Dertien betrapte renners gaven hun jaarsalaris nog niet terug aan de UCI

Dopingzondaars betalen 'verplichte' boete niet

© © AFP

Sinds juni 2007 ondertekenden meer dan 800 renners het 'antidopingcontract'. Dat bepaalt dat ze hun jaarsalaris moeten terugbetalen als ze tegen de dopinglamp lopen. Dertien van die renners werden ondertussen betrapt, maar de UCI zag nog geen cent.

Bert Heyvaert

Het zag er allemaal veelbelovend uit, op 19 juni 2007. Toen zetten Mark Cavendish en Sandy Casar als eersten hun poot onder een gloednieuw

antidopingcontract

, dat hen was voorgelegd door de Internationale Wielerunie (UCI). De bepalingen waren niet minnetjes: elke ProTour-renner die in het vervolg betrapt werd, moest een heel jaarsalaris terugbetalen aan de UCI. En wie tekende, was ook bereid om een DNA-staal af te staan.

De nieuwste antidopingtruc veroorzaakte een hele hetze, maar werd uiteindelijk toch druk ondertekend. Want anders was je niet welkom in de Tour van 2007. Ook heel wat renners uit procontinentale teams verklaarden zich akkoord, vooral om het imago van de ploeg hoog te houden.

Het initiatief leek een gouden zet. 'Want wie een coureur écht bang wil maken, moet aan zijn portefeuille zitten', klinkt het wel eens in het peloton. Het antidopingcontract hing als een zwaard van Damocles boven het hoofd van elke renner. Eén verkeerde beweging, en je had problemen. Ook privé.

Vodje papier

Nu, bijna zestien maanden later, blijkt dat het zwaard toch nog stevig vasthangt. Van de renners die het contract ondertekenden zijn er ondertussen al dertien betrapt, maar de UCI zag nog geen eurocent. 'Neen, er heeft nog niemand betaald', zei Enrico Carpani, de perschef van de UCI, gisteren aan de telefoon. 'We hebben wel al enkele dopingzondaars een brief gestuurd waarin we vragen om het geld te storten. Maar we weten niet precies hoe krachtig die vraag is. Kunnen we écht eisen om een salaris terug te storten, of kunnen hun advocaten dat blokkeren? Dat zoeken we voorlopig nog uit.'

Met andere woorden: bij de UCI zijn ze er niet zeker van dat hun contract waterdicht is. Een verrassing is dat niet; in het peloton werd al eerder geopperd dat de overeenkomst een 'juridische vod' is, en dat mannen als Vinokourov ze dan ook met een hypocriete glimlach tekenden. 'Ach, daar maak ik me niet al te druk om', zegt Philippe Verbiest, de Belgische advocaat van de UCI. 'Ikzelf zie geen zwakke punten. Er is inderdaad kritiek, maar concreet heeft nog niemand kunnen aantonen dat het contract slechts een vodje papier is. Als het ooit tot een discussie komt, zullen we wel zien wie er de beste argumenten op tafel legt.'

De vraag is natuurlijk wanneer het tot die discussie komt. 'Misschien zal de ene advocaat wat moeilijker doen dan de andere. Maar de UCI doet zeker al het mogelijke doen om dat geld te eisen', blijft Carpani vaag.

Advocaat Verbiest is al iets concreter: 'Ik denk dat het contract vooral van pas komt bij dopingzondaars die terugkeren in het peloton. Wie een comeback maakt na een schorsing, moet immers via de UCI passeren voor een nieuwe licentie. Dan hebben we een stok achter de deur.' Met andere woorden: wie zijn boete niet betaalt, krijgt geen propere lei.

Leukemans

Maar zelfs dan is het allemaal niet zo simpel. Kijk maar naar de zaak-Vinokourov. De Kazach wil terugkeren na zijn schorsing van één jaar, die hem was opgelegd door de Kazachse bond. De UCI is het echter niet eens met die straf, en stapt nu naar het Internationaal Sporttribunaal (TAS) om ze te verlengen tot twee jaar. 'Pas als dat lukt, kunnen we het salaris van Vinokourov terugeisen', zegt Verbiest. 'Want het antidopingcontract is enkel geldig bij renners die een maximumstraf van twee jaar kregen. Is dat niet het geval, dan betekent het dat er verzachtende omstandigheden waren. En dan moet de renner niet betalen.'

Dat gebeurt nu met Björn Leukemans. In principe moest hij, na zijn positieve testosteronplas in september vorig jaar, ook vrezen voor zijn salaris van 2007. Maar Leukemans kreeg het verboden Prasteron op voorschrift van zijn ploegdokter, en kon dus verzachtende omstandigheden inroepen. De maximumstraf van twee jaar werd gereduceerd tot zes maanden. 'Als we het jaarsalaris ooit nog willen terugeisen, zullen we dus ook langs het TAS moeten langslopen', geeft Verbiest toe.

Aangeboden door onze partners

Meer sportnieuws

Video

Keuze van de redactie