Thomas Meunier, vanaf juni nieuwe spits van Club Brugge

Meunier: 'Ik ben eigenlijk supporter van Anderlecht'

Meunier: 'Ik ben eigenlijk supporter van Anderlecht'

Foto: rr

Ontwapenend eerlijk. Zo is Thomas Meunier (19) in zijn eerste interview voor een Vlaamse krant. 'Ik ben eigenlijk supporter van Anderlecht', zegt de nieuwe spits van Club Brugge. 'Ik koos voor Club omdat er geen druk is kampioen te spelen.' Bart Lagae

Je bent de laatste transfer van de ontslagen sportmanager Luc Devroe. Vreesde je dat je transfer nog zou afspringen?

'Eerlijk gezegd wel. Devroe was de enige van Club Brugge met wie ik contact had gehad. Toen ik hoorde dat hij moest weggaan schrok ik wel even. Maar mijn makelaars stelden mij gerust. Uiteindelijk heb ik een gesprek gehad met voorzitter Jonckheere en een bestuurslid die in het vastgoed zit (nieuwe sterke man Bart Verhaeghe, red.). Zij hebben mij verzekerd dat ze in mij geloven en dat ik volgend jaar welkom ben.'

Opvallend: je verkoos Club boven Anderlecht en Standard. Waarom?

'Met Standard is het nooit tot echte onderhandelingen gekomen. Dat lag ook moeilijk met wat in het verleden is gebeurd. Van de min-14 tot de min-16 speelde ik bij de jeugd van Standard (toen nog geleid door Dominique D'Onofrio, red.). Maar ik moest weg omdat de club vond dat ik altijd geblesseerd was. In werkelijkheid had ik problemen omdat ik in twee jaar dertig centimeter was gegroeid. Nu ben ik 1m90 groot en blessurevrij.'

En waarom niet naar Anderlecht?

'Omdat ik in de eerste plaats wil spelen en dat bij Anderlecht niet evident is. Ik ben 19 en kom van Excelsior Virton. Dan denk ik niet dat ik jongens als Boussoufa uit de ploeg kan spelen. Bij Club Brugge vermoed ik dat ik wel kan spelen. De druk om te presteren is er minder groot. Bij Anderlecht moet je elk jaar kampioen spelen, bij Club Brugge heerst een meer ontspannen, familiale sfeer. Dat merkte ik toen ik er werd rondgeleid. Ik denk dat ik bij Club het meeste vooruitgang kan boeken als voetballer. Ik kom er niet om de kern te vullen.'

Lees het volledige interview in Het Nieuwsblad van 21 januari

Corrigeer