Rechtsstaat waarborgt democratie


,,De beslissing om personen op te sluiten komt niet toe aan een minister''. Zegt de procureur van Brussel, Benoît Dejemeppe. Franstalige rechters hebben in de afgelopen dagen enkele manifest misdadige en normloze jongeren vrijuit laten gaan, bij gebrek aan opvangplaatsen voor hen in Everberg en andere gesloten centra. Tot grote woede van premier Guy Verhofstadt en zijn minister Marc Verwilghen.

Schenden Vlaamse ministers de grondwet door besluiten van Franstalige rechters om te draaien? Dat is wat Dejemeppe suggereert. Volkomen ten onrechte.

Onze grondwet gebiedt de scheiding der machten. Ministers mogen zich als uitvoerende macht niet rechtstreeks moeien met de uitspraken van rechters. Verwilghen deed dat duidelijk niet. Hij merkte tegenover de betrokken magistraten enkel op dat er, anders dan zij dachten, wel voldoende opvang voorhanden is. Zodat het toch geraadzaam is de voortvluchtige boefjes op te pakken vooraleer zij nieuwe wandaden begaan.

De grondwet moet vanzelfsprekend worden geëerbiedigd. Hij vormt de basis van onze rechtstaat, die de bescherming van alle burgers waarborgt. De grondwet is evenwel geen schild voor onwillige wetsdienaars die zich te onpas op hun onafhankelijkheid beroepen en daarmee de bescherming van de burgers verwaarlozen. Dat is wat er gaande is, als je de zware en herhaalde feiten ziet van de jeugdige misdadigers over wie het gaat.

Verwilghen wil al lang het jeugdsanctierecht invoeren. Dat komt neer op de aloude jeugdbescherming. Op meer preventie. Meer begeleiding ook van wie een enkele keer misloopt. Maar ook op hardere repressie van de, gelukkig zeldzame, zware gevallen. Hij ondervindt met de uitwerking van dat jeugdsanctierecht vooral tegenkanting van de Franstaligen.

Dit klinkt als een zoveelste communautaire twist. Dat hoeft niet zo te zijn. Het federale gerecht communautair opsplitsen, zou in deze niets verhelpen, integendeel. De taalgrens is geen barrière die jeugdige misdadigers tegenhoudt. Het komt er gewoon op aan de Franstaligen te overtuigen dat ook zij gediend zijn bij een efficiënte rechtstaat, die ons beter beschermt tegen de helaas toenemende normloosheid.

Neem Brussel. Sinds enkele jaren stelt het parket van Dejemeppe vast dat er vooral tijdens de weekends meer misdadige minderjarigen worden opgepakt. Daarom was sinds twee jaar aan de wachtdienst van het Brussels parket een lid van de jeugdsectie toegewezen. De diensten van Dejemeppe melden nu dat ze vanwege onderbezetting van het jeugdparket die weekend-dienst opdoeken.

Dejemeppe bewijst daarmee de rechtstaat geen dienst. Hij toont zich opnieuw een slecht manager van zijn parket. Een verwijt dat hij vijf jaar geleden ook al te horen kreeg van de commissie-Dutroux. Heeft zijn onterechte uitval naar minister Verwilghen, toen de voorzitter van die commissie, meer met onverwerkte rancune te maken dan met respect voor de grondwet?

Corrigeer

POPULAIRE VIDEO'S