...op het platteland

...op het platteland
En bij het kraaien van de haan staat de boer op. Het harde labeur op het land roept. Machines kent hij niet. De Belgische boer uit 1830 ploegt, zaait en oogst met de hand. Als de natuur het wil, komt hij net rond.

België is in het begin van de 19de eeuw verdeeld in ontelbare stukjes landbouwgrond die bewerkt worden door kleinere en grotere pachters. Landbezit is behalve voor een handvol herenboeren niet weggelegd. De landbouwgronden zijn in handen van de hoge en lage burgerij, van de adel en van de kerk.

De kleine pachter bewerkt zijn land zelf en kan daar net van leven. Hij zaait graan, plant aardappelen, mest zijn varken vet. Vrouw en kinderen helpen hem op de akker. Grotere pachters kunnen ook dagloners aan het werk zetten. ,,Zo'n dagloner was een soort landloper die van boerderij tot boerderij trok op zoek naar werk. In ruil kreeg hij dan kost en inwoon of een kleine vergoeding'', zegt Peter Scholliers. ,,Grotere pachters en zeker herenboeren hadden landarbeiders in dienst. Die woonden vaak op de boerderij met hun hele gezin. Sommigen waren vast in dienst, anderen hadden jaarcontracten.''

Boeren kunnen ook feesten. Kermissen, de varkensslacht, dorpsfeesten zijn hoogdagen voor de plattelanders. Ze komen van heinde en ver om plezier te maken. Er wordt gedanst, gelachen en gevreeën. Feesten zijn dé gelegenheid voor jonge mannen en vrouwen om van straat te geraken.

In de loop van de 19de eeuw is er echter alsmaar minder reden tot feesten. De pachten stijgen en de boer krijgen het moeilijk. Hij zoekt een bijverdienste. De huisnijverheid duikt overal op. ,,Vrouwen en kinderen worden thuis aan het werk gezet. Weven in Vlaanderen en spijkers maken in Wallonië. Als later door de industrialisering de markt van de huisnijverheid instort, is de crisis enorm. Dan ontstaat Arm Vlaanderen.'' Het zal tot diep in de 20ste eeuw duren tot Vlaanderen zich van dat stigma herstelt.

Corrigeer

MEER NIEUWS