Bevolking wordt verplicht om gratis te werken voor de overheid

Dwangarbeid maakt Birma groot

Dwangarbeid maakt Birma groot

Dorpelingen worden verplicht wegen aan te leggen of te herstellen. Onbetaald, uiteraard.

Dwangarbeid is een misdaad tegen de menselijkheid, maar in Birma is het dagelijkse kost. ,,Het was een verschrikkelijk leven", zegt de 52-jarige T. Hij onderging de allerergste vorm van dwangarbeid: strafarbeid.

In het noorden van Birma, niet ver van China, ligt een vliegveld met de naam Nampound. Iedereen die op dit vliegveld aankomt, loopt over stenen die gehouwen werden door T. In 1996 kapte hij 45 dagen lang stenen, sorteerde hij ze en laadde ze op een vorkheftruck. Samen met meer dan 800 andere mannen legde hij de fundering voor het vliegveld. Zo bouwde hij mee aan Birma's voortdurend groeiende infrastructuur. T. deed dit alles met een ketting om zijn voeten. Hij was één van de honderden strafgevangenen in het werkkamp Kyein Kharan Kha in Noord- Birma, die ingezet werden bij de bouw van het vliegveld.

,,Ik denk dat tien tot twaalf mensen stierven in de loop van de 45 dagen dat ik daar was. Eén werd neergeschoten toen hij probeerde te ontsnappen. De anderen stierven aan ziektes. Er waren geen medicijnen en het voedsel was heel slecht. Het was moeilijk om te overleven."

We praten in een rustig cafeetje net buiten Rangoon. De oppositie heeft de ontmoeting georganiseerd en riskeert daarmee jaren gevangenisstraf. T.'s identiteit moet daarom geheim blijven. Eens was hij actief in de Birmese beweging voor democratie. Daarom werd hij gearresteerd door de regering. Vandaag de dag heeft hij een goede baan in de private sector en probeert hij politiek zoveel mogelijk te vermijden. Maar de 45 dagen dwangarbeid hebben hem voor het leven getekend.

Een 'gewone' werkdag

,,Opstaan om 5 uur, een klein beetje rijst eten en dan naar de werkplek. Om 6 uur begonnen we. We hakten stenen, scheidden kleine van grote exemplaren en laadden ze op de truck. Als we te langzaam werkten, werden we geslagen. We hadden kettingen aan onze voeten, zelfs als we sliepen. Als het avond werd, moesten we met meer dan honderd man vechten om een plekje in de slaapzaal. Mensen sloegen en duwden om een plaats te bemachtigen. We krabden onszelf voortdurend. We zaten onder de vlooien!" T. lacht een beetje zuur. ,,We waren zo vies! Per dag hadden we 3 tot 5 minuten de tijd om ons te wassen in de bergrivier."

Werkstraf is maar één vorm van dwangarbeid in Birma. De meest alledaagse vorm is milder: de lokale bevolking wordt ingezet om gratis arbeid te verrichten voor het leger of de overheid.

Dwangarbeid is beschreven in een hele reeks rapporten. Eén van de grondigste dateert van 1998. Daarin stellen de VN bij monde van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) dat het Birmese leger mensen dwingt om voor ze te werken, de wacht te houden, te bouwen en legerspullen te onderhouden. Daarnaast wordt de lokale bevolking gedwongen tot het bouwen van wegen, stations, bruggen en andere infrastructuur. Wie niet werkt, krijgt een fikse boete.

Tegen de menselijkheid

Systematische dwangarbeid is een misdaad tegen de menselijkheid. ,,Een staat die aanzet tot dwangarbeid, het accepteert, steunt of tolereert binnen zijn grenzen, overtreedt de internationale wet", schrijft de ILO. ,,Iedere persoon die het verbod op dwangarbeid overtreedt, is schuldig aan internationale wetbreuk en als dit ook nog op een uitgebreide en systematische manier gebeurt, is dit een misdaad tegen de menselijkheid", stelt de organisatie nog. Ondanks internationale veroordelingen, gaat de dwangarbeid in Birma gewoon door. In zijn laatste rapport, uit november 2004, schrijft ILO's afgezant in Birma, Richard Horsey dat ,,de situatie enigszins verbeterd is, maar dwangarbeid nog steeds wijdverbreid is over het hele land, en vooral zeer ernstig in de grensgebieden, waar het leger massaal aanwezig is."

Horsey schrijft dat hij doorgaat met het opstellen van een groot aantal rapporten van mensen die verplicht werden tot dwangarbeid. In totaal kreeg de ILO vorig jaar 72 rapporten over dwangarbeid. Onder de zaken die gerapporteerd werden deze: in de gemeente Bago moesten sommige bewoners werken aan de weg, een ander dorpje moest elke dag zorgen voor 10 mannen voor de militaire wacht en nog een ander dorpje moest het veld klaarmaken voor de aanplant van teak. In Ramree worden bewoners van 40 dorpjes al jarenlang gedwongen om gratis een weg te repareren. Nu moeten zij midden in de oogsttijd weer komen werken. In de gemeente Hinthada weigerden twee personen een aanstelling als beveiligingsbeambte. Ze werden veroordeeld tot maanden gevangenis.

Het ergst in de grensgebieden

Dwangarbeid is het ergst in de grensgebieden. In het binnenland vreest men het leger niet zo erg. De militairen dwingen mensen wel om wegen te bouwen of wacht te lopen, maar hun leven wordt niet bedreigd. ,,In de grensgebieden zijn de mensen veel banger. Ze worden constant bedreigd en moeten werken zonder te klagen", zegt Soe Thein Wah Wah. Zij is mensenrechtenverantwoordelijke bij de oppositieorganisatie Karen National Union . In het binnenland zien de dorpsleiders er op toe, dat het werk goed gebeurt. Maar in de grensgebieden komen de militairen zelf en houden ze de wacht met een wapen in de hand", vertelt zij.

Voor veel Birmezen is dwangarbeid een 'normaal' onderdeel van hun jeugd. Soe Thein Wah Wah vertelt: ,,Na de opstand in 1988 werd heel mijn dorp tewerkgesteld. Ik was 18 jaar en ging toen nog naar school, maar de school werd gesloten. Wij moesten aarde sjouwen, zodat er een weg kon worden gebouwd. Eén lid van elk gezin moest meedoen en wie dat niet kon, moest betalen. Het werk duurde maanden. De dagen dat ik niet kon gaan, moest mijn zus het overnemen... Later, toen ik opgroeide en een baan kreeg als lerares in een ander deel van het land, moest de lokale bevolking daar ook werken. Toen veel studenten op een dag niet kwamen, wisten wij meteen wat er aan de hand was: de ouders hadden hun kinderen naar de dwangarbeid gestuurd, zodat ze zelf op hun boerderij konden werken."

,,Het militaire regime zegt dat het werk goed is voor de ontwikkeling van het land. Zij willen aan de wereld bewijzen dat het goed gaat met het land, ze hebben veel bouwprojecten en zijn altijd bezig met nieuwe wegen en bruggen. Maar de bevolking lijdt. Zij werkt massaal zonder betaald te worden. Doorgaans spendeert de regering geen geld, maar enkel de mankracht en tijd van de dorpsbewoners, die armer en armer worden, omdat ze niet aan hun eigen werk toekomen," zegt Soe Thein Wah Wah.

De zaken die de ILO rapporteert, zijn slechts het topje van de ijsberg. Veel Birmezen zoeken geen contact met de VN-organisatie, uit angst voor represailles. In november 2003 werden 9 mensen gearresteerd omdat zij contact met de ILO hadden. Drie van hen - Min Kvi, Aye Myint en Shwe Mahn - werden ter dood veroordeeld wegens hoogverraad. Het bewijs in één van de gevallen was heel makkelijk: een kopie van het dwangarbeidrapport van de ILO en het visitekaartje van de ILO-afgevaardigde. Na internationale druk werd de straf gereduceerd, maar op 'verraad' staat nog steeds een lange straf - ironisch genoeg met dwangarbeid.

Ook mensenrechtenorganisatie Earthrights International heeft dwangarbeid gedocumenteerd. In het rapport Entrenched (2003) beschrijft zij hoe hele dorpen uit Oost-Birma systematisch mensen moeten sturen om dwangarbeid voor militairen uit te voeren. Elk dorp moet naar een wekelijkse bijeenkomst van militairen, waar ze te horen krijgen wat ze moeten 'leveren' voor de komende weken. Daarnaast sturen de militairen ook schriftelijke bevelen met hun eisen voor werkkracht, materieel en geld. Wie niet voldoet aan de eisen, wordt bedreigd en gestraft.

Vrijwilligerswerk

De Birmese ambassade in Londen antwoordt niet op onze specifieke vragen over dwangarbeid in Birma, maar in eerdere gesprekken over dit onderwerp claimen ze dat de dwangarbeid in Birma ,vrijwillig' is. ,,Het is een boeddhistische traditie dat mensen vrijwillig werken voor hun land, omdat wij geloven dat wij worden beloond in ons volgende leven", zegt minister voor Nationale Planning en Economische Ontwikkeling generaal David Abel aan de Amerikaanse journaliste Barbara Victor. Na internationale druk op de junta in 1999 kwam wel de instructie voor een verbod op dwangarbeid, maar weinig wijst erop dat dit verbod wordt nageleefd.

Van de 38 zaken rond dwangarbeid die de ILO vorig jaar opnam met de Junta, beantwoordde zij er 18. Alle gevallen werden afgewezen. De junta claimt dat de lokale bevolking vrijwillig het werk gedaan heeft, daartoe aangezet door ,,enthousiaste lokale vrijwilligers" of dat in andere gevallen wél werd betaald voor het werk.

De Birmezen met wie wij praten, weten zeker dat zowel de dwangarbeid als de strafarbeid door zullen gaan. T. noemt speciaal het stenencomplex Taung Soon bij Rangoon en een kamp met de naam Kabaw, waar gevangenen altijd landbouwwerkzaamheden zullen blijven verrichten. ,,Ik herinner me verschrikkelijke dingen", vertelt T. ,,Twee mensen probeerden te vluchten van de werkplaats. Zij werden opgepakt en in elkaar geslagen voor onze ogen. Daarna verbrandden de gevangenisbewaarders hun haar en werden ze langs de weg voortgetrokken. Ze hadden vreselijke wonden, waren bijna dood, werden voortgesleept als beesten en spuugden bloed."

Slechte gezondheid

,,Het voedsel op de werkplaatsen bestaat uit wat gekookte groente, oneetbare viskoekjes en rijst vol viezigheid en stenen. Ik heb difterie gehad, verloor veel bloed en werd heel erg mager," vertelt T. Omdat hij zo ziek was, kwam hij na 45 dagen uit het werkkamp, en zat hij daarna bijna 5 jaar in de gevangenis. Op 17 maart 2001 kwam hij uit de gevangenis en mocht hij naar huis, naar zijn ouders en twee zussen. ,,Het was goed om weer bij mijn familie te zijn. Maar mijn leven was niet langer veilig. Ik ben elke dag bang dat ik terug naar de gevangenis moet. Als iemand er achter komt dat ik met jou heb gepraat, word ik meteen terug gestuurd naar de gevangenis", zegt T. Momenteel werkt hij in de industrie, wat betekent dat zijn baas moet samenwerken met de autoriteiten.

,,Sommige buitenlanders zeggen dat wij lafaards zijn. Maar de mensen zijn zo arm hier. Niemand heeft een goede opleiding. We weten niet hoe we voor onszelf op moeten komen. We moeten ons te veel zorgen maken om te overleven. Daarom zijn we ook zo mak. Misschien moeten we proberen om de mensen een iets breder wereldbeeld mee te geven. Maar dat is zo moeilijk."

,,Ik heb veel geluk gehad dat ik nog leef", zegt T. ,,Nu vermijd ik de politiek. Ik probeer alleen nog mensen aan een schuilplaats te helpen. Veel van onze vrienden zijn gestorven in de gevangenis. Het leger zegt altijd dat dwangarbeid goed is voor de heropbouw van het land. Maar de bouwstenen die ze gebruiken, bestaan uit bloed, zweet, tranen en vaak ons hele leven."

Corrigeer

NIET TE MISSEN

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees