Pedofiel als jojo in juridische strijd


De 44-jarige pedofiel en verkrachter Freddy S. uit Bredene staat centraal in een steeds bitsiger juridische strijd. Minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD) wil de veroordeelde verkrachter tot elke prijs van de straat houden. Advocaat Walter Van Steenbrugghe doet er dan weer alles aan om zijn cliënt wel vrij te krijgen. Het gevolg is een onontwarbaar kluwen van gerechtelijke procedures dat S. nu eens vrijlaat en dan meteen weer vastzet. S. heeft er een straf van tien jaar opzitten, maar is nog altijd gevaarlijk. Daar is, buiten Van Steenbrugghe, zowat iedereen het over eens. Maar om de man nog langer te kunnen vasthouden, moet hij ,,geestesgestoord'' zijn. Daarover lopen de meningen uiteen.

26 jaar cel heeft de 44-jarige Freddy S. in zijn leven verzameld. Altijd voor zware zedenfeiten: verkrachtingen van vrouwen en kinderen. Begin de jaren negentig sloeg hij voor het laatst toe. Binnen de 24 uur nadat hij uit de cel was vrijgelaten, verkrachtte hij toen een meisje van tien jaar. Het Gentse hof van beroep besliste daarop dat de man tien jaar in de cel moest.

Begin vorig jaar gaat op het kabinet van Verwilghen de alarmbel. S. is dan vlakbij het einde van zijn straf. In juni 2001 zou hij vrijkomen, zonder enige begeleiding of voorwaarde. De enige manier om dat te voorkomen, is een internering door de minister zelf. Een uitzonderlijke beslissing, die maar twee á drie keer per jaar genomen wordt.

Advocaat Walter Van Steenbrugghe begint daarop aan een felle strijd tegen die internering, die volgens hem onwettelijk is. ,,Mijn cliënt kreeg niet eens de kans zich te verdedigen. Dat is in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.''

Als geïnterneerde komt S. onder de controle van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij. De juridische argumenten van Van Steenbrugghe vinden daar geen gehoor. Toch beslist de commissie dat S. niet langer geïnterneerd moet blijven. Een psychiater van de commissie is van oordeel dat de man niet geestesgestoord is.

Voor S. kan vrijkomen, tekent het Gentse parket beroep aan bij de Hoge Commissie ter Bescherming van de Maatschappij. Die draait de beslissing terug. ,,Zonder een psychiatrisch verslag te laten opstellen of zonder met mijn cliënt te spreken'', zegt Van Steenbrugghe.


Spoedoverleg en collocatie
De advocaat kiest daarop voor een andere weg. Hij stapt naar de Gentse rechtbank. Die oordeelt begin juli 2002 in kortgeding dat Freddy S. wél moet vrijkomen. Volgens de rechter ging Verwilghen in de fout door de man te interneren.

Het kabinet-Verwilghen en het Gentse parket grijpen dan maar naar het laatste middel: collocatie. Ze steunen daarvoor op een rapport van de gevangenispsychiater, die S. omschrijft als ,,een tijdbom, die gevaarlijk is voor zichzelf en voor de maatschappij''.

Als S. op 4 juli 2002 de gevangenis buitenkomt -- elf jaar na zijn veroordeling van tien jaar -- staan de politie hem op te wachten voor de poort. Ze slaan hem in de boeien, brengen hem eerst naar een specialist in het Universitair Ziekenhuis en voeren S. nadien naar een psychiatrische instelling in Zelzate.

Van Steenbrugghe is ziedend over de manier waarop die collocatie verloopt: ,,Mijn cliënt werd behandeld alsof hij Hannibal Lecter in persoon was.''

Met de collocatie zelf kan hij op dat moment eigenlijk wel leven. Bovendien keuren ook de vrederechter van Zelzate en een Gentse rechter de collocatie goed.


Terug naar de gevangenis
De situatie wordt echter Kafkaiaans als het Gentse hof van beroep enkele dagen later de uitspraak van de rechter in kortgeding tenietdoet.

Verwilghen besluit daaruit dat S. weer geïnterneerd is. ,,We wilden hem het liefst in Zelzate laten blijven. Maar daar was plots geen plaats meer'', zegt Wauter Van Laethem, stafmedewerker van Verwilghen.

Dus is er maar een mogelijkheid: S. vliegt terug naar zijn cel in de Gentse gevangenis. De klok lijkt ineens een maand teruggedraaid.

Weer stapt Van Steenbrugghe naar de rechter in kortgeding. Weer haalt hij gelijk. Weer is er spoedoverleg tussen Verwilghen en het Gentse parket. En weer staat de politie S. voor de gevangenispoort op te wachten om hem te colloceren als hij vrijkomt. Sinds donderdag zit de man weer in een psychiatrisch ziekenhuis, deze keer in Sleidinge.

Zijn collocatie valt alleen nogal moeilijk te rijmen met een nieuwe beslissing van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij. Die besliste einde augustus, toen S. nog onder haar hoede stond, voor de tweede keer dat de man niet geestesgestoord is.


Verzuring in justitiepaleis
Momenteel lopen er in deze zaak vier verschillende procedures en de strijd wordt steeds bitsiger. Op het kabinet van Verwilghen klonk het gisteren dat S. volgens hen een speelbal is van zijn advocaat. ,,Wij spelen geen spellekes . Wij hebben maar één doel: een man die iedereen als ,gevaarlijk' omschrijft van de straat houden.''

Van Steenbrugghe vindt dat niet hij maar Verwilghen zich hoort te schamen. ,,Verwilghen bezondigt zich aan rechtsmisbruik. Hij mag proberen mijn cliënt van de straat te houden, maar hij moet zich wel aan de wet houden. Hij mag niet alle regels opzijschuiven om zijn doel te bereiken, want dan ontstaat er een gevaarlijke willekeur.''

Ook de Gentse rechters worden kregelig van de manier waarop Verwilghen twee keer op rij een uitspraak in kortgeding heeft ,,omzeild''. ,,We wachten op de dag dat hij ons komt vertellen dat we bepaalde uitspraken niet meer mogen doen'', klinkt het.

Bovendien zorgt de hele heisa voor nog meer verzuring binnen het Gentse justitiepaleis. Van Steenbrugghe wordt, net als Hans Rieder, al een tijd beschouwd als een lastpak. De twee advocaten leven op gespannen voet met het parket en vooral met de Gentse procureur Jean Soenen.

Maar ook tussen Soenen en Henri Heimans, raadsheer bij het Gentse hof van beroep en ook de voorzitter van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij, is de sfeer gespannen. Heimans heeft in een recent arrest in een drugszaak zwaar uitgehaald naar Soenen. En wie waren de advocaten in die drugszaak? Walter Van Steenbrugghe en Hans Rieder.

Corrigeer

MEER NIEUWS