Gaat Mayo vrijuit door dopinglab van Gent?

In de voorbije Tour testte Iban Mayo positief op epo. Althans, het A-staal leverde een positief resultaat op. Het B-staal blijkt intussen negatief. Of beter: onleesbaar.

(hc, hjb, afp)

'De epo-tests op het B-staal werden in het antidopinglab van Gent uitgevoerd omdat Châtenay-Malabry gesloten was', zei UCI-voorzitter Pat McQuaid gisteren. 'Maar het B-staal was niet negatief zoals de Spaanse bond beweert', aldus UCI-antidopingverantwoordelijke Anne Gripper. 'In Gent werd het als

onleesbaar

beschouwd. Voor ons is de zaak nog niet afgelopen.'

Hoe kan het dat twee labs - Châtenay-Malabry en Gent - tot twee verschillende conclusies komen? Het A- en het B-staal bevat immers dezelfde urine? Omdat de epo-test geen eenduidig ja-neenantwoord oplevert. De test bestaat uit twee delen: de analyse, en de interpretatie van het resultaat. Net die interpretatie - het 'lezen' van de epo-stripjes - is niet eenvoudig. Sinds de invoering van de test, in 2001, zijn de afspraken over de interpretatie al drie keer veranderd. Pas als epobandjes die in een kritieke zone liggen twee keer meer intens zijn, is er sprake van een positief geval.

Dat Gent het staal als

onleesbaar

beschouwt, toont alvast een ding aan. De schaduw van Rutger Beke - die kon aantonen dat de toenmalige epo-test bij hem niet opging - hangt onvermijdelijk boven de zoektocht naar positieve epo-zondaars. In Gent willen ze in geen geval juridisch risico lopen - een verdacht staal is geen positief staal.

Mayo overweegt intussen gerechtelijke acties tegen het antidopinglaboratorium van Châtenay-Malabry, de UCI wil opnieuw een test, de verlengingen zullen waarschijnlijk worden gespeeld voor het Internationaal Sporttribunaal in Lausanne. (hc, hjb, afp)

Aangeboden door onze partners

Meer sportnieuws

Video

Keuze van de redactie