Atomium stelt teleur

Met veel trompetgeschal opende het vernieuwde Atomium in februari de deuren. Maar kan ,,het meest verbluffende monument ter wereld'' de hooggespannen verwachtingen ook waarmaken?

Een Fiat 500, een BMW Isetta en een Mini Cooper: dat zijn zowat de enige opwindende objecten in de Galette, het voormalige ontvangstpaviljoen van het Atomium. De geroemde Marshmallow-sofa van George Nelson zit weggestopt achter glazen kasten met souvenirs en fifties-gadgets. De rest van de ruimte staat vol wachtende mensen. Om de paar minuten schuift de rij een beetje op, als de volgende groep naar boven is vertrokken. Het is altijd zo geweest in het Atomium, waar de lift de laatste hoop biedt. Alleen het vooruitzicht dat er in de hoogste bol (,,sfeer'') alsnog iets te beleven zal zijn, maakt het wachten in de slecht verluchte hal draaglijk.

Ongezellig

Want wat hebben we op dat moment al gezien? In de eerste bol zijn er de ,,permanente exposities'' over Expo 58 en de voorbije werkzaamheden. Twee spuuglelijke maquettes, een paar uitvergrote foto's, videobeelden van de verbouwing en informatiepanelen met belachelijk kleine lettertjes. In de tweede bol heeft Jean-Luc Moerman een kunstwerk geïnstalleerd, een soort 3D-graffiti met blacklights . Dat zou een eerste aanzet kunnen zijn tot een meer fantasierijke inrichting van het Atomium, maar het blijkt gewoon de enige plaats in de hele constructie waar grijs niet domineert. Nergens een spatje kleur, nergens een spoor van inventiviteit. Zelfs de magie van de primitieve belichting langs de roltrappen is verdwenen.

In de derde bol stinkt het naar wafels en koffie. Er staan rode plastic stoelen, wellicht design, maar even ongezellig als de rest van de bar.

Franquin zonder Flater

,,Deze sfeer is gewijd aan André Franquin'', heet het in de vierde bol, maar zelfs een klein Guust Flatertje kon er niet af. Nochtans is hier Kid's World gevestigd, een ruimte waar kinderen vanaf september groepsgewijs kunnen leren en logeren in hangende ballen. Stadsklassen in plaats van bosklassen. Andere kinderen mogen er alleen maar naar kijken, van achter de glazen deuren. Het zal niet verbazen als het vernieuwde Atomium voor de jonge generatie een even troosteloze herinnering wordt als voor haar ouders. Op het onderste niveau van de vierde bol staan twee lachspiegels, voor de meeste bezoekers het absolute hoogtepunt van de rondgang, en een paar design schommelstoelen.

En zo gaat het alweer terug naar beneden, om aan te schuiven voor de lift. Een hostess maant de wachtenden aan om naar boven te kijken (het dak is doorzichtig gemaakt, maar het blijft natuurlijk maar een liftkoker) en zegt dat dit in 1958 de snelste lift van de wereld was. In drie talen, in een paar seconden. Het restaurant in de hoogste bol is zo mogelijk nog ongezelliger dan de bar. Gelukkig hebben we al gegeten. De enige andere vernieuwing hier zijn de pseudo-interactieve, onhandige videoschermen die verklaringen bieden bij het uitzicht, in 1958 zonder twijfel nog toekomstmuziek, maar nu alweer hopeloos ouderwets. Gelukkig gaat de lift even snel weer naar beneden.

Keuze voor grijs

,,Er blijken twee soorten bezoekers te zijn'', zegt Henri Simons, eerste schepen van Brussel en voorzitter van de vzw Atomium, die het monument uitbaat. ,,De meerderheid van de mensen is heel positief, een minderheid vindt dat het Atomium veel te weinig te bieden heeft. Maar uiteindelijk bezoek je een gebouw en geen museum. Dat is de keuze die wij gemaakt hebben: een sobere inrichting om de grandeur van de architectuur te beklemtonen. Het gaat om het monument. Vandaar ook het grijs, de oorspronkelijke kleur van het Atomium. Daar wilden we zeker niet aan raken. Het zijn de tentoonstellingen die kleur moeten brengen in de bollen..

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees