Steve Ramon heeft na doodssmak geen grote ambities meer

Steve Ramon heeft na doodssmak geen grote ambities meer

Foto: Marc Herremans - Corelio

Op 30 juli 2011 maakte Steve Ramon (32) een doodssmak. De West-Vlaamse ex-wereldkampioen motorcross was dagenlang verlamd: 'Ik dacht alleen maar: mijn leven is ten einde.' Maar vandaag is hij langzaam aan het terugkeren. 'Ik ben al één keer op mijn motor gekropen. Om het nog eens te voelen.'

Ramon weet nog altijd niet hoe zijn verdere crosscarrière er zal uitzien. Het kriebelt wel eens, hij zat zelfs al een keer op zijn motor. 'Zonder één meter te rijden. Gewoon om te weten hoe het voelde.' Hij gaat straks wel kijken naar de GP in Valkenswaard op paasmaandag, 9 april, de start van het wereldkampioenschap. 'Het is niet ver, hé. Maar daarna ga ik niet meer kijken, denk ik. Als je niet rijdt, kan je niet veel doen op een cross. Ik zou toch maar verloren lopen.'

Een doodssmak was het, op 30 juli 2011 in Lommel, op de WK-motorcross Grote Prijs van Limburg. Eén die zijn leven zou veranderen, maar de precieze datum weet Ramon niet meer. 'Omdat ik er zo weinig mogelijk aan denk of over praat. Omdat het te hels was. En misschien ook om op die manier niet te moeten toegeven dat er een leven vóór en een leven ná is.' Stomweg een verkeerd spoor genomen, een verkeerde put geraakt, over zijn stuur getuimeld en op zijn hoofd gevallen. Een hematoom tussen de derde en vijfde nekwervel. Twee dagen helemaal verlamd, na drie dagen intensieve verzorging in Genk voor een maand overgebracht naar het AZ Alma in Eeklo, dichter bij huis. Maar vooral: helse pijnen doorstaan. 'Ik verdroeg zelfs geen simpel T-shirt.'

'Weet je, motorcross moét niet meer. Ik zie mij nog ooit wel terugkeren, maar ik weet hoegenaamd nog niet op welk niveau. Ik moet bekennen dat ik het ook nog niet mis.'

Is het verhaal ten einde?

'Mijn enige doel is mijn lichaam weer normaal te krijgen. Ik ben ook realistisch: ik heb geen contract meer en ik ben intussen 32 jaar, ik was toch al begonnen aan de weg terug. Alleen uitzonderingen als Evers en Joël Smets werden nog wereldkampioen op hun 34ste of 35ste. En vorig seizoen was ik al niet meer op niveau geraakt, vooral door een virale infectie, al werkte ik keihard. Toen was ik al niet meer de Steve van andere jaren. Ik zou het er ook moeilijk mee hebben niet meer te kunnen meerijden voor de prijzen, altijd tussen de vijfde en tiende plaats te eindigen. Eerlijk gezegd denk ik, als ik zou kunnen terugkeren, aan andere uitdagingen dan het WK. Aan strandraces vooral. Dat doe ik echt graag. Meer fun, minder stress.'

Zal je meer schrik hebben op de motor, denk je?

'In het begin wellicht wel. Je denkt er toch eens over na, dat er meer is in het leven dan cross. Het zou jammer zijn dat ik een mooie carrière zo zou moeten afsluiten. Maar als het zo moet zijn, is het maar zo.'

Heeft die val en de gedachte dat je leven over was, je als mens veranderd?

'Wellicht wel. Tot de crash was mijn hele leven gefocust op motorcross, er was eigenlijk niets anders. Nu ik besef dat het leven plots kan omslaan en kan ik toch ook genieten van andere dingen. Al eens een glaasje drinken met de kameraden. Al zal ik wel nooit een uitgaanstype zijn.'

Lees het volledige interview in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 11 maart

Corrigeer