Oostende

Koningin der badsteden

Koningin der badsteden

Foto: © veo

België is jarig! 175 jaar, hoera! Een feestelijke kroon had de natie al, dus vonden we het beter passen om de morzel grond eens flink te kussen. Langs alle kanten en soms zelfs grensoverschrijdend. De megaknuffel in 42 bewegingen begon in Adinkerke en eindigt op 20 augustus in De Panne.

Waarom is Oostende de koningin der badsteden? Omdat koning Leopold II daar ferm zijn best voor gedaan heeft. Waarom heeft Leopold II daar ferm zijn best voor gedaan? Omdat hij een emotionele band had met Oostende. Gaat u even zitten, ik zal het u uitleggen. Leopolds moeder, koningin Louise-Marie, is daar overleden, in het koninklijk paleis in de Langestraat. Voilà, nu weet u het: Oostende had een koninklijk paleis. Excuus: hééft een koninklijk paleis, en u kunt het nog alle dagen bezoeken ook.

Omer Vilain (81), oud-hoofdbibliothecaris van de stad Oostende, vindt het een beetje jammer dat we dat allemaal een beetje vergeten zijn. Hij zegt het als we samen in de sterfkamer van Louise-Marie staan. Daar hoort enige piëteit bij. Rechts staat haar sterfbed, links de spiegel die, als hij kon praten, ons kon vertellen wat er daar op 11 oktober 1850 allemaal is gebeurd. Vilain wéét wat er daar is gebeurd. Van horen zeggen weliswaar, maar het is beter dan niets. ,,Marie-Louise was ziekelijk en ze hadden besloten dat het beter was voor haar gezondheid om naar zee te komen, waar de koninklijke familie al sinds 1835 een zomerverblijf had. Ze was ongelukkig ook, met een man die ze nauwelijks zag. Ze was wellicht beter in Laken gebleven, want in Oostende is ze als een kaarsje uitgegaan.'' Over kaarsjes gesproken: in een kistje op de tafel ligt de kaars die ze, brandend uiteraard, voor haar mond hebben gehouden om te zien of er nog enige ademhaling was. Er was niets meer.

Halte in Brugge en Gent

Op 14 oktober hebben ze de koningin in stoet van het koninklijk paleis naar het station gebracht. ,,Heel Oostende stond op straat'', weet Vilain. ,,De koninklijke familie is met de trein mee naar Brussel gereisd. Onderweg hebben ze twee keer gestopt: in Brugge en in Gent.''

Omer Vilain neemt me mee, hoger dan de zolder, naar de Belvédère, het torentje van waaruit je vroeger de zee kon zien. Nu kijk je bij de overburen binnen. Onderweg, op de trap, herinnert mijn gids zich nog een anekdote: ,,Louise-Marie was zo ziek, dat ze op eigen kracht de trappen niet meer op kon. Daarom zetten ze haar in een mand die ze in de hal omhoog trokken.'' Ik probeer het me voor te stellen. Ik heb de neiging om te glimlachen, maar dat zou ongepast zijn - excuseert u mij.

Leopold II, de oudste zoon van Louise-Marie, had een emotionele band met de stad waar zijn moeder overleed. Vandaar dat hij in 1867 het koninklijk paleis in de Langestraat kocht - tot dan toe hadden zijn ouders het gehuurd. Vandaar ook dat hij zijn moeder een kapel gaf in de Sint-Petrus en Pauluskerk, vandaar dat hij de stad hielp uitbouwen tot een plek waar aanvankelijk de bourgeoisie zich thuis kon voelen. ,,Het bracht uiteindelijk het toerisme naar Oostende, en daar is de kleine man beter van geworden'', zegt Vilain. ,,Was Louise-Marie niet in Oostende gestorven, we hadden nooit gestaan waar we nu staan.''

Maar de gewone man, die was toen al niet echt onder de indruk. Vilain: ,,Toen Leopold II in de haven onbewust op een vissersnet ging staan, zei de visser: ,,Meneer de keunink, wilt ge een beetje uw kloten schuren? Ge staat op mijn netten.'' Vandaag loopt de gewone man het koninklijk paleis voorbij en gaat naast de deur, in dat Iers etablissement, iets eten en drinken.

Dirk MUSSCHOOT

Morgen: Raversijde

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

Meest Gelezen

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees