Prinses die geen Belgische koningin kon worden, werd first lady van Luxemburg

Koning Albert verliest oudste zus

Koning Albert verliest oudste zus
Groothertogin Joséphine-Charlotte, de oudere zus van koning Albert en echtgenote van groothertog Jan van Luxemburg is maandag in de vroege morgen overleden. Joséphine-Charlotte Ingeborg Elisabeth Marie-José Marguerite Astrid, prinses van België, zoals ze voluit heette, was 77 en stierf aan longkanker. ,,Haar overlijden is als het heengaan van een familielid'', zei de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, die tot zaterdag een nationale rouw afkondigde.

Het overlijden van Joséphine-Charlotte, maandagmorgen om 5.55 uur in het kasteel van Fischbach, komt niet onverwacht. Sinds twee jaar geleden longkanker vastgesteld werd bij de verstokte rookster, onderging ze herhaalde operaties en behandelingen, maar de jongste weken ging haar toestand fel achteruit.

Na de dood van zijn zus Joséphine-Charlotte en zijn broer Boudewijn I is koning Albert II het laatste overlevende kind uit het huwelijk van koning Leopold III en prinses Astrid. Zijn grote zus Joséphine-Charlotte werd op 11 oktober 1927 geboren op het kasteel Belvédère: ze was drie jaar ouder dan Boudewijn en zeven jaar ouder dan Albert, maar omdat de vrouwelijke nakomelingen in ons land pas sinds 1991 aanspraak kunnen maken op de troon, was ze voorbestemd voor een leven in de schaduw.

Moederrol

Het zou daarom geen minder bewogen leven worden, want Joséphine-Charlotte heeft de dramatische gebeurtenissen die het Belgische vorstenhuis tussen 1935 en 1945 troffen, veel bewuster meegemaakt dan haar broers. Zo was ze zeven jaar toen haar moeder, de immens populaire koningin Astrid, bij een auto-ongeval in het Zwitserse Küssnacht om het leven kwam. Zelf nog een kind zou ze de jaren daarop samen met haar grootmoeder koningin Elisabeth de moederrol in het ontwrichte gezin proberen in te vullen. Als tiener werd ze samen met haar vader, stiefmoeder prinses Liliane en haar broers op 7 juni 1944, daags na de landing in Normandië, naar Duitsland gedeporteerd. Terwijl dat voor de Boudewijn en Albert wellicht nog iets weg had van een spannend avontuur, heeft de zeventienjarige Joséphine-Charlotte die ballingschap als een verwarrende en diep vernederende periode ervaren.

Na de bevrijding verhuisde de koninklijke familie naar het Zwitserse Prégny, in de hoop snel naar België terug te keren, maar zijn huwelijk met Liliane Baels en zijn houding tijdens de oorlog werden koning Leopold niet in dank afgenomen. Joséphine-Charlotte, die intussen aan de universiteit van Genève cursussen kinderpsychologie volgde, keerde in 1947 als eerste van de koninklijke familie terug naar België en werd met open armen ontvangen, maar drie woelige jaren later liet Leopold noodgedwongen de troon aan zijn oudste zoon Boudewijn.

Joséphine-Charlotte was 26 toen ze in 1953 trouwde met haar jeugdvriend prins Jan Van Luxemburg, de zoon van haar doopmeter groothertogin Charlotte. Een van haar laatste optredens als vertegenwoordiger van het Belgisch vorstenhuis, was ook een van de pijnlijkste: toen ze na de watersnood in februari van 1953 enkele ondergelopen gemeenten bezocht en er hulppakketten uitdeelde, zamelde haar entourage na afloop de geschenken weer in om ze in het volgende dorp opnieuw uit te delen.

Na haar huwelijk bouwde ze in Luxemburg een smetteloze, maar ook wat stijve en kleurloze reputatie op in sociale, culturele en menslievende middens. Daarnaast bouwde ze ook een kroostrijk gezin uit met vijf kinderen en inmiddels dertien kleinkinderen.

Boze schoonmoeder

Zesendertig jaar lang stond ze als Luxemburgse first lady trouw aan de zijde en in de schaduw van groothertog Jan, maar toen haar man in 2000 op tachtigjarige leeftijd vrijwillig de troon afstond aan zijn zoon Hendrik, viel haar dat zwaar. Zelf heeft ze dat nooit met zoveel woorden gezegd, maar haar schoondochter en nieuwe groothertogin Maria-Térésa weet ervan mee te spreken. Twee jaar geleden barstte de vrouw tegenover journalisten uit in een huilbui en vertelde hen onverbloemd dat schoonmoeder Joséphine-Charlotte smerige roddels verspreidde over haar huwelijk. De twee hebben het nooit goed met elkaar kunnen vinden: Joséphine-Charlotte vond het maar niks dat de troonopvolger in zijn studententijd in Zwitserland verliefd raakte op de dochter van een Cubaanse vluchteling en ze lag zelfs behoorlijk dwars vooraleer de twee in 1981 in het huwelijksbootje stapten.

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees