Roger Federer kan in Wimbledon met vijftien grandslamzeges de beste aller tijden worden
Portret /

De man die tennis tot kunst verhief

Roger Federer krijgt zonder de geblesseerde Nadal een uitgelezen kans om in Wimbledon zijn aantal grandslamzeges op 15 te brengen. Foto: © AP

Vorig jaar leek Roger Federer troonsafstand te doen maar hij verrees. Ineens is de vraag niet meer of hij terugkeert aan de top, maar of hij Pete Sampras voorbijsteekt en de eerste man wordt met 15 grandslamtitels. De leeuw klauwt weer en loert naar de mooiste prooi: Wimbledon. Portret van een huilebalk en weergaloos tennisspeler.

De nieuwe man is een Zwitser; een verbeterde versie van de tikje vulgaire metroseksuele voetballer David Beckham. Goed, hij hééft een gezicht als een brave hond die om een knuffel smeekt. Maar geef ons niettemin maar Roger Federer. Zelfs als hij het na een overwinning op zo'n onbedaarlijk snikken kan zetten en daar niet de minste gêne bij voelt. Of juist daarom. Federer, de Bert Anciaux van het tennis.

Die Federer heeft op een jaar tijd hemel en hel gezien. Van has-been veranderde hij met wat geluk in een verbeten revanchist die nog slechts één overwinning nodig heeft om vijftien grandslamzeges achter zijn naam te hebben. En zo in cijfers de succesrijkste speler ooit kan worden. (De beste technische speler was hij misschien al langer, al zijn we geneigd om spelers uit recente en zeker vervlogen tijden oneer aan te doen, zoals Rod Laver.) Nu deelt Federer het record van veertien met Pete Sampras, de Amerikaan die minder dan de Zwitser vanop de achterlijn heerste en meer het agressievere en attractievere, haast uitgestorven, serve-and-volley ontplooide. Maar Sampras bakte er dan weer nooit veel van op gemalen baksteen, in tegenstelling tot Federer die dit jaar Roland Garros voor het eerst won en de zesde mannelijke speler aller tijden werd die de vier grandslamtitels (Melbourne, Roland Garros, Wimbledon, New York) minstens één keer inhaalde. Na Fred Perry en Don Budge (jaren 30), Rod Laver en Roy Emerson (jaren 60) en André Agassi (jaren 90).

Forehand

Wat maakt Federer uniek? Kenners loven zijn onnavolgbare voetenspel en beweging op het terrein, net als zijn snelle anticipatie (hij neemt de bal zeer vroeg), brede slagenarsenaal en niet snoeiharde maar onvoorspelbare en daardoor gevaarlijke opslag. Zijn grootste wapen is onmiskenbaar zijn forehand (zeg maar rechtshandige basisslag), die snel is, precies, desondanks heel krachtig en door legende John McEnroe de beste slag van een tennisspeler aller tijden genoemd wordt. Voeg daar Federers inzicht bij, zijn doortastende koelbloedigheid en het feit dat hij, net zoals Justine Henin met wie hij een vlaagje genialiteit deelt, als de nood het hoogst is nog een tandje kan bijsteken.

'Federer bezit de snelheid, beweeglijkheid en focus van Bjorn Borg, het improvisatietalent van John McEnroe, de kracht van Pete Sampras en de vriendelijkheid en het respect van John Lloyd', schreef een journalist ooit. De Zwitser is synoniem voor stijlvol, every inch a gentleman , bescheiden en relativerend. Wie hem ziet spelen als hij op zijn best is, ziet in hem de Mozart van zijn sport: aan de technische uitmuntendheid voegt hij ook een portie elegantie en zwier toe. Speels, nooit harkend. Sport als kunst bijna. Al meer dan vijf jaar, sinds Wimbledon 2003, leidt dat in twintig grandslamtornooien op rij (vier per jaar) tot minstens de halve finale. Hoe sterk, geconcentreerd, regelmatig en goed moet je daarvoor niet zijn?

Het zal dan ook de diepste teleurstelling uit zijn carrière geweest zijn, toen Federer vorig jaar na vijf overwinningen op rij in het meest prestigieuze tornooi, Wimbledon, de heerschappij moest afstaan aan zijn troonopvolger, Rafael Nadal. Tot dan leek de vijf jaar jongere Spanjaard, zijn tegenbeeld want een onwaarschijnlijke vulkaan van emoties, in grastornooien meestal hooguit tot de enkels van de Zwitser te reiken. Veel liefhebbers maalden daar niet om, ook al omdat bij Nadals prestaties vragen werden gesteld. Maar de insinuaties dat hij dopingdokter Fuentes zou hebben gekend, maakte niemand hard. Nadals al te eenzijdig als mokerslagentennis bestempelde stijl leek tot vorig jaar op gras de duimen te moeten leggen tegen de vloeiendere, natuurlijkere en verfijndere spelstijl van Federer. En toen klopte Nadal na een episch, adembenemend mooi duel na bijna vijf uur Federer. In Federers speeltuin dus. Diens sportieve doodvonnis leek getekend: als hij dáár al verloor, wat had hij dan nog te zoeken in het toptennis? Hij kon maar beter op pensioen gaan. Toen hij ook in de derde ronde van de Olympische Spelen verloor, wat wel heel snel was, leek het einde nabij.

Ziekte van Pfeiffer

Nadals zege in Wimbledon leek de wissel van de wacht in te luiden, zoals ze de laatste jaren in zovele sporten plaatsvond: de techniek, het vernuft en het langzaam geslepen vakmanschap maakte plaats voor overwicht dat was gebaseerd op kracht en conditie van een jongere die pijlsnel de top haalde. Nog spijtiger was dat de stijlvolle en oprechte vriendelijkheid die inherent leek aan de nummer één-plaats óók plaats ruimde: voor de (komische) intimidatie en patserige trekjes van de onvervalste macho Nadal. Want zelfs al zul je hem zelden een onvertogen woord horen zeggen over een tegenstander, zijn beleefdheid lijkt soms meer pose dan overtuiging, zie zijn kruistocht tegen dopingcontroles.

Zo ging Federer het jaar 2009 in voor veel waarnemers: stilaan op zijn retour, zelfs al had hij tijdens het slot van het seizoen de US Open overheerst, ook al omdat hij vanaf augustus 2008 niet langer het nummer één was. Die status had hij nochtans sinds februari 2004. En dan maakte hij ook nog eens bekend dat zijn vrouw zwanger was. Hij bereidt zijn afscheid voor, denk je dan. Zelfs al beweerde hijzelf dat het dipje met wel meer nederlagen tijdelijk was, want dat hij last had van blessures zoals de ziekte van Pfeiffer.

Favoriet

En toen, totaal onverwacht, zette de wederopstanding in. Op gravel, in Madrid, versloeg Federer Nadal voor het eerst in twee jaar. En in Roland Garros kreeg Federer de vrije baan naar zijn eerste eindoverwinning door Nadals pijnlijke knie die zijn opgave veroorzaakte. De oude leeuw brult weer, alle ellende lijkt vergeten en van mentale verzadiging is geen sprake meer. Op naar de vijftien titels en de geschiedenisboekjes.

'Ik denk dat ik de favoriet ben in Wimbledon', zegt Federer. 'Vijf van de laatste zes finales heb ik gewonnen en bijna ook de zesde, dus lijkt het normaal dat ik dit zeg. Maar het wordt een zeer open strijd, zelfs zonder Nadal. Ik denk aan Murray, Djokovic, Gonzalez, Soderling, Del Potro en de eeuwige klanten zoals Roddick. Maar het spel, de mentale aanpak en ervaring pleiten in mijn voordeel.'

Acht hij vijftien grandslamtitels, zeg maar het wereldrecord, mogelijk? 'Ik probeer die gedachte af te houden. Als je je daardoor laat meeslepen, ben je ... hoe zal ik het zeggen... dreigt het je lam te leggen. Als je dan een match wint, ben je niet meer blij maar alleen nog opgelucht. Maar goed, ik sta er natuurlijk goed voor om Sampras' record te breken.'

Corrigeer