Herinneringen aan gesprekken met een tamelijk gelukkige vrouw

Van de dood was ze niet bang


,,Gaat gij dat taartje nog opeten?'' vroeg Ann Petersen me bij ons allereerste interview, zeventien jaar geleden. Ik keek even op van mijn notablok en zag hoe Ann het taartje van mijn bord graaide en in drie happen wegbuffelde. Bij ons volgende interview had ik zelf een taartje bij. ,,Vriendelijk,'' zei Ann Petersen, ,,maar ik heb ondertussen suikerziekte. Alsof het zo al niet erg genoeg is.''

door Paul DEMEYER

Die tweede keer was de film Manneken Pis net uit. Ann Petersen speelt daarin een beetje moeder over Antje De Boeck en moest in elk interview haar eigen kinderloosheid verdedigen. Maar die dag wilde ze haar stoere verhaaltje van altijd - ,,Ik heb nooit kinderen gewenst, ik heb altijd liefst alleen geleefd'' - niet nog maar eens overdoen.

Die namiddag wilde Ann voor het eerst eerlijk zijn: ,,Op mijn 25ste had ik een operatie. Er waren complicaties... Twee weken later werd ik opnieuw opgenomen, met hevige inwendige bloedingen. Na de operatie zei de chirurg: ge zijt al 25, ge had waarschijnlijk toch nooit kinderen gewild, anders had je ze al gehad. Hoe dan ook: nu kan het niet meer.''

Ann Petersen bleef openhartig, die middag: ,,Ik zeg altijd dat ik van mijn man ben gescheiden omdat de liefde weg was na twaalf jaar. Maar dat was het natuurlijk niet. Mijn man had dolgraag kinderen gewild. En ik, een halve vrouw, kon die hem niet geven. Daarom ben ik weggegaan. Tot scha en schande van mijn moeder die de deur niet meer uit durfde. Ik was de eerste gescheiden vrouw van het dorp Wuustwezel.''

Ann Petersen is toen alleen naar Antwerpen getrokken. Om er theater te studeren en alleen haar weg te zoeken en te vinden. ,,Ik wilde enkel maar acteren, al mijn andere levensverwachtingen had ik vergrendeld,'' zei Ann in een ander interview. ,,Eigenlijk wilde ik licentiate wetenschappen of wiskunde worden. Maar de oorlog kwam ertussen. Kom mij helpen in de fotowinkel, zei mijn vader. En ik ging. Toen ik trouwde met een beroepsmilitair trok mijn vader zich helemaal uit de zaak terug. Die winkel was voor mij man en mij.''

Ik heb het haar nooit gevraagd, omdat ik vreesde het antwoord te kennen. Ann Petersen was allicht niet de meest gelukkige mens ter wereld. Te veel alleen, dacht ik soms. Misschien dat ze daarom haar appartementje in Opwijk zo volstouwde. Met de lelijkste prullaria eerst. Ze wist het. En je mocht lachen met haar zelf geschilderde doekjes en postuurkes. Ze zei dat ze er nooit van zou kunnen scheiden en dat ze het zeker meteen zou zien indien er eentje weg was.

,,Nu heb ik last met de belastingen,'' zei ze een paar jaar geleden. ,,Ze willen dat ik pensioengeld en RSZ-gelden van de voorbije vier jaren terugbetaal. Maar ik heb dat geld niet meer. Ik zal moeten sparen. En mijn auto misschien verkopen.''

Bij ons volgende gesprek was haar auto inderdaad verkocht. Niet zozeer uit financiële noodzaak. Maar Ann Petersens grote teen was afgezet en van de kleine teen was ook een stukje weggehaald: ,,Allemaal door die suikerziekte, die vuile sluipmoordenaar. Ik kan nog twintig meter stappen, dan moet ik zitten. Autorijden zal nooit meer gaan. Maar gelukkig zijn het bij Thuis zo'n schatjes dat ze me altijd komen halen en terugbrengen.''

Toen ze twee zomers geleden 75 werd, wilde Ann Petersen voor de eerste keer over het grote D-woord spreken. De Dood. Ze wees naar de deur en zei: ,,Misschien staat hij daar al. Voor mij, of voor jou. En als het voor mij is, dan zal ik graag meegaan. Ik wil enerzijds wel honderd worden, maar anderzijds ben ik al tevreden. Het is genoeg geweest. Alleszins voor dit leven. Maar daarna komt er iets nieuws. Zeker weten.''

Gisternacht is de dood Ann Petersen komen halen. En misschien heeft hij wel één van haar schilderijtjes meegenomen. Dat iemand dat eens uitzoekt.

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees