Food

Allereerste frietmuseum van België opent donderdag in Brugge

Van oeraardappel tot frietrobot

Van oeraardappel tot frietrobot

De perfecte frietjes bakken, een kunst op zich. Dat bewijst het frietmuseum. Foto: © Photo News

BRUGGE - Een nationaal Belgisch symbool waren ze al en nu heeft België ook officieel een heus museum over de friet. Van 15.000jaar oude oeraardappelen tot de jammerlijk geflopte Frit-o-Matic: zes dingen die u nog niet wist over het gele goud.

'Een museum over frieten, ongelooflijk dat daar nooit eerder iemand opgekomen is.' Oprichter Eddy Van Belle had al een chocolademuseum, donderdag 1 mei opent hij in het hart van Brugge een museum over die andere nationale trots: frieten. 'Wij Belgen zitten met zoveel vragen over frieten dat het gewoon een pure noodzaak was om hier een museum te openen', zegt Van Belle. Wij lossen zeven prangende vragen op.

1 Zijn frieten nu Belgisch of niet?

'Uiteraard brengen wij hier het verhaal dat frietjes uit België komen', zegt Van Belle. 'Maar jammer genoeg kunnen we dat niet bewijzen, noch op historisch noch op wetenschappelijk vlak.'

Toch hangt in het museum een bordje met daarop een mogelijk bewijs: 'In de 18de eeuw hadden mensen in de Maasstreek de gewoonte om kleine visjes te frituren en op te eten. Toen rond 1750 een strenge winter heerste, kon niemand nog gaan vissen en frituurde men dan maar aardappelen. De friet was geboren.'

'Maar nogmaals, dat is geen staalhard bewijs', zegt Van Belle. 'Er zijn evenveel theorieën die iets anders beweren.'

2 Waarom noemen Engelsen frieten 'french fries'?

Die benaming ontstond volgens het museum tijdens de Eerste Wereldoorlog. Franstalige Belgische soldaten leerden hun Amerikaanse medestrijders toen frietjes eten. De Amerikanen zijn frieten sindsdien altijd french fries blijven noemen. 'Misschien nog beter die naam dan walloon fries ', zegt Van Belle. 'Wie weet wat die benaming hier in België teweeg had gebracht.'

3 Hoe bak ik de ideale frieten?

'Niet simpel om ze zelf te bakken. Je gaat beter naar de frituur', zegt frietspecialist Eddy Cooremans. Hij geeft bij Syntra in Leuven zelf les aan aspirant-frituristen, bakte ooit frieten voor de koning en schonk zijn uitgebreide verzameling frietrelikwieën aan het frietmuseum in Brugge.

'Eerst en vooral moet je goede aardappelen zien te vinden', zegt Cooremans. 'Goede bintjeaardappelen vind je niet zomaar in de supermarkt, hoewel alle winkels vlotjes maar vaak onterecht de term bintje gebruiken. Bintjeaardappelen uit Vlaams-Brabant zijn de beste, omdat ze het stevigst zijn.'

'Frieten moet je tweemaal bakken', zegt Cooremans. 'Een eerste keer een zestal minuten op 130 of 140 graden. Daarna moet je de frieten tien minuten laten rusten of uitzweten, zoals we dat noemen. Daarna bak je ze nog anderhalve minuut op 165 of 170 graden.'

De perfecte friet is 11 millimeter dik, zegt Cooremans. 'Dan proef je echt de smaak van de aardappel. In Wallonië hebben ze de gewoonte om dikkere frieten te maken, van 12 of 13 millimeter. En in fastfoodketens als Quick en McDonalds maken ze dunne frieten, maar dat komt omdat zij met minderwaardige aardappelsoorten werken.'

4 Is mayonaise altijd al de favoriete saus geweest bij frieten?

Neen. Het begon allemaal rond 1950 met een soort ajuinsaus, lezen we in het museum. De ingrediënten van die oersaus: gefrituurde uislierten, gebakken witte bonen, azijn, bloem en room. Het frietmuseum maakt ons ook wegwijs in de geschiedenis van de andere klassieke frietsauzen: mayonaise, mosterd en ketchup.

5 Hoe lang eten we al aardappelen?

De oudste restanten zijn gevonden in Peru, waar rond 13.000 voor Christus al een soort aardappel zou hebben bestaan. Het ging om een kleine knol, die oneetbaar was. Vijfduizend jaar later werd, ook in Peru, een aardappelsoort geteeld die groter en wel eetbaar was.

'Hoe de aardappel uiteindelijk bij ons terecht is gekomen, is niet helemaal duidelijk', zegt Eddy Van Belle. 'De theorie die het meest wordt aangenomen, is dat de aardappel via Chili, de Canarische Eilanden en uiteindelijk Spanje Europa bereikte.'

6 Waarom werden frietrobots nooit een succes?

Het was Bruggeling Jean Marie Hoeberigs die in 1965 dacht de jackpot gewonnen te hebben toen hij zijn Frit-o-Matic ontwikkelde. Zijn frietrobot moest het mogelijk maken om zonder menselijke tussenkomst frietjes te bakken. De Frit-o-Matic kon 70 porties voorgebakken frieten in frietvet laten vallen en zo volautomatisch bakjes friet produceren. Hoeberigs kreeg voor zijn uitvinding een gouden medaille op het uitvinderssalon in Brussel. Maar de machine kampte met tal van technische problemen en werd nooit een commercieel succes. Tegen 1970 was de Frit-o-Matic een stille dood gestorven.

Corrigeer