Myriam Van Loon (64) eert haar dochter Marie-Rose Morel

'Roos wilde vooral de zon laten schijnen'

'Je mag niet droevig zijn, ik heb alles gehad wat het leven kan bieden. Dat heeft Roseke me op het laatste nog gezegd. En met die gedachte wil ik haar ook begraven.' Samen met allicht méér dan duizend vrienden, familieleden, sympathisanten en gewone Vlamingen neemt Myriam Van Loon (64) vandaag afscheid van haar dochter. 'Ons Marie-Rose zal blijven verder leven', zegt een gebroken moeder. '365 dagen per jaar zal haar naam vallen.'

'Haar begrafenis wordt een belangrijk moment. Héél belangrijk. Denk maar eens: je hebt drie kinderen en plots halen ze er daar eentje uit. En ze komt nooit meer terug. Dat is onleefbaar. Roos zou kwaad zijn als ze het hoorde, maar samen met haar is er een stuk van mezelf doodgegaan. Het ergste is: als je met de dokters praatte - toen ze er nog was - was je triest. Uiteindelijk kwam het toch altijd op hetzelfde neer: ze zou dood gaan. Maar als je dan bij haar was, ging je fluitend naar huis en dacht je dat alles weer goed zou komen. Maar nu weet ik het zeker: het komt niet meer goed.'

'Ik hoop dat al die oenen die ooit zo slecht over haar hebben gepraat, zich nu schamen. Er waren er zelfs die durfden te zeggen dat ze haar kanker veinsde. Ik zou nu niets liever willen dan dat ze allemaal gelijk hadden.'

'Ik weet niet hoe het komt, maar Roos was de speciaalste. Altijd geweest. Mama, ik ben een zondagskind geweest, zei ze me nog vlak voor ze is ingeslapen. Ik heb een ongelofelijk leven gehad. Je mag niet droevig zijn, ik heb alles gehad. Alles. En de rest: so what? Ze was ook heel gelukkig dat ze nog met Frank is kunnen trouwen. Ons huwelijk kan nog altijd snel ontbonden worden, grapte ze dan. Want het is nog niet eens geconsumeerd. Maar Frank heeft haar nog zo'n goed en warm gevoel kunnen geven. Daar ben ik hem dankbaar voor.'

Hartverscheurend

'Op het laatste heeft ze haar zuurstofmasker afgedaan. Haar ogen lagen toen al heel diep naar achteren en ze begon een vaal Flamant-kleurtje te krijgen. Ze moest echt naar adem happen, maar toch zei ze nog: Ik blijf mijn best doen, mama. Ik zei, kinneke, ik weet het. Ze heeft al die euthanasiepapieren niet meer kunnen tekenen, maar ze hebben haar dan iets meer van die spierontspanner gegeven. Vanaf toen ging haar ademhaling almaar trager, tot ze stopte en het héél stil werd. Hartverscheurend. Haar papa en ik hielden één hand vast, Frank de andere. Haar broer Chris en Anne-Marie stonden er ook bij. De priester heeft toen in haar naam gesproken. Ik weet dat je nu alle mensen die je gesteund hebben, wil bedanken, zei hij... 't Was geen gewone, ons Roos.'

'Ze was echt een goed jonk. Het liefst van al liet ze de zon schijnen. En dan maar zorgen dat iedereen kon meegenieten. Dat was ons Roos ten voeten uit. Er zijn mensen die haar een haantje de voorste noemden, een bitch. Maar jongens, wie dat zegt, heeft haar nooit gekend. Gelukkig trok Marie-Rose zich daar allemaal niets van. Och moeder, zei ze dan, maak je daar toch niet druk om.'

Engelbewaarder

'Toen ons Roos zestien werd, heeft ze van haar moeke een beeldje van Jeanne d'Arc gekregen. Het staat nog altijd op haar commode, met een vergeeld papiertje eronder. Voor mijn Jeanne d' Arc, stond erop. Wel, Marie-Rose is mijn Jeanne d'Arc. Ze heeft gevochten tegen alles en nog wat. En intussen heeft ze nog een ferme steen verlegd.'

'Ze had nog één belangrijke boodschap voor haar kinderen. Dat ze moeten leren genieten. Genieten, maar met een groot plichtsbesef. Ze mogen zich amuseren. Maar als er gewerkt moet worden, moet er ook écht gewerkt worden.'

'Ze zullen erbij zijn tijdens de uitvaart, Marnix en Alexander. In de familie zeiden ze: je moet dat niet doen. Maar ik wil het zo. Ze moeten ervaren dat hun mama dood is. Anders denken ze straks nog dat Roos hen in de steek heeft gelaten. Nee, ze moeten weten dat ze voor hen gevochten heeft tot de laatste snik. Ik heb hen al gezegd: de mens wikt, maar God beschikt. Later zullen ze dat wel begrijpen. Ze hebben er nu een extra engelbewaarder bij.'

'Roos wilde dat we haar as zouden uitstrooien, tegen de wind in, op een berg in Baden-Baden, waar we geregeld met de familie naartoe gingen. Tegen de wind in. Dat was typische Marie-Rose, die zwarte humor. Ah ja mama, zei ze dan, we moeten al die mensen die daar aan het zwembad liggen toch een beetje kunnen koeioneren. Maar ik denk niet dat ik alles zal uitstrooien. Roos krijgt een plaats op het ereperk in Schoten. En dat is het beste ook. Vooral voor de kinderen. Dat die nog naar hun mama kunnen gaan.'

Helemaal Roos

'Ik denk niet dat we nog schrik moeten hebben dat Marnix en Alexander een fout beeld van hun mama zullen krijgen. Tienduizend mensen zullen kunnen zeggen hoe een goeie moeder ze was. Als ze haar naam op Google intikken, zullen ze het wel zien.'

'Roos zal niet vergeten worden. 365 dagen per jaar zal haar naam hier vallen. Alles ademt hier Marie-Rose uit. Ze was mijn reden van bestaan. Wij hebben hier in ons gezin een eigen spreekwoord, dat we al jaren gebruiken. Dat is helemaal Roos. Dat zeggen we als iemand van ons iets onwaarschijnlijk gedaan heeft. Of als er weer eens iets niet alledaags is gebeurd. Zo zal ik mijn Roos ook herinneren: als ons specialleke in huis.'

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees