'Comapatiënt' Rom Houben (46) was al die tijd bij bewustzijn

23 jaar gevangen in een verlamd lijf

Eyckens Romain Foto: © Eyckens Romain

RIEMST - Drieëntwintig jaar lang waren de artsen ervan overtuigd dat Rom Houben (46) uit Riemst weggezonken was in een diepe coma. Alleen zijn familie bleef kleine reacties zien. Ze hebben gelijk gekregen. Dankzij een computer en een aanraakscherm leeft Rom Houben weer. 'Ik ben voor de tweede keer geboren.' Steven De Bock

Josephina Nicolaes, bijna 74 jaar, krijgt altijd tranen in de ogen als ze vertelt over de terugkeer van haar zoon. Hoewel ze het zelf zo niet wil noemen. 'Voor mij is hij nooit weggeweest. Ik heb altijd geweten dat hij begreep wat ik hem vertelde. Ik voelde het, hij was zich bewust van zijn omgeving. Hij kon het gewoon niet tonen.'

Maar nu wel. Dankzij een touch screen, een computer en een logopediste die de hand van Rom Houben begeleidt, zodat hij de woorden kan vormen die hij wil uitspreken. En dat nadat hij 23 jaar lang door de dokters werd afgeschreven.

'Het was zijn zus die drie jaar geleden voor de doorbraak heeft gezorgd', zegt Josephina in haar appartement in Luik, waar de telefoon de hele dag door rinkelt. 'De zus van Rom had op televisie een reportage uit Frankrijk gezien, over een jongen die er net zo aan toe was als Rom. Ze heeft contact opgenomen met de reportagemakers. Die hebben haar doorgestuurd naar een man in het Gentse die over speciale communicatiemiddelen beschikte. Toen we die voor het eerst op Rom wilden uitproberen, stonden we allemaal rond zijn bed om te supporteren. Komaan Rom, duwen, riepen we allemaal. En hij duwde, met zijn voet.'

Rom lag helemaal niet in coma, zo bleek. Hij was locked-in, opgesloten in een lichaam dat reageren onmogelijk maakte. Zijn hersenen zijn grotendeels in orde, maar zijn lichaam is verlamd.

Het druksysteem is ondertussen vervangen door het modernere aanraakscherm, waardoor Rom alle boodschappen kan schrijven die hij wil. Aan het Duitse blad Der Spiegel, dat het verhaal gisteren naar buiten bracht, vertelde Rom Houben hoe hij zich voelde toen zijn lichaam niet meer wilde gehoorzamen. 'Ik heb geroepen, maar er was niets te horen', schreef hij.

'Maar meestal schrijft hij boodschappen over het hier en nu, want hij is alleen geïnteresseerd in het heden', vertelt Josephine. 'Elk gesprek begint met: Hoe voel je je? En de jongste dagen is het antwoord steevast: Ik ben een gelukkig mens. Als ik dat hoor, dan ben ik ook gelukkig.'

Rom Houben was nog maar twintig jaar toen het noodlot toesloeg. Hij was een sportieve, sterke kerel. Een begenadigd judoka. Hij was die bewuste vrijdagavond na een judotraining nog naar Seraing getrokken met enkele vrienden, toen ze met hun auto aangereden werden. 'Hij is gestorven in dat ongeval', zegt Josephine. 'Maar toen de ambulance ter plekke kwam, voelde een van de hulpverleners dat zijn lichaam nog warm was en ze hebben hem gereanimeerd.'

Toen zijn ouders hem de volgende dag mochten opzoeken in het ziekenhuis van Luik, lag hij al in zijn coma. En zo is het jarenlang gebleven. Rom had de ogen open in een waakcoma. Een reactie kwam er niet. Behalve dan die kleine signalen die alleen zijn moeder zag of hoorde. 'Zuchtjes als ik twee keer na elkaar hetzelfde vertelde, bijvoorbeeld. Maar volgens de dokters beeldde ik mij dat maar in. Een persistente neurovegetatieve toestand noemden zij het.' Een plant, zeg maar.

De ouders van Rom gaven echter nooit op. Ze trokken van dokter naar dokter, van ziekenhuis naar ziekenhuis. Na enkele jaren kwam Rom ook gewoon weer bij hen thuis inwonen. 'We namen hem overal mee naartoe. Als we op reis gingen, dan zochten we naar speciale plekken waar hij binnenkon met zijn rolstoel. We probeerden ons en zijn leven aan de gang te houden. Gedreven door de liefde die we voor hem voelen.'

Maar de man van Josephine werd ziek. Zijzelf werd ouder. En na twaalf jaar moesten ze hun zoon wel naar een verzorgingscentrum laten gaan, 't Weyerke in Zolder. 'Ik bleef hem zo vaak als mogelijk opzoeken, en dan vertelde ik wat er allemaal gebeurd was in ons leven. Kleine dingen, grote dingen. Om hem op de hoogte te houden. Hij moest onze familiegeschiedenis toch kunnen volgen.'

'Maar sinds hij drie jaar geleden zijn klavier kreeg, is het allemaal anders geworden. We kunnen weer praten. Hij is zelfs een boek aan het schrijven over wat hij allemaal doormaakt. Mijn woorden stromen uit mijn vingers, zal hij daarin schrijven. Zo ziet hij dat.'

Op sommige dagen is Rom kwaad, op andere gelukkig. 'Soms zit er ook humor in zijn boodschappen. Zoals die keer toen zijn vaste begeleider naar zijn zin een beetje te veel zat op te scheppen. We hadden die man toen net een fles wijn cadeau gedaan. Ze hadden er beter ook een fles water bij kunnen geven, schreef Rom toen, zodat je wat water bij die wijn kon doen.

En ja, volgens Josephine vindt hij het leven nog altijd de moeite waard. 'Voor mijn familie, die er altijd is geweest voor mij, antwoordt hij op die vraag. En soms lost hij dat soort moeilijke vragen met zijn typische humor op. Zoals die keer toen hij aan de artsen vroeg hoeveel zijn lichaam nog waard was. Hij wilde het wel wegschenken aan de wetenschap, maar hij wilde die mensen ook geen vergiftigd geschenk cadeau doen.'

Eindelijk weer kunnen praten met haar zoon, eindelijk weer weten wat hij denkt. Voor Josephine is het enorm belangrijk. 'Ik heb Rom enkele jaren geleden moeten vertellen dat zijn vader gestorven was. Nu weet ik zeker dat hij die boodschap toen begrepen heeft. Hij heeft erover verteld dat het hem speet dat hij mij toen niet heeft kunnen troosten.'

Maar nog belangrijker dan de gesprekken met haar zoon, is de verlossing van die drukkende verantwoordelijkheid, vertelt ze. 'Ik moest altijd alles voor hem beslissen. Ik moest bepalen wat hij wilde en wat niet, wat goed was en wat slecht. Nu kan hij weer zijn eigen keuzes maken.'

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees