Schatkamer van driemaster ligt amper 10 km voor kust

Britse piraten plunderen Betlehem

NIEUWPOORT/ OOSTENDE - Het scheepswrak dat vorig jaar toevallig door Nieuwpoortse vissers werd gevonden op een zandbank, tien kilometer voor de kust tussen Nieuwpoort en Oostende, is waarschijnlijk dat van de driemaster Betlehem. Omwille van de schat aan boord hielden de Belgische archeologen de tanden op elkaar, maar dat kon niet verhinderen dat Britse wrakkenduikers de Betlehem voor het overgrote deel leegplunderden. door

De driemaster Betlehem verging in de nacht van 29 op 30 december 1741, met 250 mensen en een zeer waardevolle lading aan boord, voor onze kust op weg naar Batavia in Oost-Indië. Het imposante wrak van de 54 meter lange driemaster werd bij toeval ontdekt toen de netten van een Nieuwpoortse garnaalvisser tijdens het vissen bleven hangen. De garnaalschuit voer op 10 kilometer voor de kust en de netten lagen amper 10 meter diep.

Meteen begonnen Belgische archeologen en duikers hun opzoekingswerk. Nu blijkt dat het scheepswrak niet dat van een Spaans koopvaardijschip is - zoals eerst gedacht -, maar wellicht dat van het Nederlandse Betlehem , een driemaster met vierkante zeilen, toebehorend aan de Nederlandse Oost-Indische Compagnie. Het schip voer op 26 december 1741 de haven van Amsterdam uit op weg naar Batavia in Oost-Indië. Niet alleen waren 250 bemanningsleden aan boord van het schip aangevoerd door kapitein IJsbrand Moens, maar ook was er een wel heel waardevolle schat aan boord, die lang niet helemaal en ook nooit meer intact werd aangetroffen. Volgens de archieven van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) verging de Betlehem met man en muis in een enorme winterstorm in de nacht van 29 op 30 december 1741 op een zandbank voor Oostende.

Daar ontdekten Belgische archeologen, aangevoerd door Marnix Pieters, een schat. In 2003 werden de persoonlijke spullen van de bemanning gevonden vlakbij het wrak. Er werden wijnkruiken bovengehaald, kruiken in de vorm van een ui, waarin de bemanning zijn eigen beetje alcohol meenam, muskietballen, naast tientallen kanonnen elk ruim 1.000 kg zwaar. Twee scheepsankers, meer dan 10 meter hoog, van hout en ijzer wogen zelfs 2.500 kg elk.

Identificatie niet volledig

De identificatie van het scheepswrak is nog altijd niet honderd procent volledig, maar alles wijst erop dat het schip voor de kust tussen Nieuwpoort en Oostende dat is van de Betlehem . Maritiem archeoloog Tomas Termote vond voldoende aanwijzingen om quasi zeker te zijn. Op een lepel werden de initialen IJM gevonden van IJsbrand Moens, de kapitein, terwijl ook een gouden horloge werd gevonden waarop de inscripties van horlogeur Bernard Scalé stellen dat het werd gemaakt in 1740, één jaar voor het vergaan van het schip.

Helaas zal de Betlehem niet al zijn schatten meer blootgeven. Zodra de vondst bekend raakte, kwamen Britse duikers-schattenjagers het wrak al leegroven. Op brutale wijze werd de site van alle waardevolle zaken beroofd. Toenmalig Vlaams minister van Cultuur Paul Van Grembergen kondigde toen aan dat er een betere bescherming zou komen voor de scheepswrakken voor onze kust. Die bescherming komt te laat voor de Betlehem en werd uiteindelijk pas deze week ondertekend.

Het verhaal van de Betlehem is vandaag donderdag te zien in de documentaire Vergaan in de Noordzee , in de reeks 'Overleven', op Canvas.

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio