Atletiek EK Indoor in Turijn De wonderjaren van Europees kampioene Eline Berings

'Mijn sport was eigenlijk voetbal'

'Mijn sport was eigenlijk voetbal'

Foto: rr

Zei Sigmund Freud niet dat je een mens pas kent als je weet hoe zijn jeugd verlopen is? Kersvers Europese kampioene 60 meter horden én psychologiestudente Eline Berings (22) vertelt over haar familie, haar kindertijd, de jeugdbeweging, de muziekschool, de atletiekclub. Een exclusief portret van Europa's snelste, door haarzelf.

'Ik kom uit een zeer warm nest en zeer grote familie: thuis en op familiefeesten is het altijd leuk. Noem me maar een familiemens. Mijn ouders zijn nog jong: mijn mama, Hilde, is van 1964 als ik me niet vergis, mijn vader, Dries, van 1960. Mama is extravert en een babbelaarster, enthousiast, positief en barst van de energie. Altijd is ze bezig. Ze kan zeer moeilijk stilzitten. Ik heb een zeer goede band met haar, misschien ook al omdat we op bepaalde vlakken op elkaar lijken. Papa is meer de stille genieter met droge humor. Hij valt misschien minder op, maar is evenveel aanwezig. Mama werkt als kinesiste in een medisch-pedagogisch instituut met autistische en spastische kinderen. Papa heeft experimentele psychologie gestudeerd en geef les aan de Ehsal-hogeschool in management. Dan heb ik nog een zus, Margot, die twee jaar jonger is. Zij studeert geneeskunde in Gent en is superverstandig. Ze traint nog wel maar minder. Vroeger deden we evenveel aan atletiek. Ze is een stukje kleiner dan ik, en dat heeft als atlete niet in haar voordeel gespeeld. Daarbij kwam de malchance met een ernstige blessure. Spijtig, want ze is heeft ook wel veertjes in de voeten.'

HAAR DORP

'Ik ben van Sint-Amandsberg, tien minuutjes van Gent verwijderd. De Schelde en de natuur en dus de rust zijn dichtbij en de stad ook, en die combinatie vind ik leuk. In dezelfde straat als waar we wonen bevindt zich een rechthoekige sintelpiste rond een voetbalveld die de lijnen van dat veld volgt, zowat drie of vier banen breed. Toen ik daar vroeger liep, kon ik 150 meter optrekken maar daarna moest ik weer afremmen, want ik kwam aan een hoek uit. Daar ben ik begonnen: op 200 meter van mijn deur. De fiets op, en hop ik was er.'

HAAR HUIS

'Mijn kamer ademt één en al atletiek - ik heb trouwens een fantastisch dubbelbed voor mij alleen. Langs een schuine muur hang ik alle borstnummers op van wedstrijden die ik belangrijk vind, en mijn medailles. Die zijn vooral Belgisch, maar het goud van het junioren-EK in 2005 hangt er ook. Af en toe lig ik daar vanop mijn bed wel eens naar te kijken. Posters? Nee, dat is nooit mijn ding geweest. Ik ben geen idolenmens. Mijn kamer is trouwens een redelijk grote rommelhoop: ik zou eens moeten opruimen.'

OP SCHOOL

'Al bij de kleuters was ik zeer actief. Lichamelijke opvoeding was altijd mijn favoriete vak. Dikwijls bleef ik tot vijf of zes uur 's avonds in de studie, en dan ging ik met de jongens ravotten, springen, in de zandbak spelen en wat nog allemaal. Mijn schoolresultaten? Die waren altijd goed. In de lessen zat ik liever achteraan of in het midden, minder vooraan. (lacht) Een leerkracht uit het lager onderwijs zei me onlangs nog dat ze altijd een vechtertje in mij had gezien. In de humaniora heb ik moderne talen-wetenschappen gestudeerd. Geen Latijn, ondanks vele discussies thuis. Die taal vond ik niet zinvol, liever besteedde ik mijn tijd aan Frans, Duits en Engels. Ik was het type student dat nooit uit het hoofd leerde, van die lijstjes en zo, maar meer een eigen versie probeerde te maken van wat ik ongeveer wist. Gelukkig leer ik heel rap. Lezen heb ik nooit graag gedaan. Ik kan niet stilzitten hé.'

DE JEUGDBEWEGING

'Een jaar of vier à vijf, tot mijn veertien of vijftien, was ik lid van de scouts. Ravotten, altijd buiten spelen, kampen bouwen, tentenkampen opzetten… ideaal voor mij, een fantastische tijd. Op een gegeven moment begon ik in de atletiek aan wedstrijden mee te doen en was de combinatie niet meer haalbaar.'

HAAR SPORTEN

'Een jaar of vier heb ik aan judo gedaan, zelfs toen ik al aan atletiek deed. Hoe gaat dat, een vriendje of vriendinnetje trekt je mee. Ik deed het graag, maar het was mijn sport niet. Voetbal! Dat speelde ik thuis en op school, met de jongens. Ik was echt wel goed hoor. Ik ben lid geworden van een vrouwenvoetbalploeg, als twaalfjarige. Maar de andere speelsters waren vier of vijf jaar ouder. Ooit stond ik op een foto in een voetbalpakje met broek en bloes die veel te groot waren. Eén maand ben ik bij de club gebleven: het was niet meer plezant wegens het leeftijdsverschil. Maar dat balgevoel heb ik nu nog altijd: als er ergens een bal ligt, begin ik ertegen te shotten.'

DE ATLETIEK

'Op een scholencross ben ik aangesproken door een club om een test te doen. Ik weet nog dat ik moest springen. En je kreeg een diploma. Ik vond het superleuk en ben blijven plakken. Van alle disciplines heb ik geproefd, ook de meerkamp. Trainer Gilbert Van Hamme was mijn eerste echte trainer, van bij de kadetten tot zowat 2006. Een heel rustige man die wist waarmee hij bezig was en die me bij de horden gebracht heeft: een zeer belangrijke stap. Heel verstandige man ook: als ik soms vroeg om meer te mogen trainen zei hij dat de tijd er nog niet rijp voor was. Pas de laatste twee jaar bij hem ben ik ook beginnen te poweren (krachtoefeningen), maar dan nog heel licht, geen zware belasting. Nu gebeurt het wel al eens anders, wat niet verstandig is als je het mij vraag. Elk jaar een beetje verbeteren, was zijn filosofie.'

DE MUZIEKSCHOOL

'Was ik al bijna vergeten, hoewel ik het een jaar of zes gedaan heb. Notenleer natuurlijk, en je moest sowieso blokfluit spelen. Drie jaar heb ik ook dwarsfluit gespeeld. Eigenlijk heb ik wel veel gedaan in mijn jeugd hé? Onze ouders stimuleerden ons om actief te zijn, zo heb ik ook aan sportkampen deelgenomen. Die muziek was in het begin wel plezant maar ik ben er nooit echt intensief mee bezig geweest. Ik speelde mijn stuk bijvoorbeeld pas voor het eerst tijdens de les omdat ik niet oefende. Het ging dan ook niet echt vooruit. Een ongelooflijke virtuoos zal ik dus niet geweest zijn.'

HAAR VAKANTIES

'Met het hele gezin gingen we dikwijls kamperen, meestal naar Zuid-Frankrijk, soms Italië en Spanje. De bergen in, en dan wandelen maar, en fietsen. Met veel cols. Ik heb heel veel gevloekt onderweg. Soms gooide ik mijn fiets aan de kant, maar dat hielp natuurlijk niet want ik moest toch naar boven rijden. Ik deed dan toch weer altijd voort.'

HET JEUGDTRAUMA

'Ooit heb ik ooit eens mijn linkerarm gebroken - waardoor ik hem nu altijd niet helemaal kan plooien. Het gebeurde tijdens het verspringen op school. Vroeger was ik nooit goed in doseren. Ik ging volle bak door maar landde slecht. Het bot was volledig kapot, ik ben twee keer geopereerd. Een hevige kleuter was ik wel, met af en toe kuren. Op een keer had ik iets verkeerd gedaan en ben ik boos naar buiten gelopen, hevig roepend. De buren zagen me en dachten dat ik geslagen werd. Mama zakte door de grond van schaamte. Tot bleek dat er niets aan de hand was. Ik heb veel gedaan in mijn jeugd, en al die dingen hebben mijn karakter en doorzettingsvermogen wel gevormd.'

Corrigeer

Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.