Instituut voor Veteranen helpt nog jaarlijks 40.000 Belgische oorlogsslachtoffers

'Jongste slachtoffer WO I in België is 29'

'Jongste slachtoffer WO I in België is 29'

Foto: Marc Herremans - Corelio

67 jaar na de Tweede Wereldoorlog behandelt het Instituut voor Veteranen, Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers nog 40.000dossiers van Belgische oorlogsslachtoffers. Wekelijks houden ze een spreekuur ergens in een Vlaamse provincie. 'Het zijn niet allemaal oude knarren die komen. Het jongste Belgische oorlogsslachtoffer is 29.' PAUL DEMEYER

Het Instituut voor Veteranen, Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers is een dienst van de FOD landsverdediging en behartigt de belangen van de oorlogsslachtoffers. 'We helpen jaarlijks 40.000 slachtoffers maar eigenlijk zouden dat er 100.000 moeten zijn. Mensen kennen ons te weinig', zegt coördinatrice Greta Berckmans.

Maatschappelijk werker Luc De Brabander (60) krijgt de laatste tijd vooral weggevoerden aan zijn tafel, mensen die tijdens de oorlog verplicht moesten gaan werken in Duitsland en daar een pensioen voor krijgen. Sinds eind vorig jaar heft de Duitse belastingdienst een taks van 150 euro op dat pensioen. Sommigen kregen al drie aanmaningen. 'Wij geven nu een standaardbrief mee, waarin staat dat het pensioen van de gedeporteerden belastingvrij is, en dat ze de mensen die de taks al betaalden moeten terugbetalen. Deze problematiek begon in 2010. Toen kregen de gedeporteerden een brief van de Duitse belasting met de vraag hen het nummer van hun pensioendossier te sturen. Zij die hun nummer niet doorgaven, worden vandaag met rust gelaten. Zij die wel gehoorzaamden, worden gestalkt.'

De problematiek van oorlogsslachtoffers gaat veel breder dan dit. Er komen ook mensen langs met vragen over een wintertoelage, financiële hulp bij thuiszorg, voor bijstand bij een acute situatie zoals overstromingen of voor een supplement wanneer hun partner naar het rusthuis moet.

'Je kan zelfs jaren na de oorlog nog oorlogsslachtoffer worden', zegt Luc De Brabander op zijn zitdag in Oostende. 'Je hoeft dus niet eens de oorlog te hebben meegemaakt. Weet je wie onze jongste cliënte is? Een vrouw van 29. Toen ze negen was, ging ze mee op zomerkamp. 's Avonds werd een kampvuur gestookt. Onder de grond lag nog een obus. Door de hitte is die ontploft. Eén meisje raakte zwaargewond aan het been. Omdat de schuld bij een oorlogsprojectiel lag, is ze als oorlogsslachtoffer erkend. '

De telefoon rinkelt, over een dossier van een West-Vlaamse kloosterzuster. 'Een Congolees verhaal uit 1960', zegt De Brabander. 'De kloosterzuster was daar toen de oorlog uitbrak. Op één nacht verkrachtten soldaten haar acht maal. De non liep lichamelijke en psychologische schade op, vooral omdat ze in haar orde niet kon praten over de verkrachting.'

Er komt ook iemand langs met een dossier van een vrouw die in '60 nog in de buik van haar moeder zat, toen die in Congo is misbruikt door soldaten. Daardoor liep de vrucht hersenschade op en kwam de baby spastisch ter wereld. Het Instituut komt tot vandaag tussen in alle medische kosten van die spastische vrouw.

Uitstervend ras

Luc De Brabander ontvangt elke tweede en vierde donderdag van de maand in de immense conferentiezaal van het stadhuis van Oostende. 'Toen ik hier in 1981 begon, zaten ze met tientallen te wachten in de gang. Maar de oorlogsgeneratie sterft uit. Tegenwoordig komen er nog maximaal tien naar het spreekuur en volstaat een tafeltje en twee stoelen. Bij de klanten die te oud en immobiel zijn, gaan we persoonlijk langs.'

Henrie Rotstejn (75) is zo'n klant. Hij is een joodse man wiens ouders in een concentratiekamp omkwamen, waardoor Henrie erkend is als oorlogswees. Hij lijdt aan een oogziekte, die hem uiteindelijk blind zal maken. Luc De Brabander gaat nog gauw langs voor een praatje en om de doktersbriefjes op te halen, want het Instituut betaalt het remgeld terug.

Corrigeer

MEER NIEUWS