderhouden. Judith was net bevallen van ons tweede kindje en kon niet gaan werken. We hebben toen zwarte sneeuw gezien. We zaten onder het minimumloon.'

'Ik herinner me de Grand Prix van Monaco. In tegenstelling tot in de andere Grote Prijzen wordt er in Monaco 's avonds niet gekookt voor de monteurs. Ze krijgen een maaltijdcheque en trekken daarmee de stad in. Dat is een traditie, maar ik was er niet van op de hoogte. Een serieuze streep door mijn rekening. Ik had voor mijn vertrek mijn allerlaatste 100 euro van de bank gehaald en aan Judith gegeven om de week door te komen. En mijn Visa-kaart werkte ook niet meer, want de limiet was bereikt. Daar stond ik dan. Ik heb dan maar inderhaast een pak chips en een cola meegegrist uit de teambus en dat 's avonds op mijn hotelkamer opgegeten. De dag erop wist ik al hoe laat het was en legde ik 's middags een broodje apart voor 's avonds. En dat nota bene in Monaco, waar de miljoenenyachts voor je neus dobberen en je struikelt over de Rolls Royces en Ferrari's.'

Wou het team je dan niet helpen?

'Het was nog vroeg op het seizoen en ik kende daar nog niemand. Dan durf je dat niet zo snel aankaarten. Later heb ik wel vrienden gemaakt en het is meer dan eens gebeurd dat ze me meenamen op restaurant en betaalden.'

Waarom heb je dat nooit verteld?

'Ik heb het verteld, maar niemand geloofde me. Zeg nu zelf: je rijdt Formule 1 en je hebt geen geld om eten te kopen. Dat gelooft toch niemand? In het begin geloofden de monteurs mij ook niet. Tot ze zagen dat het wel degelijk de waarheid was.'

Is dat niet onmenselijk zwaar? Werken in een milieu waar met miljoenen wordt gemorst en geen geld hebben om eten te kopen?

'Neen. Ik heb mijn hele carrière tegen geldproblemen gevochten. We zijn thuis niet rijk. Toen ik in Engeland woonde om te racen, stortten mijn ouders maandelijks een bepaald bedrag. Twintigduizend frank, geloof ik dat het was. Dat was genoeg, maar ik moest wel uitkijken wat ik deed. Bovendien, ik leefde in een droom. Van kleinsaf droomde ik maar van één ding: Formule 1. Als je er dan uiteindelijk zit, ga je niet moeilijk doen omdat je geen geld hebt. Voor mijn vrouw was het veel zwaarder. Zij zat thuis met twee kleine kinderen. En ze moest elke euro tellen om naar de Colruyt te kunnen gaan.'

Het moet voor haar verleidelijk zijn geweest andere horizonten op te zoeken? Een knappe vrouw in de paddock waar het geld enkelhoog staat?

'Dat is niet haar stijl. We kennen mekaar al van toen ik nog in de opstapklassen zat. En Formule 1 nog een verre droom was. Ze heeft alle ups en downs meegemaakt.'

Hoe ben je uit de problemen geraakt?

'Na 2004 hebben Judith en ik beslist dat het zo niet verder kon. We stonden voor 10.000 euro in het rood en ik had geen werk. Het gat op onze bankrekening hebben we gedicht met de hulp van familie en vrienden en ik ben gaan doppen. Gelukkig had Marc Guiot me ingeschreven in die vzw zodat ik aanmerking kwam voor een werkloosheidsuitkering. Die bedroeg 730 euro per maand. Niet denderend, maar het was meer dan ik had toen ik nog Formule 1 reed. En ik ben een cursus bedrijfsmanagement gaan volgen. Om me als zelfstandige te vestigen. Dat doe ik nu. Ik ben zelfstandig consultant. Ik verhuur mijn diensten aan de RTBf en de VRT, als co-commentator. Aan bedrijven. En aan Gillet, als racer en als adviseur. Ik rij voor hen tien races in de GT met een Vertigo. Maar ze roepen me af en toe ook naar het atelier voor advies bij de bouw van hun sportwagens.'

Word je daar rijk van?

'Neen. We wonen in een huurhuis en we hebben pas dit jaar voor het eerst in ons leven een auto kunnen kopen. Een Skoda. Maar we timmeren verder aan de weg. Judith werkt nu deeltijds om voor de kinderen te kunnen zorgen, maar haar baas zou graag hebben dat ze voltijds gaat werken zodat ze meer verantwoordelijkheden kan opnemen. Dat komt wel. En ik frequenteer nog altijd de Formule 1-paddock, wat me interessante contacten oplevert. Wie weet, valt er iets uit de lucht.'

Je hoopt toch niet meer op Formule 1?

'Neen, dat is een afgesloten hoofdstuk. Dan zou er al een mirakel moeten gebeuren. Alhoewel, mirakels bestaan wel.'

Achteraf bekeken, is het dat allemaal waard geweest?

'Absoluut. Ik had onderweg eieren voor mijn geld kunnen kiezen en er nu financieel veel beter voorstaan. Maar dan zou ik ongelukkig zijn geweest. 2004 was het moeilijkste jaar uit mijn leven. Precies het jaar dat ik mijn droom heb kunnen vervullen. Dat is best wel ironisch. Maar als ik terugkijk op dat jaar overheersen de positieve herinneringen. En het is niet voor niks geweest. Alles wat ik nu doe, heb ik te danken aan Formule 1.'

Corrigeer