Belgen, volk van uitvinders


BRUSSEL -- De Belgen zijn een innovatief volkje. Elk jaar vragen zo'n 800 landgenoten een patent aan voor hun uitvinding. We scoren daarmee ruim boven het Europees gemiddelde. En dat is goed nieuws, want het aantal ingediende octrooien wordt beschouwd als een barometer voor de economie. ,,Ook al vinden de meeste uitvindingen van particulieren nooit hun weg naar de markt'', relativeert Georges Francis van het Belgische patentenbureau meteen.

De dynamo, de saxofoon, het bakeliet of het kopieerprincipe. Belgische uitvindingen die het de voorbije eeuw gemaakt hebben en die geregistreerd werden door de Dienst voor Industriële Eigendom, het Belgische patentenbureau.

Vorig jaar passeerden op het bureau 837 octrooien (patenten) van uitvinders die hun ontdekking wilden laten beschermen. België scoort daarmee zonder meer goed. Veel beter het Europees gemiddelde. Wel beduidend slechter dan de VS, Duitsland of Japan. Maar daar is een verklaring voor.

,,Je moet rekening houden met de grootte van België'', zegt Georges Francis van de Dienst voor Industriële Eigendom. ,,Japan of de VS hebben enorme multinationals die om de haverklap een octrooi aanvragen. Het Duitse Bayer bijvoorbeeld heeft meer dan 40.000 aanvragen lopen. Dat soort bedrijven hebben we in België veel minder.''

De grote firma's die België wel rijk is, dienen hun octrooien vaak niet eens in België in. ,,Nee, die vragen vaak ineens een Europees patent aan of laten hun uitvinding registeren in de VS'', zegt Francis.

Hij gelooft dat de Belgische uitvindersgeest zeker niet moeten onderdoen voor die van de grotere landen. ,,Veel van de grote buitenlandse multinationals hebben trouwens Belgische uitvinders in dienst'', weet Francis. ,,Ik heb eens alle namen van Belgische researchers in buitenlandse loondienst opgezocht. Meer dan 45 A4-velletjes vol namen. Nee, de Belgen zijn zeker niet dom.''


Grasmachinedemper
Een nieuwe type vliegenraam, en blikje met afneembaar mondstuk, geluidswerende panelen, kopieerbeveiligde cd's. Een greep uit de 837 octrooien die het Belgische patentenbureau vorig jaar registreerde. Slechts een minderheid is afkomstig van bedrijven en KMO's.

,,Nieuwe technieken of procédés op het gebied van het bedrijfsleven maken zo'n 30 procent van de aanvragen uit'', schat een onderzoeker. ,,Het merendeel van de octrooien wordt nog steeds aangevraagd door particulieren.''

Het bureau ziet van hen de gekste hersenspinsels passeren. Het soort uitvindingen dat in het beste geval Man Bijt Hond haalt. ,,Vooral de zogenaamde beroepsuitvinders zijn daarin sterk. Die willen koste wat het koste een octrooi. Vaak vinden ze hier op mijn bureau spullen uit: En als ik nu eens zo, of als ik dat eens probeerde... Het resultaat is navenant. We proberen die mensen dan duidelijk te maken dat een octrooi weinig zin heeft. Een aanvraag kost per slot van rekening geld. Maar vaak zijn ze voor geen rede vatbaar. Ze geloven dat ze het warm water hebben uitgevonden en willen absoluut een patent. Liefst nog wereldwijd. Weggesmeten geld.''

Particuliere uitvindingen vinden vrijwel nooit hun weg naar de markt. ,,Heel af en toe komt er iemand aanzetten met een uitvinding waarvan je denkt: Dit zou iets kunnen worden. Maar de kans op succes blijft klein. Om een uitvinding te commercialiseren heb je veel geld nodig. Zonder middelen kom je nergens. Zo hebben we nu een aanvraag van iemand die een geluidsdemper voor grasmachines heeft uitgevonden. Dat zit knap in elkaar hoor, maar zolang de uitvinder het niet verkocht krijgt, is hij er niets mee.''

Héél af en toe slaat een uitvinding wel aan. ,,Wist je dat de deo-roller een uitvinding is van een Belg? Die heeft zijn patent kunnen verkopen aan een cosmeticareus. Dus wanhoop nooit. Als je iets knap uitvindt, neem een octrooi. Je weet maar nooit.''

Corrigeer

POPULAIRE VIDEO'S