Vakantie

Venezuela, op het ritme van de Rio Orinoco

In het hart van de wildernis

NVT - Venezuela is veel meer dan het land van Hugo Chavez. Het ultieme bewijs daarvan is een wel heel avontuurlijke boottrip door een van de meest ongerepte natuurgebieden ter wereld.

Bij aankomst in Puerto Ayacucho, hoofdstad van de Venezolaanse staat Amazonas, lijkt revolutie te zijn uitgebroken. Oude trucks en pick-ups met stinkende uitlaat, volgeladen met in het rood geklede inwoners, toeren er als gekken door de verpauperde straten rond. Het blijken aanhangers van Chavez' partij te zijn die naar aanleiding van lokale verkiezingen nog eens duidelijk willen maken op welke partij moet worden gestemd.

Tussen de dolle menigte en het nooit afnemende geknal van voetzoekers door, begeef ik me naar een buitenwijk van de stad, waar ik El Mirador beklim. Vanaf deze heuveltop, enkele tientallen meters boven de stad uit, kun je de hele omgeving bewonderen. Blikvanger is er de breed kronkelende Orinoco, een van de langste rivieren in Zuid-Amerika. Op de voorgrond van het overweldigende decor bevindt zich ook een van de sterkste en gevaarlijkste stroomversnellingen van de Orinoco: Los Raudales de Atures.

Ik waag me niet aan rafting maar begin de dag nadien wel aan een dagenlange boottocht op achtereenvolgens de Orinoco en de Rio Negro, de grootste zijrivier van de Amazone. Het gebied ten zuiden van Puerto Ayachuco is moeilijk toegankelijk en er zijn geen wegen om met de wagen verder te reizen. Bovendien leiden de Orinoco en de andere rivieren hier alleen nog maar langs kleine voormalige missieposten of dorpjes van inheemse indianen. Nog een element om rekening mee te houden, is dat voorbij Puerto Ayacucho alle gsm-bereik wegvalt

Alligators en piranha's

Tijdens dit avontuur neem ik voor tien dagen afscheid van alle comfort en communicatie met de rest van de wereld. Toch worden onderweg geen risico's genomen en deze boottocht voor een groepje avontuurlijke reizigers verloopt onder begeleiding van twee plaatselijke Piraoa-indianen. Aan boord van hun tien meter lange, verroeste boot hebben zij ook voor bevoorrading gezorgd, inclusief muskietennetten én hangmatten.

Onderweg dient immers bij de plaatselijke bevolking te worden overnacht. Op voorwaarde uiteraard dat een dorpje bereikt wordt, want op het eind van de eerste dag op het water blijven we simpelweg ergens aan de oever van de Orinoco overnachten. Terwijl ik een nacht eerder nog in een comfortabele hotelkamer doorbracht, moet ik me nu plotseling wassen in het bruine water. Helemaal gerust ben ik er niet in, maar gelukkig zijn noch de alligators, noch de piranha's geïnteresseerd in mijn zeventig kilogram vlees en bloed.

Na het avondtoilet in de Orinoco leidt gids Chéo mij en mijn reisgezellen door het struikgewas naar een kleine overdekte schuilplaats, waar onze hangmatten worden opgeknoopt.

Een dag later toont Chéo zijn terreinkennis opnieuw, al laat hij zich wel verrassen door de snel oprukkende duisternis en de niets ontziende wildernis. Zo verlaten we bij valavond de brede Orinoco om de nacht door te brengen in Chupadero, een dorpje van Piraoa-indianen. Op weg daar naartoe, in de smalle Caño Chupadero, botsen we echter tegen een omgevallen boom, waarna de motor van onze boot verstrikt raakt in de takken en bladeren van weelderig mangrove.

Aan boord blijft gelukkig iedereen vrij kalm, al moet Chéo wel het water in om ons met zijn machete opnieuw vrij te kappen en op gang te trekken. Bijna twee uur lang wroeten we ons zo een weg door het water, maar als we eenmaal onze slaapplaats Chupadero bereiken, is die moeilijke passage meteen vergeten Bij een perfecte volle maan worden we verwelkomd door een groepje indianen, die ons meteen een kleine maaltijd en een droge slaapplaats in een hut aanbieden.

Enkele uren later worden we alweer gewekt door spelende indiaantjes, die ons groepje van blanke reizigers aankijken als waren we de allereerste kolonisten in dit gebied. De oudere inwoners van het dorp weten beter. Tot voor enkele jaren woonden er bij hen heel wat Noord-Amerikaanse missionarissen, maar president Chavez heeft ze het land uitgezet.

Een militaire waakhond

De officiële toestemming en onze erkende plaatselijke gidsen zorgen er wel voor dat we bij elke militaire post makkelijk kunnen passeren. Al blijven de vervelende paspoortcontroles de hele reis lang voortduren. Niet geheel onbegrijpelijk, want de Rio Orinoco flirt in dit zuidelijke gebied van Venezuela een hele tijd met de Colombiaanse grens. En dus proberen ook drugskoeriers het weleens langs deze weg .

Een andere reden voor die strenge controles zijn de enorm rijke bodemschatten die in dit gebied zijn terug te vinden. Volgens tal van bronnen zouden Iraanse ingenieurs hier bovendien actief zijn bij de ontginning van uranium. Mét medeweten van president Chavez.

Zulke verhalen ruiken naar wat plaatselijke sensatie, maar winnen toch aan geloofwaardigheid als we aan het begin van de vierde dag op de Orinoco plots een militair mee aan boord krijgen. Onderweg tussen San Antonio en Tama-Tama zit ik zo de hele dag gevangen naast een jonge militair uit Caracas. De hele dag zit hij met zijn machinegeweer in de hand en elke bruuske beweging van een opvarende wordt nauwlettend in het oog gehouden. Zelfs bij een tussenstop in een klein dorpje of aan een rubberplantage krijgen we die dag onze militaire waakhond achter ons aan. Steeds op een vijftal meter afstand, zodat elke zoektocht naar uranium meteen kan worden ontmanteld.

Bij aankomst in Tama-Tama ben ik maar wat blij verlost te zijn van onze medereiziger, van wie we gelukkig wel toestemming krijgen om 's anderendaags de legendarische Rio Casiquiare op te varen, het natuurlijke kanaal tussen het stroomgebied van de Orinoco en dat van de Amazone.

Na twee dagen op de Rio Casiquiare, met langs de boot geregeld opspringende rivierdolfijnen, beland ik bij een gemeenschap Yanomami-indianen. Een bijzonder moment. De Yanomami's zijn immers een van de meest primitieve stammen in het Amazonewoud en door hun eeuwenlange afzondering van de moderne samenleving lopen ze er nagenoeg in hun blootje rond.

Ik mag mijn kleren aanhouden, word er triomfantelijk onthaald, maar 's nachts in mijn hangmat en mijn hutje pieker ik: is het wel juist om hier als westerse toerist naar toe te komen? Of laten we deze Yanomami-indianen beter ongestoord in deze overweldigende natuur voortleven?

Corrigeer

Het beste van Enkel voor abonnees