Was Gentse Nobelprijswinnaar een letterdief?

MET MAETERLINCK NAAR ZUID-AFRIKA


Gentenaar Maurice Maeterlinck, de enige Belg die ooit de Nobelprijs voor literatuur kreeg, was polyvalent. Niet alleen schreef hij een reeks literaire werken -- die niet meer gelezen worden -- maar ook enkele merkwaardige studies over insecten. Bij het schrijven van zijn boek over de termieten zou hij plagiaat gepleegd hebben. De Leuvense archeoloog en cultuurhistoricus David Van Reybrouck (30) ging op zoek naar de waarheid.

Maurice Maeterlinck publiceerde in 1926 een boek over La vie des termites . Een jaar later beweerde de Zuid-Afrikaanse dichter en amateur-bioloog Eugène Marais dat onze Maurice zijn ideeën gepikt had.

Of Maeterlinck met dit boek een bijdrage aan de wetenschap wilde leveren, is zeer de vraag. In een brief uit die tijd bekende hij dat hij de plastische, poëtische interpretatie belangrijker vond dan de wetenschappelijke details. Hij schreef zijn boek overigens zonder dat hij één termiet gezien had. Hij kende ze alleen uit andermans boeken.

Was onze Maurice slordig of wilde hij zich niet belachelijk maken? De vraag is dus veeleer of hij in zijn slordigheid vergeten was Marais te vermelden. Of had hij zich niet belachelijk willen maken door een ,,stomme'' titel als Die Huisgenoot -- het weekblad waaraan Marais meewerkte _ te citeren? Zo'n onderwerp lijkt alleen geschikt voor een niet al te lang artikel in een gespecialiseerd tijdschrift.

De Leuvense wetenschapper David Van Reybrouck schreef er een boek van 300 bladzijden over dat gepubliceerd werd door de Amsterdamse uitgeverij Meulenhoff.

Van Reybrouck brengt niet alleen het resultaat van zijn opzoekingen want daarmee zou hij wellicht zelfs geen artikel kunnen vullen _ maar hij neemt de lezer mee op zijn zoektocht naar de waarheid. Als archeoloog heeft de auteur niet genoeg aan archieven, maar wil hij ook de ,,sites'' bezoeken: de stoel waarop Marais gezeten heeft, de broodboom waaronder hij gewerkt heeft, het graf waarin hij rust. Het exposé over Maeterlinck en zijn termieten zit didactisch, maar bijna naadloos tussen al die plaatsbezoeken ingebouwd.


Koe
De ,,queeste'' begint op de tweede verdieping van het Museum Vander Haeghen in de Veldstraat, waar het archief van Maurice Maeterlinck bewaard wordt. Vervolgens trekken we naar een Kortrijkse textielbaron, die de belangrijkste verzamelaar van Maeterlinck blijkt te zijn. Ten slotte vliegen we samen naar Zuid-Afrika. Als het archief van Maeterlinck geen opheldering brengt, is het antwoord misschien te vinden in het land van Eugène Marais.

Aan de andere kant van de evenaar belandt de auteur in een land dat, na de afschaffing van het Apartheidsregime, nog op zoek is naar een goede relatie tussen blank en zwart en dat andere zorgen heeft dat een ouwe koe uit de literaire gracht.


Kroezelhaar
Het resultaat is een meeslepende mengeling van historische detective en exotisch reisverslag, met literaire allure. Het verhaal charmeert door zijn onbevangenheid, eenvoud, oog voor detail en zin voor ironie. Hoe moeilijk het is komaf te maken met de Apartheid leert bijvoorbeeld een simpel bezoekje aan de kapper: de zwarte coiffeur knipt alleen kroezelhaar, zodat Van Reybrouck een salon van eigen kleur moet opzoeken. Die blanke vrouw heeft wél geleerd kroezelhaar te knippen, al geeft haar eigen traumatisch verleden niet veel reden om positief over haar zwarte medeburger te denken.

Bij zijn observaties maakt de auteur terloops vaak rake bedenkingen. Als hij een meisje haar vrienden hoort bellen om te vertellen dat ze zich in de bibliotheek bevindt, oppert de schrijver dat bellen ook in Zuid-Afrika meer met lokalisatie dan met communicatie te maken heeft.

David Van Reybrouck, De plaag, Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika, Meulenhoff, Amsterdam, 2001, 302 pagina's, 724 frank (17,95 euro).

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees