Food

Driekoningen is het moment om frangipane (met een boon!) te bakken

Driekoningen is het moment om  frangipane (met een boon!) te bakken
Dit weekend stijgt het aantal gekroonde hoofden in onze monarchie weer even tot ongekende hoogten. Gelukkig hoort er bij die tijdelijke adelstand geen dotatie. Een stuk frangipanetaart met een boon erin en een papieren kroon volstaan om de macht te grijpen. foto Wouter Rawoens

Aan het uitstalraam van elke bakker met zin voor traditie zie je dat het vandaag 6 januari is, de dertiende dag sinds Kerstmis, de dag van de driekoningentaart, alias galette des rois, tortell of king cake. Het is een eeuwenoud en internationaal verspreid gebruik op deze dag gebak aan te snijden. Net zoals de drie wijzen uit het Oosten die dag Jezus in zijn kribbe in Bethlehem wierook, mirre en goud offreerden.

Onze driekoningentaart of koningentaart is een bladerdeegtaart met amandelcrèmevulling, zoveel is zeker. Maar de oorsprong van de traditie die omheen dat eenvoudige maar lekkere gebak geweven is, is behoorlijk warrig. Echt stichtelijk is het verstoppertje spelen met de bonen allerminst. Het heeft alles te maken met de versmelting van heidense en religieuze riten rond Sinterklaas, Kerstmis, de zonnewende en zelfs carnaval.

Volgens één versie van het verhaal zijn de Germanen verantwoordelijk voor de boon in de taart. Zij mochten in de twaalf nachten na Kerstmis geen peulvruchten (hun basisvoedsel voor de winter) eten, vandaar dat de boon op 6 januari een bijzondere status van talisman kreeg. Een andere mogelijke invloed zijn de saturnaliën, de wilde Romeinse feesten ter ere van de god Saturnus op het einde van december. Spannend is dat tijdens dat feest meester en slaaf wel eens van positie wisselden: slaaf werd meester, meester werd slaaf. In die traditie zou de koning(in)-van-een-dag kunnen passen. Allerlei Franse royals vonden de nepkroningsceremonie van de driekoningentaart dan weer majesteitsschennis. Een duidelijk bewijs van gebrek aan humor.

Sinds de tijd van Asterix

De boon die in de taart verborgen zit, heeft over de eeuwen alle vormen en kleuren gekregen. Klassiek is natuurlijk de droge tuinboon, of, chiquer, een porseleinen of metalen versie ervan. Maar je kunt ook een koffieboon of een chocoladeboon gebruiken, en porseleinen of plastieken miniatuurkoninkjes en kindjes-Jezus. Ik zag zelfs ooit een Eiffeltorentje als alternatief. Of stop er een diamant van een halve karaat in, zoals patissier Debailleul in Koekelberg in 2005 deed. De variatie en de inventiviteit zijn zo groot dat de traditie aanleiding geeft tot favofilie , een vieze naam voor het verzamelen van bonen. Bij collecties horen musea, en inderdaad: in Blain bij Nantes is er naar verluidt een etablissement dat zich geheel aan de favofilie wijdt.

Maar brengen al die nevelige verhalen ons dichter bij het recept van de driekoningentaart? Zoals alles wat met gastronomie te maken heeft, is er vooral iets Frans aan het verhaal. In Frankrijk wordt de galette des rois ook wel eens pithiviers genoemd, een bladerdeegtaart met een hart van amandelpastei, genoemd naar het stadje Pithiviers tussen Parijs en Orléans. Ze wordt daar, in een rustiekere versie, al gegeten sinds de tijd van Asterix en Obelix, meldt de officiële website van de stad. In de achttiende eeuw verfijnde de lokale patissier Feuillet het aanbod. Het is die taart die vandaag nog op 6 januari in Noord-Frankrijk en in onze contreien gebakken wordt. In het zuiden bakt men immers driekoningenbrood, een soort brioche met gekonfijt fruit, suiker en oranjebloesemaroma.

Of ons recept gastronomische geschiedenis schrijft, betwijfelen we. Onze driekoningentaart is gewoon lekker en vooral bijzonder eenvoudig. Zelfs de kinderen kunnen eraan meewerken. Wie zich een echte patissier wil noemen, verwerkt banketbakkersroom ( crème pâtissière) in zijn amandelmengsel.

Of je nu de taart zelf bakt of met kroon en al koopt, doet er weinig toe, maar misschien moeten we toch een vorm van ritueel in ere herstellen. Snijd de taart in punten, maar zorg ervoor dat je een stuk meer hebt dan het aantal aanwezigen. Dat is ,,het part van de Goede God'', of, pluralistischer, ,,het deel van de arme'', voor als er toevallig een hongerige langskomt. Laat vervolgens de jongste disgenoot onder de tafel kruipen. Hij of zij roept in willekeurige volgorde de namen van de gasten, die elk een stuk krijgen. Zo verloopt de verdeling eerlijk. Wie in zijn gebak de boon vindt, krijgt niet alleen de kroon van de koning(in)-voor-een-dag, hij of zij engageert zich ook volgend jaar de taart te kopen of, liever nog, te bakken.

Corrigeer